Japan steunt VS en koopt minder olie Iran

Japan, een van de belangrijkste afnemers van olie uit Iran, heeft gisteren onder Amerikaanse druk toegezegd zijn olie-invoer uit Iran te verminderen. Eerder had China een dergelijk verzoek afgewezen.

De toezegging is een belangrijk diplomatiek succes van de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner, die op een reis door Azië steun probeert te vinden voor de hardere sancties die Washington wil opleggen aan Teheran wegens het omstreden Iraanse kernenergieprogramma.

Ongeveer 10 procent van de Japanse olie-import komt uit Iran. De Japanse minister van Financiën Jun Azumi zei dat zijn land „concrete actie om dit op een geplande manier te verminderen” zal ondernemen. China, de belangrijkste klant voor de Iraanse olie, heeft zich publiekelijk uitgesproken tegen zo’n maatregel.

In een andere poging Iran te isoleren wil Washington ook sancties opleggen aan banken die zaken doen met de Iraanse centrale bank, die de meeste oliebetalingen afhandelt.

„We onderzoeken manieren om de Iraanse centrale bank af te sluiten van het wereldwijde financiële systeem”, zei Geithner in de Japanse hoofdstad. „We zijn in het beginstadium van overleg met Japan en onze andere bondgenoten.”

Maar zo’n bankboycot krijgt minder steun in Tokio. De Japanse regering lijkt in ruil voor minder olie-invoer te streven naar een uitzonderingspositie voor de Japanse banken.

China, Japan en India zijn samen goed voor 40 procent van de Iraanse olie-export. De Amerikanen hopen met de nieuwe sancties de druk op Iran te vergroten om te stoppen met zijn nucleaire programma, dat volgens Teheran alleen vreedzame doelen heeft.

„De nucleaire kwestie is een probleem dat de wereld niet langer kan negeren”, zei minister Azumi. „Daarom begrijpen wij de acties die door de Verenigde Staten worden ondernomen volledig.” Japan is in gesprek met andere olielanden over verhoging van de invoer. De Deense EU-voorzitter heeft gisteren gezegd dat sancties tegen Iran op 23 januari worden besproken. (Reuters, AFP)