Rintje Oma heeft het koud

Vandaag past oma na schooltijd op Rintje, want mama is naar de stad. Als Rintje, Tobias en Henriette bij Rintjes huis aankomen, staat oma al voor het raam te wachten. Ze zwaait en doet snel de voordeur open. ‘Wat gezellig dat je je vriendjes hebt meegenomen’, zegt ze.

Rintje springt blij tegen haar op. Oma geeft hem een dikke knuffel. Daarna geeft ze Tobias en Henriette een aai over hun bol. ‘Ben je ook net binnen?’ vraagt Rintje.

‘Nee hoor jongen, ik ben er al de hele ochtend. Hoezo?’ ‘Je hebt je jas aan en je sjaal om, en je draagt je hoed!’ Oma moet lachen. ‘Dat is omdat ik het zo koud heb’, zegt ze.

‘Maar het is hier heel erg warm’, zegt Henriette. ‘De verwarming staat te loeien’, zegt Tobias als hij aan de kachel voelt. ‘Tja’, zegt oma, ‘dat krijg je als je zo oud bent als ik, dan heb je snel een koude neus en koude poten. Kom, jullie krijgen eerst thee met een vers stuk taart, die heb ik net gebakken.’

Ze smullen met z’n vieren van de taart. ‘Toch vind ik het maar raar dat je je jas aanhoudt en je hoed op’, zegt Rintje. ‘En ook ongezellig. Het lijkt net alsof je zo weer weggaat.’ ‘Ik weet wel iets om het warm te krijgen’, zegt Tobias. ‘We gaan dansen!’ ‘Ja’, zegt Henriette. ‘Ik doe het voor! Let op.’ Ze gaat op haar achterpoten staan en kijkt heel serieus. Ze strekt haar rechter onderpootje en maakt dan een pirouette.

‘Maar dat is ballet’, zegt Tobias. ‘Dat is veel te moeilijk voor de oma van Rintje.’

‘Dansen op muziek’, zegt Rintje. ‘Dat is veel leuker.’ ‘Ja, en die muziek maken we zelf’, zegt Tobias. ‘We zingen een liedje. En ondertussen dansen we.’

‘Ik ben bang dat ik er te oud voor ben’, zegt oma. ‘Maar ik ga het proberen.’

Tobias fluistert iets in het oor van Rintje en Henriette. ‘Een, twee, drie!’ roept hij dan. Met zijn drieën beginnen ze te zingen:

‘Weegt de dag zwaar, heb je honger of verdriet,

zing een lied, zing een lied!

heb je zorgen of weet je het even niet,

zing een lied, zing een lied!

hangt je staart tussen je benen,

heb je een hoofd als een vergiet,

zing een lied, zing een lied, zing een lied!

is je neus weer veel te droog,

heb je vlooien die je echt niet ziet,

zing een lied!

je zal zien dat door te zingen en te joelen,

je je steeds wat beter gaat voelen.

dus niet zeuren, maar snel en zeer subiet,

zing een lied, zing een lied!

doet je hart dan nog steeds een beetje zeer,

dan zing je het hele liedje nog een keer!

Terwijl de drie vriendjes zingen, springen ze vrolijk op en neer.

Oma staat op en begint ook te dansen.

Rintje, Tobias en Henriette zingen het liedje nog een keer en met z’n vieren dansen ze de keuken en de gang door, de trap op naar boven en dan weer naar beneden.

Als ze het lied zeven keer hebben gezongen ploffen ze met z’n allen op de bank. Oma gooit haar jas uit en doet haar sjaal af. En ook haar hoed vliegt door de kamer. ‘Wat een goed idee, Tobias’, lacht oma. ‘Ik heb het in geen tijden zo lekker warm gehad!’