Justitie bespreekt mogelijke vervolging Karremans

Mogelijke vervolging van oud-commandant Thom Karremans is eind deze maand onderwerp van gesprek in een zogeheten reflectiekamer van het Openbaar Ministerie. Dat bevestigt een woordvoerder van het OM in Arnhem.

Juristen en andere deskundigen zullen daar feitenmateriaal bespreken over de rol van de leiding van Dutchbat III bij de massamoord in Srebrenica in 1995. Karremans leidde toen die Nederlandse VN-eenheid. Ook komt de wenselijkheid van vervolging aan de orde.

Het feitenonderzoek is voortgevloeid uit de aangifte van genocide en oorlogsmisdaden die advocaat Liesbeth Zegveld in juli 2010 namens nabestaanden heeft gedaan tegen commandant Karremans, majoor Rob Franken en Berend Oosterveen, adjudant personeelszaken.

Het gerechtshof in Den Haag oordeelde deze zomer dat de Staat aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen, van wie Zegveld de nabestaanden vertegenwoordigt. Het kabinet, dat nog naar de Hoge Raad kan voor cassatie, beschouwt dit oordeel als een tussenarrest. Volgens het OM hangt het besluit over vervolging van Karremans niet direct samen met definitieve afronding van de zaak tegen de Staat.

Zegveld noemt de bijeenkomst in een reflectiekamer „niet per se” een stap vooruit in het onderzoek naar de leiding van Dutchbat III. „Ik was tot dit moment optimistisch. Als er een juridisch-technische reden was om niet tot vervolging over te gaan, was die allang gebruikt. Maar ik ben bang dat nu toch een reden wordt gezocht om geen proces te voeren. Die reflectiekamer kijkt vooral of het wenselijk is om de verantwoordelijken te vervolgen. Dat is het, met name voor Defensie, natuurlijk niet. Er zit wel een militair in die reflectiekamer, maar niemand die opkomt voor de nabestaanden.”

Het OM zegt dat een reflectiekamer ook het technisch bewijs bespreekt. Sinds een jaar organiseert het OM geregeld dit soort bijeenkomsten bij ingewikkelde onderzoeken. Deskundigen en juristen wordt om hun expertise en interpretatie van gegevens gevraagd. De advocaat van Karremans, Geert-Jan Knoops, wil in dit stadium alleen zeggen dat „meerdere juridische argumenten” tegen vervolging pleiten.