Wij bètastudenten worden wel heel hard gepakt

De bezuinigingsmaatregelen van het kabinet raken de bètastudenten harder dan andere studenten. Waarom toch? Steun bèta’s!, zeggen Hester van der Waa en Mariska Heidema.

Het kabinet-Rutte heeft zich voorgenomen om per september 2012 de basisbeurs voor studenten in de masterfase af te schaffen en het recht te beperken van studenten om met het openbaar vervoer te reizen. Het beoogde wetsvoorstel is al besproken in de Raad van State en zal waarschijnlijk deze maand naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Deze maatregelen treffen bètastudenten onevenredig hard, door hun twee- in plaats van éénjarige master. Als de maatregelen doorgaan, zeggen potentiële bètastudenten dat ze de technische studies massaal links zullen laten liggen. Ze kiezen dan voor kortere, goedkopere studies.

Techniekstudenten vormen de grootste groep studenten die een tweejarige master moeten afronden voordat zij de arbeidsmarkt op kunnen. De meeste andere studies – geneeskunde en enkele kleine studies daargelaten – geven studenten de keuze om een eenjarige master te volgen. Hierdoor worden de ingenieurs in opleiding twee keer zo hard getroffen.

In de techniekstudies beslaat de masterfase 40 procent van de opleiding. Deze maakt de bètastudent tot volwaardig ingenieur. Omdat zo’n groot deel van de opleiding in de masterfase zit, zijn de studies hierop ingericht. Een technisch student leert in zijn masterfase nog veel vaardigheden die essentieel zijn voor het uitvoeren van zijn vak. Je kunt stellen dat een bèta met alleen een bachelor maar 60 procent ingenieur is. Niemand vertrouwt het bouwen van een brug toe aan een halve ingenieur.

Ter vervanging van de basisbeurs in de masterfase komt er voor studenten een mogelijkheid om te lenen. Veel studenten hebben gezegd dat ze dan geen tweejarige master meer zullen doen, omdat dit een twee keer zo hoge studieschuld oplevert. Waarom zou je een hoge studieschuld opbouwen als je een Delftse bachelor kunt combineren met een eenjarige bestuurskundemaster? Indien de master goed gekozen is, zal de student niet eens zijn goede positie op de banenmarkt verliezen. Toch zal iedere bèta die niet voor een technische master kiest, een gemis zijn voor de Nederlandse economie.

In het afgelopen jaar zijn er al veel bezuinigingen doorgevoerd in het hoger onderwijs. Zo worden de budgetten van universiteiten gekort, maar krijgen ook studenten te maken met financiële maatregelen, zoals een langstudeerboete als hun studie uitloopt. In de discussie rond deze langstudeerboete waren veel politici het overigens al met elkaar eens: er moest een uitzondering komen voor bètastudenten, omdat hun studie vaak zwaar is en zij daardoor snel uitlopen. Zelfs staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) zei in november 2010 nog te willen bekijken of een dergelijke uitzondering mogelijk was. Nu komen hierbij nog eens het afschaffen van de basisbeurs voor masterstudenten en het inkorten van het recht voor studenten om te reizen met het openbaar vervoer. Weer bevatten deze plannen geen eerlijke regeling voor bèta’s.

Het kabinet wil de internationale positie van het bedrijfsleven versterken, met behulp van negen ‘topsectoren’. Deze topsectoren moeten de fundamenten van de Nederlandse kenniseconomie worden. Bij al deze topsectoren zijn bèta’s die hun master hebben afgerond van fundamenteel belang. Bovendien hebben de topsectoren nu al een tekort aan goed opgeleide technici.

Alleen met voldoende opgeleide ingenieurs kunnen we uitblinken in onze topsectoren en een internationaal concurrerende kenniseconomie blijven. Daarom vraagt de studentenvertegenwoordiging van de Technische Universiteit Delft het kabinet om bèta’s te steunen. Volwaardige ingenieurs zijn immers een fundament waar niet alleen de Nederlandse dijk, maar ook de Nederlandse kenniseconomie op rust.

Hester van der Waa is voorzitter van de studentenraad van de Technische Universiteit Delft. Mariska Heidema is voorzitter van de Delftse studentenvakbond VSSD.