Benzineprijs naar record: 1,757 euro

De benzineprijs is vandaag gestegen naar 1,757 euro per liter, een evenaring van het record van april vorig jaar. Diesel (1,493 euro per liter) en lpg (0,817 euro per liter) zijn ook duur, maar deze prijzen liggen nog enkele centen onder de recordhoogten.

De landelijke gemiddelde adviesprijs voor brandstoffen wordt dagelijks samengesteld uit de adviesprijzen van de vijf grootste oliemaatschappijen. Veel pomphouders hanteren uit concurrentieoverwegingen iets lagere prijzen, maar ook die zijn tot recordhoogten gestegen.

Erik de Vries, directeur van de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (NOVE), ziet een combinatie van factoren als oorzaak. „De voorraden in de brandstofdepots zijn laag. Handelaren speculeren daarop.” Ook is per 1 januari de brandstofaccijns verhoogd, met 1,22 cent. „Die wordt elk jaar geïndexeerd, dus die zal elk jaar stijgen.”

Verder stijgt ook de prijs van ruwe olie. Belangrijke oorzaken daarvan zijn de zwakkere koers van de euro ten opzichte van de dollar en de onrust in enkele olieproducerende landen. De Europese Unie beraadt zich op een olie-embargo tegen Iran en Teheran dreigt in reactie daarop de Straat van Hormuz af te sluiten, waardoor eenderde van de wereldolievracht stil zou komen te liggen. Een dreigende staking door een vakbond in de Nigeriaanse olie-industrie dreef de prijs van een vat ruwe Brentolie vandaag op tot 111,73 dollar op de beurs in Londen.

De Vries voorspelt dat de brandstofprijzen niet meer structureel omlaag zullen gaan. „Er zal vast nog wel een dip zijn af en toe, maar dan alleen tijdelijk.” Niet alleen stijgt de accijns elk jaar, ook zal de wereldwijde energiebehoefte door de opkomende economieën alleen maar toenemen, terwijl de wereldwijde productie niet meer sterk stijgt.

Ook directeur Paul van Selms van consumentencollectief United Consumers ziet geen daling in het verschiet. „De oorzaken van de hoge olieprijs zullen morgen niet opeens anders zijn. De onrust in de Arabische wereld heeft een enorme weerslag gehad.” Wel wijst hij erop dat de oliemarkt „enorm speculatief is” en er dus altijd een kans op prijsdalingen blijft bestaan.