'De grootsheid van de twee sterspelers verlamde jongeren in Oranje'

Bondscoach Van Ass laat de boegbeelden van het mannenhockey thuis. „Twee grote bomen worden gekapt om struiken en kleine bomen in ’t bos meer licht te geven.”

Vraag in Nederland iemand om twee hockeyers te noemen en het antwoord is waarschijnlijk: Teun de Nooijer en Taeke Taekema.

Deze twee boegbeelden van het Nederlandse mannenhockey zijn er komende zomer vrijwel zeker niet bij op de Olympische Spelen in Londen. Ondanks of eigenlijk dankzij hun staat van dienst laat Paul van Ass hen vallen.

Ze blokkeren met hun aanwezigheid de ontwikkeling van de groep, vindt de bondscoach. „Twee grote bomen worden gekapt om de struiken en kleine bomen in het bos meer zonlicht te geven”, zo vatte Van Ass het gisteren op een persconferentie in het Holiday Inn hotel in Amsterdams samen in een metafoor. Een breed gedragen beslissing binnen de hockeybond, zo zei hij zelf. Hoe pijnlijk dat ook is.

Het was voor Van Ass „geen lekkere week geweest”. En dat kwam niet door het weinig controversiële besluit om zijn eigen 19-jarige zoon Seve te laten afvallen. Het was een „ongelooflijke stap” om drievoudig wereldhockeyer van het jaar Teun de Nooijer (35) en strafcornerspecialist Taeke Taekema (31) thuis te laten. De Nooijer (445 interlands) wordt gezien als de beste Nederlandse hockeyer ooit en werd vorig jaar nog genomineerd als speler van het jaar door de internationale hockeyfederatie (FIH). Taekema was met 220 doelpunten in 240 interlands vaak belangrijk, zoals op de gewonnen EK in 2007. Om deze twee grootheden te moeten vertellen dat ze er niet meer bij horen, „dat is nogal eens wat”, zei Van Ass.

Maar het is nodig, vindt hij. De groep heeft behoefte aan „volledige bevrijding en nieuwe energie”. „Dat wordt geblokkeerd als ik die twee iconen in het veld houd. Dat is me tijdens de Champions Trophy nog eens pijnlijk duidelijk geworden.” Daar werd Nederland vorige maand in Nieuw-Zeeland teleurstellend derde, waarbij Taekema in negatieve zin opviel door een haperende strafcorner en een matig optreden als aanvoerder in het centrum van de verdediging.

Pijnlijk voor de twee sterspelers was ook dat het besluit hen te passeren volgens van Van Ass „niemand had verbaasd” bij de hockeybond. En, zei de bondscoach expliciet, hij had steun gevonden bij de succesvolle oud-bondscoach Roelant Oltmans, nu prestatiemanager bij sportkoepel NOC*NSF. „Het was iets anders geweest als zij hadden gezegd: Paul, nu draaf je door.”

Het probleem is volgens Van Ass dat de jonge spelers verantwoordelijkheden afschuiven naar de twee routiniers in het veld. „Spelers in hun directe omgeving reageren minder alert.” Dat is een probleem van de groep, erkent Van Ass. „Maar Teun en Taeke hebben daar ook een verantwoordelijkheid in. Door hun staat van dienst hebben ze een ander verwachtingspatroon.”

Hij doelde onder meer op de verloren EK-finale tegen Duitsland in augustus in Mönchengladbach. Tijdens de EK, met Taekema en De Nooijer, kwam Nederland tot het gewenste aanvalsspel. Maar juist in de finale bracht aanvoerder De Nooijer niet wat gezien zijn status van hem verwacht mag worden, vindt Van Ass. „Ik zeg daarmee niet dat het zijn schuld is dat we verloren. Maar van Teun wordt verwacht dat hij het team beetpakt. Als dat te vaak niet gebeurt, lijdt het team daaronder.”

Van Ass realiseerde zich afgelopen zomer hoe de grootsheid van de ‘nummer 14’ een verlammende werking op de groep heeft. Teun de Nooijer ontbrak door een blessure toen Nederland onder meer de 4-nations Cup en een oefenwedstrijd tegen wereldkampioen Australië won. In de EK-voorbereiding stroomde De Nooijer weer in. „Toen voelde ik al dat we niet meer maar minder in onze kracht kwamen. Dat is een ongelooflijke rotopmerking. Want hij kan daar niets aan doen. Maar daar heb ik het gevoeld. Daar hebben we het allemaal gevoeld.”

Van Ass denkt dat het begrip in de hockeywereld langzaam zal indalen. Een deel van de groep weet volgens hem wel waarom dit nodig was. „Over twee weken is dit geparkeerd. Het zijn wel topsporters. Het is niet helemaal: ik snap er niks van.”

De Nooijer zou zijn vijfde Olympische Spelen gaan spelen. Daarmee zou hij zich bij een select groepje teamsporters scharen. Eerder won hij goud in Atlanta in 1996 en Sydney in 2000. In Athene won hij in 2004 zilver. Op de WK in Utrecht in 1998 maakte hij in de finale de golden goal tegen Spanje. Olympisch goud in Londen zou van hem de op één na succesvolste teamsporter ooit hebben gemaakt, na de Hongaarse waterpoloër Dezsö Gyarmati. Het mag niet zo zijn.

Of toch? Van Ass liet gisteren desgevraagd nog enige ruimte. „Als het zonder hen niet werkt, ben ik de eerste die zich niet te groot voelt. Dan ga ik op mijn knieën vragen of ze terugkomen.”