China en VS steunen president Taiwan in alle stilte

De verkiezingen in Taiwan morgen zijn cruciaal voor de verhouding met grote buur China. Zittend president Ma is economisch succesvol maar voor velen te pro-Chinees.

Het zal Steve Chun, it-architect van IBM in Shanghai, niet meer lukken op tijd terug te zijn in zijn geboorteland Taiwan om zaterdag zijn stem uit te brengen in de presidentsverkiezingen.

Alle 370 dagelijkse vluchten van het Chinese vasteland naar de kleine eilandstaat, naar het andere China, zitten al dagenlang vol – 200.000 Taiwanezen gaan naar huis om eerst te stemmen en daarna het Chinese nieuwjaar te vieren.

Officieel onthoudt China zich van iedere bemoeienis met de nek-aan-nekrace tussen de zittende president Ma Ying-jeou (61) van de Kuomintang (Nationale Partij) en zijn opponent Tsai Ing-wen (55) van de Democratische Progressieve Partij (DPP), een soort VVD.

Maar de Chinese autoriteiten hebben er wel voor gezorgd dat de Chinese luchtvaartmaatschappijen niet, zoals gebruikelijk voor feestdagen, de prijzen hebben verhoogd.

„De meeste Taiwanezen die in China werken, steunen president Ma en daarom worden zij aangemoedigd naar huis te gaan om te stemmen. Het gerucht gaat dat Taiwanese bedrijven en de Chinese overheid de vliegtickets hebben gesubsidieerd omdat de race zo spannend is”, zegt Chun als hij bij een hotel in Shanghai staat te wachten op een taxi.

Zelf is hij een aanhanger van de DPP-leidster Tsai Ing-wen, die een meer onafhankelijke koers ten opzichte van China wil varen dan de zittende president Ma, die de afgelopen jaren met een reeks concrete maatregelen de relaties tussen de Volksrepubliek China en de Republiek China aanzienlijk heeft verbeterd.

„Wij moeten nauw samenwerken met China, maar we moeten beslist een onafhankelijk land blijven. We moeten geen provincie van China worden. De DPP vormt de beste garantie daarvoor”, zegt Chun, die afkomstig is uit het zuiden van Taiwan waar traditioneel de liberale DPP een grote aanhang heeft.

Chun denkt dat Tsai Ing-wen op weg is de eerste vrouwelijke president van Taiwan te worden en dat is op basis van de opiniepeilingen geen onzinnige gedachte. In een peiling heeft president Ma, die in 2008 met 58 procent van de stemmen werd verkozen, een lichte voorsprong, in een andere peiling trekken de twee voornaamste kandidaten gelijk op.

In theorie zou president Ma op ruime voorsprong moeten staan van zijn onervaren tegenstandster, die na 2004 de leiding van de DPP overnam van haar voorganger, ex-president Chen Sui-ban. Onder Ma herstelde de Taiwanese economie zich snel van de financiële crisis van 2008/2009 en werd er met China een vrijhandelsverdrag gesloten dat vooral voor Taiwan zeer profijtelijk is.

De Taiwanese economie groeit weer jaarlijks, mede dankzij China en Chinese toeristen, met ruim vier procent. De instelling van rechtstreekse lucht-, zee-, en postverbindingen onder Ma droeg daar aan bij.

Terwijl Taiwan (23,3 miljoen inwoners) grotendeels afgesloten bleef voor Chinese bedrijven, vooral grote banken en vastgoedbedrijven, ging China (1,3 miljard inwoners) nog verder open voor Taiwanese ondernemingen die ruim 200 miljard dollar in de Chinese economie hebben geïnvesteerd. Er wonen en werken twee miljoen Taiwanezen in China.

Sinds Ma in juli van 2011 aankondigde dat dit vrijhandelsverdrag over tien jaar wat hem betreft wordt aangevuld met een politiek vredesverdrag met China, is hij ondanks de de economische voorspoed in het defensief gedrongen door de DPP.

Voor historici en sinologen en ook voor de regering in Peking is dit een van de grote omwentelingen in Taiwan: een leider van de Kuomintang die wordt bekritiseerd en gewantrouwd vanwege zijn pro-Chinese beleid. Het was immers de Kuomintang die in de Chinese burgeroorlog werd verslagen door de Communistische Partij van China. In 1949 vluchtte Kuomintangleider en voormalig Chinees president Chang Kai-shek met 1,3 miljoen aanhangers naar het voormalige Nederlandse Formosa.

President Ma is de eerste Kuomintang-leider die concludeerde dat de economische toekomst van Taiwan in Azië ligt en niet in de VS of de ongeïnteresseerde EU. Economische integratie met China, Zuid-Korea en Japan is hoeksteen van zijn beleid, dat hem het predicaat „pro-Chinees”’ heeft opgeleverd.

Hoewel hij zich politiek probeerde in te dekken door boeren, vissers en kleine bedrijven te beschermen tegen Chinese concurrentie en Taiwan ontoegankelijk te maken voor goedkope Chinese werkers, heeft hij de vrees voor hereniging met China niet kunnen wegnemen. Die angst zit, mede door Chinese retoriek en de 1.500 raketten die op Taiwan zijn gericht, diep.

China probeert hem nu te helpen door te zwijgen – net als in 2008 – en niet zoals in 1996 Taiwan te beschieten of verbaal te schofferen of te bedreigen (tijdens de verkiezingen in 2000). Ook de VS zijn behulpzaam door aan Ma toe te zeggen dat het reizigersverkeer tussen Taiwan en de VS visumvrij zal worden gemaakt.

De VS steunen Ma omdat hij de relaties met China heeft verbeterd en het risico op een militair of nucleair conflict met China over Taiwan heeft verminderd. Met Ma, zo denkt de regering-Obama, is de status-quo gegarandeerd en dat is niet zeker met een DPP-president.

Of Ma kan profiteren van de stille Chinese en Amerikaanse hulp moet blijken. Mevrouw Tsai Ing-wen heeft de vrees voor hereniging op een aansprekende manier aangewend om haar destijds door corruptieschandalen geplaagde partij weer nieuw elan te geven. Haar voorganger, de wegens corruptie veroordeelde president Chen, bediende zich van een harde, anti-Chinese retoriek, zij heeft een subtielere, minder confronterende aanpak.

Zij is niet van plan het beleid van Ma terug te draaien, omdat China van essentieel belang is voor de Taiwanese economie, maar verder dan economische samenwerking mag de relatie niet gaan, redeneert Tsai.

Het Hongkongse herenigingsmodel (een China, twee systemen) is voor haar onbespreekbaar. „Het is tijd dat China vanuit een nieuw perspectief en met een frisse blik naar Taiwan gaat kijken”, is een typerende uitspraak waarvan de leiders in Peking gruwen.

Als zij wordt verkozen, dan betekent dat in elk geval een tijdelijke verkoeling van de Chinees-Taiwanese relaties. Zij houdt daarom de kiezers voor dat voor blijvende politieke onafhankelijkheid waarschijnlijk een economische prijs betaald moet worden.

Over een militaire prijs zwijgt zij, want iedereen weet dat China niet voor niets 1.500 raketten op Taiwan heeft gericht en twee legerkorpsen klaar heeft staan om het eiland desnoods met geweld te heroveren. Die reële dreiging werkt, zo weet zij, in haar voordeel.