Radar Love!

Opeens stond ik voor een levensechte tv-camera, bestemd voor nieuwslezers. Ik mocht ervoor plaatsnemen en vanaf de autocue schuin voor me een tekst oplezen, bestemd voor de beelden die zich ernaast op een scherm ontrolden.

Dat voorlezen ging nog wel, maar welke draai gaf ik mijn bovenlichaam, waar liet ik mijn armen? En keek ik nog wel goed in de camera?

Gelukkig was er niemand die op me lette, want ik bevond me in de zogeheten Experience, de interactieve mediatentoonstelling in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in het Hilversumse Mediapark. Vroeger heette die tentoonstelling het Nederlands Omroepmuseum. We leven in snellere tijden, maar we hebben soms wel meer woorden nodig.

Er is daar veel te zien, al moet je er in het halfduister wel goed naar zoeken. Ik was bezoeker op een woensdagmiddag, toen de schooljeugd er zijn hart kwam ophalen. Het is vooral voor jongeren een leuk museum, want ze kunnen er volop tv-makertje spelen. De volwassenen ook, maar die zijn luier en zoeken liever een filmpje uit de archieven op.

Mijn auditie als nieuwslezer kon ik later in een stil zijkamertje terugzien. Rampzalig. Ik zat erbij als een half leeggelopen zandzak, nors kijkend, alsof ik zojuist mijn ontslag had gekregen, en mijn blik net náást de camera gericht. Mijn stem leek van de bodem van een rivier te komen. Dit was een zombie waar Rob Trip weinig concurrentie van zou krijgen.

Gedesillusioneerd wandelde ik verder tot ik bij de Popstudio terechtkwam, een ruimte waarin jongeren zelf als regisseur of artiest ‘muziektelevisie’ kunnen maken. Toen ik er wilde binnengaan, waren er drie jongetjes driftig bezig. Twee van hen stonden als artiest op een klein podium, de derde was de regisseur achter een paneel waarmee hij de beelden op een scherm toverde.

De twee jonge artiesten verstarden toen ik mijn gezicht liet zien. Een pottenkijker, dat was niet de bedoeling. De een had een namaakgitaar in zijn armen, de ander een microfoon. Haastig liep ik door en ging een trappetje op naar een gang achter de studio. Daar kon ik door enkele grote kijkgaten de studio inkijken, waar de jongens hun activiteiten enthousiast hervat hadden.

Uit een geluidsinstallatie in het plafond klonk keihard Radar Love van Golden Earring. De gitarist hakte woest op zijn gitaar, de andere jongen zong gillend, tilde de microfoonstandaard op en bewoog hem horizontaal uitzinnig heen en weer, zoals hij Barry Hay had zien doen. Dit was het volle leven waar zij naar op weg wilden. Roem, geld, vrouwen. „We’ve got a thing that’s called Radar Love! We’ve got a wave in the air, Radar Love!”

Andere koek dan Rob Trip.

Ik wilde de jongens niet meer in hun fantasie storen en sloop verder, toen ik een vrouwenstem hoorde zeggen: „Straks mag jij leadzangeres zijn.” Het was een moeder die met haar dochtertjes stond te wachten tot de Popstudio vrijkwam.

Ik ging een paar oude filmpjes bekijken, maar voor ik het gebouw verliet liep ik nog even langs de Popstudio. Daar wachtte mij een prettige verrassing. De dochtertjes hadden achter het regiepaneel plaatsgenomen en hun moeder, zich onbespied wanend, danste en zong op het podium. Ze was in de dertig en droeg hoge laarzen waarop ze koket ronddraaide, af en toe haar armen ritmisch in de lucht priemend op de maat van een luchtig deuntje.

„We’ve got a wave in the air”, wilde ik roepen, maar ik hield me nog net in.