Overcapaciteit nekt kwetsbaar Petroplus

Ondanks de hoge benzineprijs dreigt Petroplus failliet te gaan door overcapaciteit op de raffinagemarkt. Nieuwe concurrentie in Azië bedreigt de werkgelegenheid in Europa.

Er ontvouwt zich een grimmig spel rondom de vijf raffinaderijen van het Zwitserse bedrijf Petroplus. Vakbonden in België, Frankrijk en Zwitserland vechten voor het behoud van banen. En banken willen vooral zoveel mogelijk van hun geïnvesteerde geld nog terugzien.

Petroplus verkeert sinds twee weken in ernstige problemen, doordat een groep van dertien banken een kredietlijn van 1 miljard dollar plotseling heeft bevroren. Zonder dat geld kan het bedrijf geen aardolie voor zijn raffinaderijen kopen. Daardoor loopt de productie van benzine, diesel en andere olieproducten gevaar, en dreigt het bedrijf zijn bron van inkomsten te verliezen. Een faillissement hangt in de lucht.

Gisteren bereikten Petroplus en de banken toch een akkoord. Het bedrijf krijgt tijdelijk krediet, zodat de twee meest winstgevende van de vijf raffinaderijen voorlopig nog kunnen blijven draaien. De andere drie gaan dicht.

Maar wat betekent dat, vraagt vakbondsman Koen Slegers zich af. Hij vertegenwoordigt de 2.500 werknemers van Petroplus. Hoe lang loopt dat krediet nog? En hoe zit het met de drie raffinaderijen die wel worden gesloten? Krijgen de werknemers daar een goede ontslagregeling? Of sturen de banken aan op een faillissement, zodat er geen geld hoeft naar een ontslagregeling en zij meer van hun investering terug zien? Slegers vermoedt dat laatste. Hij vertrouwt de hele gang van zaken niet. „Hoe bestaat het dat banken van de ene op de andere dag, onaangekondigd, een beursgenoteerd bedrijf kunnen droogleggen”, zegt hij via de telefoon vanuit Antwerpen. Daar staat een van de drie raffinaderijen van Petroplus die dicht moeten. Slegers vermoedt dat er meer achterzit. Wat is bijvoorbeeld de rol van de voormalige topman van Petroplus, de Amerikaanse ondernemer Thomas O’Malley? Slegers wil de onderste steen boven krijgen. Via de Europese koepelorganisatie voor vakbonden, de ETUC, gaat hij een onderzoek instellen, zegt hij.

De problemen bij Petroplus komen niet uit de lucht vallen. Het gaat al jaren slecht met het bedrijf. Sinds 2008 draait het met verlies.

Maar niet alleen Petroplus heeft het moeilijk. De raffinagesector in zowel Europa als Amerika kampt al enige tijd met lage marges. De Amerikaanse oliemaatschappij Chevron gaf als gevolg daarvan gisteren een winstwaarschuwing. Europa en de VS hebben last van de groeiende concurrentie uit het Midden-Oosten en Azië. Om de snel groeiende automarkt in deze regio’s te voorzien van brandstof verrijzen in Saoedi-Arabië, China en India nieuwe, efficiënte raffinaderijen. Zij hebben een concurrentievoordeel ten opzichte van de vaak oude, kleine raffinaderijen in het westen, waar bovendien de automarkt langzaam verzadigd raakt.

Daarbij speelt ook het Brusselse klimaatbeleid een rol. Als gevolg daarvan moeten auto’s meer op biobrandstoffen gaan rijden. Dat dempt de vraag naar benzine en diesel. Het maakt dat er overcapaciteit is op de Europese markt, met name voor benzine. De crisis verergert de situatie, omdat banken huiverig zijn geld uit te lenen, terwijl veel raffinaderijen niet zonder krediet kunnen om olievoorraden aan te leggen.

Uit cijfers van de Europese koepelorganisatie van petroleumbedrijven blijkt dat er in 2005 nog 106 raffinaderijen waren in Europa. Daar waren er in 2010 nog 96 van over. En het aantal blijft dalen. Petroplus hield een half jaar geleden een presentatie voor analisten en meldde dat er 15 raffinaderijen te koop staan in Europa.

Bij Petroplus speelt nog iets, zegt ING-analist Alex Zuiderwijk. Het lot van het bedrijf is ook het gevolg geweest van een verkeerde gok. In 2006 kreeg de Amerikaan Thomas O’Malley de leiding over het bedrijf. In de VS had hij al twee keer eerder raffinaderijen goedkoop opgekocht, en met veel winst doorverkocht. Dat wilde hij ook met Petroplus doen. Hij kocht raffinaderijen in Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Zwitserland en zadelde het bedrijf daardoor op met hoge schulden. Terugbetalen is echter nooit gelukt, door alle mondiale ontwikkelingen. Vorig jaar werden al drie van de acht raffinaderijen gesloten. Nu volgen er nog eens drie. O’Malley vertrok vorig jaar bij Petroplus.

Vakbondsman Slegers is er op gebrand een goede ontslagregeling voor zijn mensen uit het vuur te slepen. „Desnoods bezetten we de raffinaderijen”, zegt hij. „Dan kunnen de banken fluiten naar hun geld.”