Linkse Deense regering zoekt hart van Europa

Anders dan het Verenigd Koninkrijk wil Denemarken zijn afstand tot Europa verkleinen. De Denen willen volwaardig meedoen, behalve met de muntunie.

Als regering van een land dat tijdelijk EU-voorzitter is, kun je nauwelijks anders dan zeggen dat Europese samenwerking heel belangrijk is. En dat je alles zult doen om de eenheid te versterken, zonder aan je eigen belangen te denken.

Bij Denemarken, sinds 1 januari EU-voorzitter, is dat niet anders. Maar premier Helle Thorning-Schmidt en haar ministers doen extra veel moeite – ze komen zelfs met harde toezeggingen.

Denemarken houdt traditioneel graag afstand tot de EU. Het heeft allerlei uitzonderingsposities: het doet niet mee aan de Europese defensie, de EU-regels voor Justitie en Binnenlandse Zaken en ook niet aan de euro. Thorning-Schmidt weet dat de Denen de euro nog steeds niet willen. Maar van de andere uitzonderingen wil haar regering nu af.

De Deense kiezers moeten dat nog goedkeuren in referenda, maar de boodschap vanuit Kopenhagen is duidelijk. Nu het Verenigd Koninkrijk, ook een land met allerei uitzonderingsposities, steeds verder verwijderd raakt van de EU, zal Denemarken juist Europeser worden.

Nog niet zo lang geleden was alles anders. De vorige centrum-rechtse minderheidsregering, die gedoogsteun had van de populistische (en anti-Europese) Deense Volkspartij van Pia Kjaersgaard, besloot vorig jaar om weer grenscontroles in te voeren, ook al hoort Denemarken bij de vrij-reizenzone Schengen. De Europese Commissie reageerde fel. Volgens politici uit andere Schengenlanden bedreigde die beslissing de Europese eenheid, die al onder druk staat door de economische en financiële crisis.

Het scheelde weinig, maar bij de parlementsverkiezingen in het najaar verloor het conservatief-liberale blok van oud-premier Lars Løkke Rasmussen. Denemarken heeft nu een links-liberale regering die vast van plan is om het Deense imago in Europa te verbeteren – maar ook om de eigen, wat eurosceptische bevolking ervan te overtuigen dat Denemarken met zijn open economie de EU hard nodig heeft.

En zo kwam het goed uit dat Denemarken tot aan de zomer EU-voorzitter is. „Wij zullen de bridge over troubled water zijn”, zei de Deense minister van Europese Zaken Nikolai Wammen deze week tegen een groep Brusselse journalisten in Kopenhagen: Denemarken zal proberen om eurolanden en niet-eurolanden (en vooral Groot-Brittannië) dichter bij elkaar te brengen.

Denemarken zal eerst moeten bewijzen dat het gezag heeft. Tijdens de EU-top van december zou de Franse president Sarkozy tegen Thorning-Schmidt hebben gezegd dat ze moest zwijgen omdat ze „er toch buiten stond” omdat Denemarken de euro niet heeft, „klein” was en ook „nieuw”. Tegen de Brusselse journalisten zei de Deense premier dat het niet klopte, maar ze wilde niet zeggen wat Sarkozy wel had gezegd. Het was een lange vergadernacht geweest en dan verlies je, zei ze, soms je geduld.

Bij de officiële overdracht van het EU-voorzitterschap, van Polen naar Denemarken, zei Europees Parlementsvoorzitter Jerzy Buzek gisteravond dat de Denen maar één echt belangrijke opdracht hebben: voor elkaar krijgen dat Roemenië en Bulgarije lid worden van Schengen. Ze voldoen aan de criteria, maar Nederland houdt hun toetreding tegen omdat het vindt dat ze te weinig doen tegen misdaad en corruptie. Een hoge Deense regeringsvertegenwoordiger noemt het „een grote schande” dat Nederland „net voor het eind van de wedstrijd nieuwe spelregels bedenkt”. Maar een oplossing weet Denemarken ook niet.