'Het schilderij moet gelukkig zijn'

Gagosian Galleries exposeert mondiaal 300 Spot Paintings van Damien Hirst. De werken zijn nog altijd controversieel: hoeveel van de hand van de meester zit er eigenlijk in?

Damien Hirst mag het wat rustiger aan zijn gaan doen sinds hij de kunstwereld op zijn kop zette in de jaren negentig, hij blijft een van de meest controversiële mensen in de kunstwereld.

Zijn For the Love of God (2007), een menselijke schedel bezet met 8.601 diamanten, en The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living (1991), een dode haai in formaldehyde, zijn allebei zowel belachelijk gemaakt als bejubeld.

Sinds 1986 heeft Hirst ook gewerkt aan wat hij Spot Paintings, puntschilderijen, noemt – doeken met daarop in strakke belijning punten in verschillende kleuren en maten.

Van de circa 1.400 doeken zijn er vanaf vandaag 300 tentoongesteld in 11 galeries over de hele wereld van galeriehouder Larry Gagosian. Pakweg de helft van de werken is geleend van zo’n 150 verzamelaars uit 20 landen, de andere helft is te koop.

Omdat Hirst de schilderijen maakte met hulp van assistenten, kwamen er vragen over de authenticiteit. In een interview bespreekt hij zijn werkwijze en pareert hij de kritiek.

Waar kwam het concept vandaan en waarom een ‘fabrieksmatig’ productieproces in plaats van gewoon een penseel op doek zetten?

„In plaats van mijmeren of een schilderij belangrijk of hoge cultuur is, probeerde ik me voor te stellen: wat als je het buiten bij een drukke bar neer zou zetten? Zou het er ’s ochtends nog staan, of zou iemand het interessant genoeg hebben gevonden om mee naar huis te nemen? De schilderijen zijn gemaakt door een penseel op een doek te zetten, en dus zijn ze handgemaakt. Ik denk dat het belangrijk is dat ze handgemaakt zijn, maar net zo belangrijk is het dat ze eruitzien alsof ze fabrieksmatig zijn geproduceerd. Ik heb er nooit een probleem mee gehad om met assistenten te werken.”

Wat is uw idee achter de schilderijen?

„Ik wilde een manier vinden om kleur te gebruiken in schilderijen die niet expressionistisch was. Ik ben opgeleid door schilders die geloofden dat je als kunstenaar moet schilderen wat je voelt, en daar geloofde ik lang in. Maar ik viel van mijn geloof, en wilde een systeem ontwikkelen waarin de beslissingen die je in een schilderij maakt, niet meer belangrijk zijn. Het schilderij moet gelukkig zijn als het klaar is. En toen bedacht ik Spot Paintings.”

Is het waar dat u maar 5 van de ongeveer 1.400 puntschilderijen zelf heeft geschilderd? Of gaat het daar niet om?

„Daar gaat het dus totaal niet om, en het verbaast me dat ik zulke vragen blijf krijgen. Je moet de kunstenaar beschouwen als een architect. We hebben er toch ook geen probleem mee dat grote architecten niet de huizen bouwen die ze ontwerpen.”

David Hockney heeft gezegd dat om een goed schilder te zijn, je het oog, de hand en het hart nodig hebt, maar dat twee van die drie niet genoeg zijn. Bent u het daarmee eens?

„Daar ben ik het absoluut mee eens. In elke Spot Painting zitten mijn oog, mijn hand en mijn hart. Ik bepaal elk aspect van het ontstaan, het gaat veel verder dan alleen het ontwerp of het bestellen per telefoon. Mijn hand is duidelijk aanwezig in ieder detail van de schilderijen.”

U bent de rijkste levende kunstenaar. Wat zegt dat over uw werk? Wat zegt het over de zakelijke kant van kunst?

„Ik heb er altijd naar gestreefd om goed te zijn op mijn eigen voorwaarden, niet om wat anderen vinden. Ik heb de mazzel dat ik dingen kan doen waar ik als kind alleen maar van kon dromen, maar de rijkste levende kunstenaar klinkt niet als een goede leus voor op mijn grafzerk. Het zegt volgens mij niets over de kunstmarkt. Het enige wat ik zeker weet, is dat als twee mensen iets willen hebben en ze allebei veel geld hebben, dat object voor veel geld verkocht zal worden. Dat kan niemand in de hand houden.” (Reuters)

Damien Hirst, The Complete Spot Paintings 1986-2011. Gagosian Galleries. Onder meer van 12/1 t/m 10/2 (Londen en Los Angeles) en t/m 10/3 (Rome, Athene). Inl.: gagosian.com