De rest van de wereld wrijft zich in de handen

Vier voormalige tophockeyers reageren opgewonden maar verdeeld op het besluit van bondscoach Van Ass om de huidige sterren De Nooijer en Taekema niet te selecteren.

Een „megagok” (Jacques Brinkman), een „pittig besluit” (Tom van ’t Hek), een „donderslag bij heldere hemel” (Ties Kruize). In de hockeywereld tuimelden ex-internationals over elkaar heen in hun reacties op het „heftigste hockeybericht in jaren” (Floris Jan Bovelander).

Een Nederlands eftal zonder Teun de Nooijer en Taeke Taekema; een hele generatie weet niet beter of beide iconen worden automatisch opgesteld in de nationale ploeg.

Ja, er was veel kritiek op het team dat in 2000 (olympisch goud in Sydney) zijn laatste internationale hoofdprijs haalde en sindsdien achter Duitsland en Australië aanhobbelt. Oranje is vaak verweten te weinig karakter te hebben. En ook mét De Nooijer en Taekema wist het de voorbije jaren geen toernooien te winnen of Australië en Duitsland te benaderen. „Maar dat wil niet zeggen dat dat aan Teun de Nooijer lag”, zegt Kruize (202 interlands). „We moeten de zaken niet omdraaien.”

De kwaliteiten van met name De Nooijer – driemaal wereldhockeyer van het jaar – staan voor niemand ter discussie. „De rest van de wereld wrijft zich in de handen”, denkt collega-Bloemendaler Bovelander, die 241 interlands speelde. „Op Teun moesten ze altijd twee man zetten.”

Bovelander, die in 1996 met de piepjonge De Nooijer olympisch goud won in Atlanta, kan zich inleven in de redenering van bondscoach Paul van Ass. Die wil ruimte creëren zodat andere spelers sneller kunnen groeien. „Maar deze twee kunnen wedstrijden beslissen, de Spelen beslissen. Daar heb je er niet veel van”, weet Bovelander. „Teun is de grootste van Nederland, misschien van de wereld. Minder goed dan vijf jaar geleden, maar beter dan veel anderen, binnen en buiten het Nederlands elftal. Dan is het heel wrang dat je niet meer in de nationale ploeg past.”

Brinkman (337 interlands) meent „dat de boel op scherp moest worden gezet”. Toch vindt hij dat Van Ass de verkeerde beslissing heeft genomen. „Als andere spelers blokkeren door de aanwezigheid van De Nooijer en Taekema, is dát juist het probleem. Dan moet je hén aanpakken. Daar moet je die spelers in trainen, zodat ze wel durven te zeggen: Teun, kom op nou, je laat je man lopen.”

Kruize was anderhalf jaar geleden als bondsbestuurlid medeverantwoordelijk voor de verrassende aanstelling van Van Ass. „Moedig is het zeker”, zegt Kruize bedachtzaam. „Een coach moet altijd de ruimte krijgen zijn beslissingen te nemen. Het moment waarop is misschien niet het meest gelukkige, maar je kunt niet anders dan zijn beslissing respecteren. Wel zeg ik erbij dat Teun één van de allerbeste spelers is. Als hij goud wint, zegt men: moedig gedaan, wat een fantastische coach. Als hij de halve finale niet haalt, wordt ie geslacht”, weet Kruize.

Tom van ’t Hek (221 interlands) vindt het besluit van Van Ass „dapper”. „De strijd aangaan met de gevestigde orde is niet het makkelijkste wat een coach kan doen. Maar dit is het tijdstip waarop dat nog net kan.”

Bovelander vindt juist dat het tijdstip waarop Van Ass ingrijpt, niet meer kan. Hij houdt een nare bijsmaak over aan het afscheid van De Nooijer, met wie hij in 1996 (Atlanta) goud haalde. „Op een gegeven moment zit je met elkaar op het schip, daar moet je het mee doen. Die jongens hebben weer twee jaar alles opgegeven om dit te halen. Ik weet dat het resultaat voorop staat, maar wat zij voor het hockey hebben betekend gooi je nu weg. Mensen met zo’n status verdienen eigenlijk om het af te maken.”

Ook Brinkman kan zich niet vinden in de timing van Van Ass. „Je gooit 685 interlands en 437 doelpunten weg. Spelers die je op de Spelen gewoon nodig hebt. Je kan Taekema ook op de bank zetten, als pinchhitter. Waarom nu al zo’n besluit? Neem die twee mee en maak helder wat er van ze verwacht wordt. Ze horen bij de beste twintig van Nederland. De Nooijer is zelfs de allerbeste Nederlandse hockeyer ooit. Op deze manier wordt het erg flets.”

Van Ass zei gisteren te hopen dat het wegvallen van twee hoge bomen ertoe zullen leiden dat de kleinere gewassen eronder nu veel sneller zullen groeien. Van ’t Hek hoorde dezelfde metafoor al toen hij zes was – van zijn moeder. „Die kleinere boompjes krijgen inderdaad meer licht en voeding”, zegt Van ’t Hek. „Daarmee is niet gezegd dat ze tot de hoogte van De Nooijer kunnen groeien.”

Van ’t Hek was minder verrast dan anderen over het besluit van Van Ass. „Mensen worden altijd heel boos als je het zegt, maar Teun de Nooijer heeft zijn grootste prijzen gewonnen toen er nog andere hockeyers als dirigent rondliepen in het Nederlands elftal, tijdens de Spelen van 1996 en 2000. De Nooijer was zelf toen nog een meespelende jongeling.”