Waar moet ik m'n Bentley nu halen?

Deze week viel het doek voor Hessing, de Utrechtse importeur van dure auto’s.

Het bedrijf kwam in problemen door dure hobby’s van de aandeelhouder.

Probleem voor rijke Nederlanders: waar moeten zij hun auto’s kopen. Na het faillissement van Ferrari-dealer Frits Kroymans drie jaar geleden, sportwagenbouwer Spyker eind vorig jaar, viel deze week het doek voor Hessing, de importeur van merken als Rolls Royce, Bentley en Maserati.

De rechtbank Utrecht verklaarde Hessing’s Autobedrijven BV, plus de gelieerde botenhandel en vastgoedvennootschappen, maandag failliet. De in het oog springende glazen showroom langs de A2 bij Utrecht, die tevens dienst doet als geluidswal voor de daarnaast liggende woonwijk Leidsche Rijn, sloot de dag erna zijn deuren.

Vermogende Nederlanders die een nieuwe bolide reeds besteld hebben, maar nog niet geleverd kregen, zijn hun aanbetaling van 20 procent voorlopig kwijt. Zij dienen als schuldeiser achter in de rij aan te sluiten voor de door de rechtbank benoemde curator Johan Westerhof.

Als de plannen voor een doorstart [zie inzet] niet doorgaan, verliezen 44 mensen hun baan.

Eigenaar Frits Hessing (58) toonde zich vrij recent nog optimistisch over de gezondheid van zijn bedrijf. „Het gaat voor het eerst in jaren weer winst draaien”, sprak hij een maand geleden nog opgewekt in maandblad Quote. Hij gaat nu de geschiedenis in als de man die het 83-jaar oude familiebedrijf om zeep hielp – dat is althans hoe veel kenners van het bedrijf er tegenaan kijken.

Hoe belabberd het bedrijf er inmiddels financieel precies voorstaat, is lastig te achterhalen. De laatst bekende cijfers dateren van boekjaar 2009 . Toen was de omzet met 40 procent behoorlijk ingeklapt, tot iets meer dan 16 miljoen euro. Onderaan de streep was het verlies verdrievoudigd tot 672.000 euro.

In 2007 wist Hessing 167 auto’s te verkopen, goed voor een omzet van ruim 35 miljoen euro en een nettowinst van 270.000 euro. Volgens Quote, waarin Hessing in 1999 een van zijn zeldzame interviews gaf, steeg in goede jaren de winst nooit uit boven de prijs van een Bentley.

De problemen voor Hessing ontstonden niet zozeer door een terugvallende vraag naar luxe auto’s, maar door al even kostbare nevenactiviteiten van de enig aandeelhouder. Na verhuizing van zijn hoofdkantoor naar Utrecht in 2005, startte Hessing een megalomaan vastgoedproject op zijn oude stek in De Bilt. Daar wilde hij een comfortabel, maar omstreden resort neerzetten met 66 villa’s en 34 appartementen voor dezelfde doelgroep als die in zijn showroom.

Dit ‘Park Bloeyendael’ zou de eerste rijkeluis-gated community worden van Nederland, naar Amerikaanse snit: met een hoog hek eromheen en een slagboom met portier bij de inrit. Niet alleen om die reden was het project omstreden. Het park lag midden tussen een aantal natuurgebieden. Hoewel gemeente en provincie de benodigde vergunningen hadden afgegeven, was Hessing nog in onderhandeling met omwonenden en natuurbeschermers voor de aanleg van een wildtunnel.

Dit was niet Hessings grootste hobbel. Dat was de financiering. Om het park van de grond te krijgen – na de nodige vertraging zou de eerste schop komend voorjaar de grond in gaan – had Hessing zich diep in de schulden gestoken. Een lening van de vastgoedtak van SNS Reaal van ruim 20 miljoen euro werd in 2008 aangevuld met een lening van 10 miljoen bij collega-autohandelaar Evert Louwman uit Wassenaar. Het project haperde door tegenvallende voorverkoop van de kavels.

Nadat Hessing vorig jaar in gebreke was gebleven in zijn rente- en aflossingsverplichtingen, liet Louwman beslag leggen op onder meer de voorraad auto’s van Hessing en de showroom. In november bewoog de Utrechtse rechtbank de twee strijdende partijen tot een schikking, wat Hessing enige lucht gaf. Een akkoord kwam er evenwel niet. Afgelopen maandag waren het Louwman en de lokale Rabobank die het faillissement aanvroegen.

Frits Hessing verklaarde gisteren in De Telegraaf dat Louwman hem „bewust kapot” heeft gemaakt. „Hij wilde gewoon mijn bedrijf inpikken.” Dat vinden kenners van de sector onwaarschijnlijk. „Wat moet Louwman als importeur van Toyota en Lexus met die dure merken van Hessing?”, zegt een betrokkene. „Hij wil gewoon z’n geld terug.”

Tot slot, ter geruststelling voor vermogende landgenoten die hun succes graag afmeten aan hun vierwielige transportmiddel: met uitzondering van Spyker zijn blitse auto’s nog altijd te koop. Frits Kroymans maakte voor de handel in Ferrari’s, Aston Martins en Jaguars een doorstart. En de merken van Hessing zijn ook zonder de importeur beschikbaar. Die worden door de fabrikanten desgewenst ook via zelfstandige dealers geleverd.