Langzaam drogende letters

In de rubriek Verdwenen bespreekt Rob Biersma (bijna) verdwenen voorwerpen. Vandaag: de kroontjespen. „Na verloop van jaren werd de inkt steeds modderiger.”

Voordat de vulpen, balpen en fijnschrijver op school werden toegelaten, leerden kinderen netjes schrijven met een pen waarvan de punt ingedoopt moest worden in een inktpot. Heel lang gebeurde dat met een kroontjespen.

De kroontjespen was bedoeld voor lopend schuinschrift waarbij alle letters aaneen werden geschreven. Met de kroontjespen moest een letter een dun en een dik gedeelte hebben: dun omhoog en dik naar beneden. Meisjes waren er beter in dan jongens.

Indopen deed je in de inktpot. Die pot was ingebouwd in de schoolbank. Hij werd bijgevuld met een grote fles schoolinkt, meestal van het merk Talens. In ouderwetse, vaste schoolbanken kon de inktpot er niet uit, waardoor na verloop van jaren de inkt steeds modderiger werd. Na de oorlog verschenen er losse schooltafeltjes met een uitneembaar inktpotje, afgedekt door een rood schuifje.

Een kroontjespen versleet door het gebruik. De nieuwe pen moest je eerst aanlikken, anders ‘pakte’ de inkt niet goed. De pen had een tintelende smaak. Meisjesspuug werkte het beste, dat wist iedereen.

Indopen was een routine die je zorgvuldig moest uitvoeren: op de juiste diepte in de inktpot steken, afstrijken langs de rand van de pot en eventueel aan de inktlap.

De inktlap, door je moeder gemaakt, was een stapeltje katoenen lapjes bijeengehouden met een knoop. In de zomervakantie nam je die mee naar huis om uit te wassen of voor een nieuwe.

Letters droogden soms erg langzaam, vooral op glanzend papier. Wie bang was dat ze vlekken zouden vormen, vloeide ze af met vloeipapier. Dat was wit of roze kartonachtig papier dat de inkt opzoog. Thuis en op kantoor werd daarvoor een vloeihobbel gebruikt, maar op school had je een vloeiblaadje. Wie een ingedoopte pen op het vloeiblad zette – wat niet mocht – zag eerst even niets gebeuren. Maar ineens zoog het blad de inkt van de pen resulterend in een grillig gevormde vlek. Wat ook niet mocht was de haarvlecht van het meisje voor je in je inktpot stoppen.

De kroontjespen was vooral bedoeld voor schoonschrift. Rekenen deed je meestal met potlood. Voor de oorlog werd de lei nog wel gebruikt, een platte steen gevat in een houten raam. Daarop kon je met een griffel, een stift van zachte steen, schrijven en tekenen. Met een natte spons wiste je het resultaat weer uit. In het sponzendoosje deed je soms een bruine boon. Dan kon je zien hoe hij uitliep met een wortel en een steeltje.

In de jaren vijftig werd het schuinschrift vervangen door verbonden blokschrift en daarmee verdween de kroontjespen. Er kwam een schoolpen in de plaats, waarmee je geen dun en dik kon schrijven. De buikige penhouder van de kroontjespen werd vervangen door een recht stokje.

De kroontjespen, die er met zijn scherpe punt altijd vervaarlijk uitzag, is het symbool geworden van de macht van het schrijvende woord. Maar nu Gerard van het Reve dood is, is er geen schrijver meer die er een gebruikt.