Chemo creëert nieuwe kankermutaties

Een kankerpatiënt met dubbele pech krijgt nieuwe en een agressievere kanker door zijn chemotherapie. Dat overkomt misschien wel alle mensen waarbij de kanker terugkomt na chemotherapiekuren.

Dat blijkt uit het eerste experiment waarbij de basenvolgorde van al het DNA herhaaldelijk is bepaald: voordat patiënten chemotherapie kregen, kort na de chemo en toen de kanker was teruggekeerd. Zo’n herhaalde hele-genoomanalyse is gedaan bij acht patiënten met acute myeloïde leukemie (AML). Onderzoekers van Washington University schreven er gisteren over in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Het is duidelijk dat die kankerpatiënten niet langer één genoom hebben. Kanker is een ziekte die ontstaat na genetische veranderingen. Dat begint doorgaans – dit onderzoek bevestigt dat weer eens – in één lichaamscel die daarna onbeheerst gaat groeien.

De onderzochte leukemie AML is één van de bekende woekeringen van witte bloedcellen. Bij AML komt het bloed van de patiënten uiteindelijk vol onrijpe witte bloedcellen te zitten, waardoor de bloedfuncties (afweer en gas- en stoffentransport) in het nauw komen. De acht patiënten kregen gebruikelijke chemotherapie met celdodende middelen.

De uitgevoerde uitgebreide genoomanalyse (deep sequencing) laat de genetische verschillen zien tussen kankercellen en de gewone lichaamscellen (waarvoor huidcellen werden gebruikt). Zo worden mutaties zichtbaar die karakteristiek zijn voor de kankercellen. Het beeld dat de onderzoekers op grond van deze eerste acht patiënten schetsen is dat die ‘eerste’ kankercel in het begin als een kloon uitgroeit. Maar er waren vijf patiënten waar al voor de chemotherapie verschillende klonen binnen de kankercellen werden gevonden. De mutaties zaten vaak in het tiental genen waarvan uit eerder onderzoek al bekend was dat ze AML veroorzaken als ze ontsporen, maar er kwamen bij dit onderzoek nog vijf van die genen aan het licht.

Door de chemotherapie verdwenen sommige klonen helemaal. Kort na de chemotherapie was het aantal kankercellen steeds sterk afgenomen. Maar bij alle acht patiënten ontstonden na de chemotherapie – en waarschijnlijk dóór de DNA-beschadigende werking van die stoffen – nieuwe klonen. Die groeiden snel en doodden uiteindelijk de patiënt.

De toegepaste chemo geneest patiënten en verlengt gemiddeld het leven. Het praktische gevolg van dit onderzoek kan zijn dat andere chemotherapie wordt geprobeerd om een nu onuitroeibare kloon te doden. Of dat van chemo wordt afgezien.