Over revoluties

Revoluties slagen er zelden in het programma uit te voeren dat hun aanstichters hebben ontworpen en waarvoor zij miljoenen wisten warm te maken. De Franse Revolutie van 1789 liep uit op het keizerrijk van Napoleon, dat in Waterloo eindigde. De revoluties van 1848 brachten de dictatuur van Napoleon III voort, die in Sedan sneefde.

De Russische revolutie van 1917 stierf, na zeventig jaar, een stillere dood, en Mao Zedong zal wel niet gedroomd hebben dat het resultaat van zijn revolutie een kapitalisme zou zijn dat de wereld sinds de negentiende eeuw niet heeft gezien.

En de golf van revoluties die vorig jaar over de Arabische wereld is geslagen? In de eerste plaats: waren dat wel revoluties? De correspondent van de Arabische zender Al Jazeera in Duitsland ontkent dit in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 5 januari. Daarvoor missen zij een theorie en een toekomstvisie, zegt hij. Hij noemt ze opstanden.

Revolutie of opstand – het Westen heeft ze toegejuicht en, in het geval van Libië, zelfs militair gesteund, hoewel het helemaal niet zeker is dat ze de westerse belangen in de regio zullen dienen. Maar ze waren onvermijdelijk, en dan is het wijs zich er op tijd achter te scharen. Israël zal daar anders over denken, want het heeft in Mubarak een virtuele bondgenoot verloren, en daarmee is de instabiliteit in het Midden-Oosten vergroot.

Er zijn meer paradoxen. De correspondent van de Volkskrant in de Verenigde Staten geeft, aan de hand van enkele commentatoren, in de krant van 6 januari een analyse die erop neerkomt dat president Bush jr., door een oorlog tegen Irak te beginnen die tot de dood van Saddam Hussein zou leiden, eigenlijk „de eerste stap naar democratisering in de regio” heeft gedaan.

Immers – en hier haalt hij de onlangs overleden essayist Christopher Hitchens aan – „als Saddam Hussein nog aan de macht was, zou de Arabische opstand nooit gebeurd zijn”. Hij citeert ook anderen, onder wie de historicus Niall Ferguson, die in dezelfde zin schreven. Bijvoorbeeld de Britse islamexpert Con Coughlin, die denkt „dat de val van Irak een diepgaande impact heeft gehad op het lot van de andere dictators die de Arabische wereld onveilig maken”. Moet Bush alsnog geprezen worden voor die oorlog, die algemeen als rampzalig – voor Irak en Amerika – wordt beschouwd?

De bewering van die commentatoren is onbewijsbaar, maar toch zit er iets in. De neoconservatieven onder Bush wilden het bevrijde Irak omtoveren in een centrum van democratie, dat zijn invloed zou uitstralen over het hele Midden-Oosten. Onzin natuurlijk, maar als die nieuwe theorie juist is, dan zouden de neoconservatieven toch nog gelijk hebben gekregen, zij het op een andere manier dan zij waarschijnlijk hadden gedacht en met een ander resultaat dan zij hadden gewenst. Want het is nog helemaal niet zeker of die opstanden in de Arabische wereld democratische staten zullen opleveren.

Maar er is meer opstandigheid in de wereld: de indignados, die in mei Madrid lam legden uit protest tegen een jeugdwerkeloosheid van 40 procent; de Occupybeweging op Wall Street, nagebootst op het Damrak en andere plaatsen in Europa; de massale protesten in Moskou tegen de vervalste verkiezingsuitslag; zelfs China is er niet van gevrijwaard. Allemaal tekenen van onzekerheid, die niet alle dezelfde oorzaak hebben, maar wel aanstekelijk op elkaar lijken te werken.

Waarschijnlijk zullen ze op nóg grotere onzekerheid uitlopen. Revoluties zijn het nog niet, want hun ontbreken ook nog een ideologie of theorie en een toekomstvisie. De implosie van het communisme ligt nog te vers in het geheugen dan dat de mensen warm kunnen lopen voor nieuwe -ismes. Het enige -isme dat op het ogenblik een kans lijkt te maken, is het nihilisme. Ouderen onder ons herinneren zich misschien het boek van Hermann Rauschning uit 1938, Die Revolution des Nihilismus, waarmee hij Hitlers nationaal-socialisme bedoelde.

Het is dus voorbarig om hoera te roepen bij elke revolutie of opstand die ergens uitbreekt. Alexis de Tocqueville kreeg ruzie met een vriend, toen die in de revolutie van 1848, die leidde tot de – ook door Tocqueville, maar om andere redenen, verwelkomde – vlucht van koning Lodewijk Filips I, het aanbreken van een nieuwe dageraad zag. Tocqueville zag er juist „de definitieve ondergang van de vrijheid” in, want „datzelfde volk dat jij zo naïef bewondert, heeft zojuist bewezen noch in staat noch het waard te zijn in vrijheid in te leven”. Hij kreeg gelijk, want nog in hetzelfde jaar koos het volk met grote meerderheid de man tot president die later, na een staatsgreep, de democratie zou afschaffen: Napoleon III.

Over revolutie gesproken: het is merkwaardig dat de eerste betekenis die Van Dale, maar ook de Franse Littré, de Britse Concise Oxford Dictonary en de Amerikaanse Webster van dat woord geven, de jaarlijkse omwenteling van de aarde om de zon is. Hoe heeft een cyclisch, eeuwig weerkerend verschijnsel als metafoor kunnen dienen voor een rechtlijnig verschijnsel, dat één, nieuw doel heeft: de omverwerping van een Ancien Régime en/of de instelling van een ideale staat?