Makke schapen

Tweewekelijks schrijft Gerrit Komrij over internet in de krant. Meer op nrc.nl/komrij.

De berichten zijn niet geruststellend. Maar sussers en tut-tutzeggers genoeg. Het zal zo’n vaart niet lopen. Man, je ziet spoken. Dat gezeur kennen we nu wel.

Ik bedoel de berichten over de botsing tussen staat en internet. Er bloeit ook veel moois tussen de overheid en internet. Maar wat telt is dat er bewegingen zijn van bovenaf, bedoeld om de zaak onder de duim te houden, en bewegingen van onderaf, al die rebellen en snotneuzen die steeds weer in de reet van internet kruipen om de gezellige orde te verstoren. Uiteindelijk moeten die twee een keer botsen. Uiteindelijk zal de staat haar machtswoord laten gelden. Daar moeten we vierentwintig uur per etmaal acht op slaan, en niet op de lui die ons telkens komen voorhouden dat er ook veel moois te beleven valt aan de vrijage tussen politiek en propaganda.

De naïveteit grenst soms aan het misdadige. „Terwijl de dromers dromen in hun nieuwe wereldje vol perspectieven zijn de snelle baasjes al bezig om te zien hoe ze die wereld naar hun hand kunnen zetten”, schreef ik de vorige keer. En: „Het uitwisselen van dromen en ideeën is, waar je bij stond, vervangen door het uitwisselen van polshorloges en hypotheken.” Ik had het over de commercie. Ik had het ook over de politie kunnen hebben, de veiligheidsdiensten of de Chinezen die voor de deur staan.

Vrijwel onmiddellijk nadat dit geplaatst was op het NRC blog dook de volgende tweet op: „Ach, Komrij. Hij heeft goede punten, maar soms heb ik het idee: dat was vijf jaar geleden actueel.”

Ik krijg niet de indruk dat de strijd om wie de baas speelt op internet niet langer actueel is.

Dat is een beetje jammer van die snelle wisseling van problematiekjes en die populaire aanstellerij om al op 1 januari 2012 te zeggen „dat is zóóóóó 2011!” – de schurken kunnen gewoon met hun armen over elkaar afwachten, omdat die makke schapen morgen toch al zijn vergeten wat ze gisteren nog gevaarlijk vonden.

Voelde de twitteraar zich misschien aangesproken? Was hij zelf iemand van de commercie? Meteen naar de website van meneer. Nee, hij verkoopt geen hypotheken. Wel presenteert hij zich als een van de enthousiaste internetpioniers uit de wereld van dromers waarover ik schreef. Ik begrijp hem wel. „Als wij, pioniers, het er al eens over gehad hebben, vijf jaar geleden, bestaat het probleem niet meer”, moet hij hebben gedacht. Het is loffelijk het daar vijf jaar geleden over gehad te hebben. Maar het probleem is daarmee niet de wereld uit.

De pionierende twitteraar schrijft op zijn website over een bezoek aan het Mozilla Festival in Londen, waar internetjournalisten en programmeurs samenkomen ‘om te bouwen aan het openbare web van de toekomst’. Vol bewondering schrijft hij: „Wat hebben gaten in de weg, illegale prostitutie en zwerfkatten met elkaar gemeen? De locatie van al die dingen kan worden gecrowdsourcet. Die informatie kan worden gebruikt door overheden om problemen op te lossen.” Meneer is opgetogen over die toepassing van crowdsourcing. Burgers kunnen via apps op hun gsm problemen melden (hoeren en katten in mijn straat) en de lokale overheid kan ermee aan de slag. Zonder één kritische noot doet meneer verslag. De lichte kant is zo mooi dat de duistere kant niet langer actueel is.

Maar in gedachten blijf ik, amechtig achteraanhollend, die gaten in de weg, prostituees en zwerfkatten vervangen door joden, homo’s en zigeuners.

Ik zie al de eerste gecrowdsourcete lynchpartij. Maar ik ben dan ook een gedesactualiseerde sukkel.

De journalisten hebben het blijkbaar opgegeven.

De hackers zijn de ware helden van onze tijd.