Weer aanslag op Iraanse kernwetenschapper

Iran beschuldigt Israël en de VS.

In wat een kopie lijkt van eerdere aanslagen op Iraanse nucleaire wetenschappers, is gisteren in Teheran weer een geleerde opgeblazen in zijn auto. De man, Mostafa Ahmadi-Roshan, zou een medewerker zijn van het hoofd aankoop van de nucleaire verrijkingsfabriek bij Natanz. Ook was hij een specialist in het ontwikkelen van een beschermlaag voor centrifuges die worden gebruikt om uranium te verrijken.

De verrijking van uranium in de fabriek in Natanz is zeer omstreden. Het buitenland, met de Amerikanen en Israël voorop, vrezen dat Iran dit wil gebruiken voor kernwapens. Ook het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) uitte deze verdenking in november vorig jaar. Iran houdt vol dat zijn nucleaire programma uitsluitend vreedzame doeleinden dient. De installaties in Natanz nemen een centrale plaats in in het nucleaire programma van Iran.

De Iraanse vicepresident Mohammad Reza Rahimi wees gisteren meteen met de beschuldigende vinger naar „zionisten” (Israël) en „diegenen die zeggen tegen terrorisme te zijn” (de Verenigde Staten).

De aanslag lijkt sterk op twee eerdere aanslagen op Iraanse kernwetenschappers in 2010, en vond plaats op de dag van een herdenkingsdienst voor een soortgelijke aanslag op een andere nucleaire wetenschapper in 2009. De explosie deed zich voor tijdens de ochtendspits. Ooggetuigen zeggen dat een motorrijder een magnetische bom op de auto zette die seconden later afging.

Ook bij eerdere aanslagen kregen de VS en Israël de schuld van de Iraanse autoriteiten. Die leggen ditmaal ook een ander verband, met de parlementsverkiezingen van 2 maart. „Ze willen dat mensen niet gaan stemmen in de verkiezingen”, zei de vicegouverneur van Teheran, Safar Ali Baratloo.

Iraanse parlementariërs riepen vanmorgen ‘dood aan Amerika’ en eisen dat het IAEA stopt met het doorgeven van namen van belangrijke wetenschappers. (NRC)