opinext

Internet op zwart

Gister deed de rechter uitspraak in de zaak Brein versus Ziggo en XS4ALL: internetproviders moeten meewerken aan het censureren van websites. Dit is een uitvloeisel van bestaande – mijns inziens onredelijke – regels.

Ondertussen is de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Fred Teeven, ondanks de wil van het parlement toch het downloadverbod aan het invoeren en is de ACTA/SOPA- lobby bezig om nog striktere regels voor internetgebruik het wetboek in te lobbyen.

Het vrije internet staat meer onder druk dan ooit. Voor de handhaving van dit soort verboden zal de internetprovider een monitorend en censurerend mechanisme moeten plaatsen. Eenzelfde mechanisme waarvan we in Nederland geconstateerd hebben dat het onwenselijk is om te verkopen aan landen als Iran en Syrië, wordt nu ingezet tegen de Nederlandse bevolking om te voorkomen dat we verkeerde liedjes downloaden.

Fijn voor Martin Bosma, hij kan nu controleren of we echt wel 10 procent Nederlandse muziek luisteren, maar een zwarte dag voor de vrijheid van het internet.

Een tweede probleem is dat je niet kan controleren wat er gecensureerd wordt! Blijft het bij torrentaanbieders of zullen ook satirische twitteraars (zoals 7 januari uitgevoerd door de RVD) aan Nederlandse censuur ten prooi vallen?

Dit alles terwijl er alternatieven zijn. De markt blijkt al flink te innoveren, er zijn genoeg nieuwe businessmodellen voor de muziekindustrie.

De Tweede Kamer is nu aan zet. Ik hoop dat ze dit snel rechtzetten en zich uitspreken tegen censuur en voor het vrije internet!

Jeroen Slobbe

Msc student Information Security Technology aan de TU-Eindhoven

Huisarts

Als partner van een voltijds huisarts weet ik aardig wat er onder huisartsen leeft. Neem de praktijk van mijn vrouw, dokter in Schiedam. De feestdagen zijn voorbij. Het nieuwe jaar is begonnen. Mijn vrouw en haar collega’s lopen op hun tandvlees, maar wie denkt dat zij de afgelopen jaren bezig zijn geweest met het beletten van vrije mededinging is niet goed wijs.

Het voorspelbare psychologische effect van de boete van de Nederlandse Mededingingsautoriteit voor de Landelijke Huisartsen Vereniging levert een mooie paradox. De verabsolutering van vrije mededinging als het hoogste goed in de zorg zal de toestroom van huisartsen de komende jaren nóg verder doen opdrogen. Niet het vestigingsbeleid, maar de beeldvorming is het probleem. Tussen huisartsen en het ministerie van Volksgezondheid ontstaat een culturele en sociaal-psychologische kloof.

Ik vroeg mijn vrouw hoe moordend de concurrentie is tussen huisartsen die zich proberen te vestigen in Schiedam. Ze begon smalend te snuiven. Schiedam mag al blij zijn als het over vijf jaar nog voldoende huisartsen heeft. Dit geldt voor veel steden en dorpen, vooral in ontvolkingsregio’s. In een markt die geen markt is, is ‘vrije mededinging’ een onzinnige kreet.

Rob Hogendoorn

Maasland