Dat SCP-rapport bewijst niet dat je straffeloos kunt bezuinigen op onderwijs

Onderwijsinvesteringen zijn niet rendabel gebleken, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau. De VVD wil nu extra bezuinigingen. Wil de VVD weer een lerarentekort?, vraagt Boris van der Ham.

Wordt het geld voor onderwijs, zorg en veiligheid effectief besteed? Zo’n vraag is altijd nuttig om te stellen.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) presenteerde deze week een rapport waarin het de genoemde sectoren onder de loep nam. Onder meer het basisonderwijs kreeg enige kritiek te verduren. Is dit een reden om fors te bezuinigen op het basisonderwijs, zoals VVD, CDA en PVV lijken te willen doen? Op onderwijs wordt al bezuinigd. De VVD ziet het rapport als een rechtvaardiging om daar nog een schepje bovenop te doen. Wat D66 betreft, gebeurt dit niet. Het SCP-rapport is een goede wake-upcall voor de besteding van overheidsgeld. Nog gerichter investeren in onderwijs is noodzakelijk.

Het SCP stelde onder meer vast dat er betere gebouwen zijn gekomen en meer leerlingen zijn doorgestroomd naar hoger vervolgonderwijs. Dit zijn positieve resultaten, maar er is ook kritiek. Zo zou het verbeteren van de salarissen van leraren geen ‘extra productiviteit’ hebben opgeleverd. Helaas meldt het SCP niet dat de extra investeringen in leraren van tien jaar geleden nodig waren om een forse achterstand in loonontwikkeling in te halen. Destijds bloeide de economie, was er volop werkgelegenheid in andere sectoren en werd het steeds moeilijker om leraren te behouden voor het onderwijs.

Die aandacht voor het lerarentekort is overigens nog steeds actueel. Hoewel de economische crisis op de aantrekkingskracht voor het vak van leraar een gunstige werking heeft, weten we dat over slechts enkele jaren een massale uitstroom zal plaatsvinden van pensionerende leerkrachten. Het redelijker betalen van leraren was en is dus geen overbodige luxe, maar pure noodzaak om überhaupt mensen voor de klas te krijgen en te houden.

Het SCP concludeert ook dat de investeringen in kleinere klassen te weinig opleveren. Het planbureau refereert aan een Amerikaans onderzoek dat aantoonde dat meer persoonlijke aandacht van een leraar zeer effectief is, maar stelt vast dat de in Nederland gerealiseerde vermindering van de klassengrootte uiteindelijk zo gering was, in vergelijking met de klassen in dat Amerikaanse onderzoek, dat er te weinig effect vanuit ging.

Is hiermee het idee van klassenverkleining onzin? Het SCP kiest voor een wel heel ruime definitie van een „zeer grote klas”. Pas bij meer dan 31 leerlingen ziet het SCP een probleem. Dit doet onrecht aan de praktijk. Iedere leraar zal uit ervaring zeggen dat het niet veel uitmaakt of je bijvoorbeeld 17 of 22 leerlingen in een klas hebt. Het verschil tussen 25 of 30 leerlingen is daarentegen groot. Rond de 25 leerlingen ervaren de meeste leraren een belangrijk omslagpunt. Met zo veel kinderen in de klas kun je leerlingen niet meer de (specifieke) aandacht geven die ze verdienen. Van dit soort grote klassen hebben we er nog veel te veel. Door de instroom van zorgleerlingen in het reguliere onderwijs en de forse bezuiniging op de ondersteuning wordt de complexiteit van de klas bovendien alleen maar groter. Er is dus alle reden om dit soort grote klassen terug te dringen.

Het SCP bekeek ook de effectiviteit van ‘meer handen in de klas’. Door meer geld uit te trekken voor personeel in de klas zouden de prestaties van leerlingen moeten toenemen, was de gedachte.

Het SCP levert forse kritiek op de manier waarop deze ‘extra handen voor de klas’ zijn verwezenlijkt in Nederland. Het planbureau concludeert dat een belangrijk deel van deze „extra handen” van onderwijsassistenten zijn, dus niet van hooggekwalificeerde en bevoegde leraren. Het aangehaalde Amerikaanse onderzoek, maar ook praktijkervaring in Finland, bewijst dat het rendement in de klas alleen omhooggaat als de leraren goed gekwalificeerd zijn. De conclusie is dus niet dat investeren in ‘handen voor de klas’ onzin is, maar dat je hogere eisen moet stellen aan wie er voor de klas staat.

In de wanhopige zoektocht naar extra bezuinigingen is de kans groot dat het kabinet dit SCP-onderzoek misbruikt om nog eens met de kaasschaaf over het Nederlandse onderwijs te gaan, terwijl de grote hervormingen nog altijd niet worden aangedurfd. Wie niet alleen de samenvatting van dit rapport, maar ook de achterliggende onderzoeken leest, zal concluderen dat we een andere beweging moeten maken. Het basisonderwijs duldt geen verdere bezuinigingen, maar vergt gerichte investeringen – zowel financieel als in strenge bewaking van de kwaliteit.

Boris van der Ham (D66) is Tweede Kamerlid.