Identiteitsfraude

L. is 10 jaar oud, een prachtig kind dat danst en zingt in een bekend kinderprogramma op tv. Als ik haar thuis spreek, zit ze uitgeput op de bank, moe van een lange dag vol zang en spel. Naast haar zit haar jonge moeder V. (31). L. is een rasperformer, eentje die zich met zichtbaar genot in aandacht kan wentelen. Als het maar aandacht van het goede soort is, en niet van het twijfelachtige soort waar ze zich anderhalf jaar geleden in mocht verheugen. V.: „Opeens kreeg ik een telefoontje van een moeder die wilde weten of mijn dochter met haar dochter via Hyves had afgesproken. Dat bleek niet te kloppen, mijn dochter had helemaal niet zo’n bericht verstuurd.”

Wie het bericht wél verstuurd had, zo bleek later, was een vrouwelijke pedofiel die onder L.’s naam een Hyves-account had aangemaakt en zo contact legde met andere kinderen. De moeder moest aan Hyves een kopie van haar paspoort overleggen voordat de site het account wilde verwijderen.

Strafpleiter Bénédicte Ficq was ook het slachtoffer van identiteitsfraude op internet. In haar geval maakte iemand op haar naam een inmiddels verwijderd Twitter-account aan. Vervelend, maar het bracht haar deze week wel tot een pleidooi voor het strafbaar stellen van dit soort frauduleuze internetpraktijken.

Iemand maakte ooit op Facebook een account aan onder mijn naam. Ik had de obsessievelling zijn pleziertje gegund, als hij niet opruiende antimoslimteksten postte. Hij/zij deed dat in een tijd dat het versturen van dreigmails in Nederland een nationale sport leek. Op mijn tientallen mails aan de helpdesk van Facebook kwam geen enkele reactie. Een jaar later loste het probleem zichzelf op toen de moslimvreter zijn obsessie moe werd en het account ophief. Maar dat liet onverlet dat ik mij, om met Bénédicte Ficq te spreken, „aangerand” voelde. Iemand had de controle over mijn identiteit ingepikt en ik kon er weinig aan doen, behalve wat boze berichten sturen die direct kopje onder gingen in een helpdeskmoeras ergens ver weg in Amerika.

Huidige wetten tegen oplichting, valsheid in geschrifte en smaad, voldoen niet helemaal tegen dit soort identiteitsfraude op internet, vindt Ficq. Daar moet verandering in komen. „Het strafrecht moet burgers hiertegen beschermen.”

Als V., L., en ik Hyves nog een keer doorlichten op mijn iPad, stuiten we heel snel op een nieuw nepaccount dat onder L.’s naam is aangemaakt. L. kijkt verschrikt naar haar eigen foto die ergens van het internet geplukt moet zijn, wellicht van de site van het kinderprogramma waar ze aan meedoet. V. haast zich haar dochter gerust te stellen: „Gelukkig heeft deze persoon maar één ander Hyves-vriendje. De vorige die zich als L. voordeed had er honderden.” Morgen zal V. weer naar Hyves mailen om ze op de fraudeur te wijzen. Het zal weer tijd en moeite kosten om het account te laten verwijderen. „Maar”, zucht V, „degene die hier achter zit zal hierna net zo makkelijk weer een nieuw account onder L.’s naam aanmaken.”