Het rendement van belasting

Leestekens doen ertoe. Dat geldt ook voor de titel van het rapport dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gisteren openbaarde: Waar voor ons belastinggeld? Het SCP heeft de vraag opgeworpen of overheidsdiensten navenant beter gaan presteren als ze meer geld krijgen en daar ook twijfel over gezaaid. Maar anders dan het in de publiciteit hier en daar lijkt: een onwrikbaar antwoord geven de onderzoekers niet.

‘Bezuinigen kan best’ is een beeld dat de SCP-onderzoekers bij de presentatie van hun constateringen ook zelf opriepen. Dit zal sommige politici niet slecht uitkomen. Maar in hun rapport formuleren de onderzoekers het heel wat omzichtiger: „Het [is] niet ondenkbaar dat sommige ombuigingen het volume en de kwaliteit van de publieke dienstverlening minder zullen aantasten dan velen op dit moment voorzien.”

Ondenkbaar is dat inderdaad niet, maar de, voorspelbare, reacties vanuit bijvoorbeeld de onderwijssector bevatten een vermoeden dat het SCP in een soort Haags complot zou zitten om de geesten rijp te maken voor impopulaire bezuinigingen. Dat is niet zo, maar het SCP moet als zelfstandig wetenschappelijk instituut zulke indrukken wel zien te voorkomen.

Overheidsdiensten op terreinen als onderwijs, zorg, politie en veiligheid laten zich niet eenvoudig in productiecijfers uitdrukken. Tot hoeveel minder criminaliteit leidt ‘meer blauw op straat’ nu echt? Dat zijn moeilijk meetbare grootheden. Daarom houden de SCP-onderzoekers ook zelf diverse slagen om de arm houden bij hun conclusies. De hardste daarvan is dat meer geld slechts ten dele tot betere prestaties leidt. Zo vreemd is dat niet. Onderwijzers gaan niet opeens meer ‘produceren’ na een salarisverhoging

De bevindingen van het SCP, die de periode 1995-2010 beslaan, zijn niettemin politiek relevant. Waarom heeft bijvoorbeeld de verkleining van schoolklassen er niet toe geleid dat meer leerlingen aan de standaardeisen voldoen? Heeft dat wellicht niet zozeer met geld te maken maar meer met het systeem? Zo veroorzaken de onderzoekers meer vragen die een nadere beschouwing verdienen.

Een kernzin in het rapport is ook deze: „Een probleem bij de beoordeling van kwaliteit en doeltreffendheid is de afwezigheid van objectieve maatstavenvoor het niveau van de prestaties.” Valt het mee als ‘maar’ 5 procent van de leerlingen voortijdig de school verlaat of is alleen 0 procent goed genoeg? Dit is de les die politici en andere beleidsmakers uit het rapport kunnen trekken: koppel het uitgeven van (extra) geld zoveel mogelijk aan concrete doelstellingen. Zodat ze meetbaar zijn en antwoord geven op de vraag of we waar krijgen voor ons belastinggeld.