Bleker verwerpt kritiek op natuurwet - en past die aan

De nieuwe natuurwet van Henk Bleker beschermt te weinig plant- en diersoorten, vinden natuurbeschermers. De staatssecretaris geeft hun een beetje gelijk.

De komende Wet natuur krijgt een nieuwe naam. „Ik heb spijt van die naam”, aldus staatssecretaris Bleker (Natuur, CDA) gisteren in Den Haag. „Ik wil zoiets als de nieuwe Wet natuurbescherming.” Bleker wil af van de veronderstelling dat hij natuur beschouwt als lastig, als iets waar de economie slechts door wordt gehinderd.

De staatssecretaris sprak op zijn ministerie met enkele tientallen natuurorganisaties die in grote meerderheid vinden dat de biodiversiteit in Nederland slecht af is met Blekers nieuwe wet. Die moet bestaande wetten vervangen, regels vereenvoudigen, meer overlaten aan regio’s, minder economische activiteiten dwarsbomen en in principe niet méér bescherming bieden dan waartoe Brussel verplicht.

De kritiek is scherp. „Deze wet is niet goed genoeg om de natuur te beschermen”, zegt iemand van de Vereniging Natuurmonumenten. Een ander, van Vogelbescherming Nederland: „Laat deze wet maar op de tekentafel liggen. Deze wet leidt tot een neergang van de natuur.” Voorzitter Jaap Dirkmaat van natuurstichting Das & Boom: „U neemt Europese regels tot uitgangspunt van beleid. Maar wij moeten in Nederland veel meer doen aan natuurbescherming dan de rest van Europa, omdat er bij ons al zo veel natuur is verdwenen. Wij raken helemaal niet aan het niveau waar Europa van uitgaat.”

Oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 in de Tweede Kamer komen binnenkort met een alternatief voor het „natuurafbraakbeleid van dit kabinet”: de Initiatiefwet Mooi Nederland. De oppositiepartijen zeggen „dat de natuur beter verdient dan wat staatssecretaris Henk Bleker wil, die met de nieuwe natuurwet een einde maakt aan de bescherming van veel natuurgebieden, dieren en planten”.

Bleker komt zijn critici enigszins tegemoet. Hij zal bij nader inzien méér plant- en diersoorten beschermen dan waartoe de Europese regels hem verplichten. Dat beperkt zich dan wel tot de in Nederland bedreigde soorten. Ook wil hij een ‘zorgplicht’ voor wie bijvoorbeeld een fietspad wil aanleggen en daarbij op een dassenburcht stuit. Bleker: „Daar ga je niet met de shovel overheen om het vervolgens alleen maar te melden. Nee, dan vraag je als gemeente eerst aan Staatsbosbeheer of dat inderdaad een dassenburcht is en geen omhoog gevallen molshoop. En of die burcht nog is bewoond. Je moet daar fatsoenlijk mee omgaan.”

Ook belooft hij dierenliefhebbers dat jagers niet hoeven te rekenen op zijn onvoorwaardelijke steun. Er mag straks weliswaar op méér soorten worden geschoten, maar alleen indien de grootte van de populaties dat toelaat, en indien de jagers zich beperken tot hun eigen omgeving en zich daarbij netjes gedragen. „Sociale controle is de beste controle. Te denken dat je als jager je gang maar kunt gaan? Nee.” Hij heeft alle begrip voor het jagen als middel om de natuur te beheren, maar aan plezierjacht heeft hij een hekel. „De plezierjacht ligt in de haven”, grapt hij.

Intussen houdt dit kabinet vast aan het plan om veel minder grond aan te kopen voor natuur en in totaal liefst tussen de 60 en 70 procent te bezuinigen op het natuurbeleid. Maar, reageert Bleker behendig, vergeet niet dat we 40.000 hectare aangekochte grond in tien jaar willen inrichten als natuur. „Dat is twee keer zo snel als nu.”

Bleker zegt goed begrepen te hebben dat zijn tegenstanders een „visie op natuur” missen. „Maar ik heb een hekel aan visies die je niet waar kunt maken. Een visie is niet iets moois opschrijven. Een visie is beleid. Wij maken beleid. We dringen de stikstof terug in natuurgebieden. We voeren een mestbeleid. Dat is geen visie. Dat zijn daden.”