Lage rente is bleek lichtpuntje

De Nederlandse overheid kan tegen ongekend lage tarieven lenen. Toch blijken de financiële voordelen van de huidige marktsituatie van bescheiden omvang te zijn.

Het grote voordeel van een instortende huizenmarkt is dat je minder belasting hoeft te betalen over je koopwoning. In dat licht kan ook de discussie worden bezien over de meevallers die de Nederlandse schatkist heeft als gevolg van de spanningen op de financiële markten.

De Nederlandse staat leende deze week ruim 3 miljard euro tegen een niet eerder vertoond afbraaktarief van 0,85 procent. De laatste twee jaar zijn beleggers gevlucht in de obligaties van rijke eurolanden waardoor de rente op deze staatsleningen ingrijpend gedaald is. Het zijn de ‘voordelen’ van de eurocrisis, maar vooral voordeeltjes in een grote stroom van tegenvallers. De staatsschuld is scherp gestegen en het begrotingstekort is opgelopen. Het kabinet moet het ontstane gat terugbrengen tot 18 miljard euro per jaar.

De staat is jaarlijks een slordige 10 miljard euro aan rentelasten kwijt op een staatsschuld van zeg 400 miljard euro. Betekent dit dat minister Jan Kees de Jager van Financiën (CDA) nu een meevaller kan incasseren van 7 miljard euro (het verschil tussen de huidige rentelasten en 0,85 procent van 400 miljard)? Dat is, bijna de helft van de bezuinigingsopdracht. Dat had hij gedroomd.

Allereerst is de ‘staatsschuld’ lager: de verplichtingen van provincies en gemeentes tellen niet mee en sommige schuld is niet rentedragend of valt weg tegen de schuld van een andere afdeling binnen het staatsapparaat. Op dit moment betaalt de Nederlandse staat over ruwweg 320 miljard euro rente.

Het agentschap van de Generale Thesaurie draagt zorg voor de financiering van de overheidsschuld. Lenen tegen korte looptijd is doorgaans goedkoper dan tegen lange looptijd, maar dat brengt ook meer risico’s met zich mee. Erik Wilders, de agent van Financiën, wil die juist beperken. Daarom streeft de overheid ernaar om de staatsschuld tegen gemiddeld 7 jaar te lenen. Zo is de overheid beter bestand tegen plots stijgende rentes.

Mocht de gemiddelde rente waartegen de overheid leent naar 8 procent knallen, dan zal het kabinet in zijn regeerperiode 25 miljard extra kwijt zijn. Die tegenvaller zou alweer 7 miljard hoger uitvallen als de overheid gemiddeld iedere vier jaar zijn schuld zou vervangen, zo blijkt uit een gevoeligheidsanalyse van het ministerie van Financiën.

Een voorzichtige overheid pakt dus minder rentevoordeel mee. In Schokproef overheidsfinanciën – een risico-analyse van de Nederlandse begroting heeft het ministerie van Financiën op Prinsjesdag een aardig inzicht gegeven in de gevolgen van een hogere rente. Iedere extra procentpunt rente betekent ongeveer 450 miljoen extra uitgaven. Dat geldt ook andersom. Sinds eind november is het zevenjaarstarief gedaald van 2,4 naar 1,7 procent. Kortom, als dit zo blijft betekent de recente rentedaling een meevaller van ruim 300 miljoen euro. Dat groeit dus ieder jaar: in 2012 300, het jaar erop 600 miljoen en in 2014 zelfs 900 miljoen euro.

Maar daarvoor moet het tarief wel op het huidige lage niveau blijven. Bovendien rekent het Centraal Planbureau gewoon mee: in alle prognoses van tekorten zijn de rentevoordelen al grotendeels meegerekend. Vorig jaar maart werd het tekort voorspeld op basis van een rente van 4 procent. In de laatste raming van december rekende het CPB al met 2,7 procent.

Hetzelfde geldt voor de sterk stijgende olieprijs dat via de gasbaten voor een leuke meevaller kan zorgen. In de december-raming werden er voorspellingen gedaan op basis van een olieprijs, een vat Brent, van 112 dollar. Vanmorgen noteerde het vat 113 dollar. Het kabinet heeft meevallertjes van rente en olie, maar veel om het lijf zal het op korte termijn niet hebben.