Bas Heijne is pijnlijk bewust ongeïnformeerd

Met verbazing heb ik kennisgenomen van een column van Bas Heijne (NRC Handelsblad, 7 januari). Zelden heb ik een stuk gelezen waarin mijn naam wordt genoemd dat zo veel onzin bevat. Eén uitzondering: een column van Heijne waarin hij reageerde op een brief van mij in Het Parool, waarin ik schreef over potenrammerij in de hoofdstad. Een vos verliest wel zijn engelenhaar, niet zijn streken.

Deze keer betreft het de toekenning van de Johannes Vermeer Prijs. Met een in wijnazijn gedrenkte pen schrijft Heijne dat hij mij de prijs van 100.000 euro gunt, maar dat behalve ikzelf niemand wat heeft aan deze staatsoeuvreprijs. Het tegendeel is het geval. Van het bedrag dien ik, net als de vorige laureaten Pierre Audi en Alex van Warmerdam (googlen Bas!), 70 procent aan te wenden voor de realisatie van een speciaal project om zo de bekendheid van de Nederlandse beeldende kunsten internationaal te vergroten. Slechts 30 procent mag ik verbrassen aan cafébezoek.

Voorts kwebbelt Heijne dat alleen zij die bij het ministerie werken, hebben gehoord van deze prijs . Het is geen schande dat zijn horizon niet verder reikt dan Nederland – kennelijk leest hij geen buitenlandse kranten en bladen, zoals De Morgen en De Standaard in België, of Build en Photographie in Duitsland – maar het is verbazingwekkend dat de columnist de binnenlandse media niet volgt. De chocoladeletters in De Telegraaf hebben hem waarschijnlijk met blindheid geslagen, waardoor hij niet in staat was de royale berichtgeving in onder meer zijn eigen krant te volgen. Dat hij van items in het Journaal, De Wereld Draait Door, Opium en Kunststof geen kennis heeft genomen, duidt op moedwil.

Een zogenaamd gerenommeerd NRC-columnist die – om zijn gelijk te halen – methodes hanteert die op halve waarheden en bewuste ongeïnformeerdheid zijn gebaseerd, is pijnlijk. Dit doet mij denken aan het instrumentarium dat ook een door Heijne vaak bekritiseerde politicus geregeld bezigt.

Erwin Olaf

Amsterdam