Help mijn man, hij is in de war

Bij huiselijk geweld zijn slachtoffer en dader soms moeilijk te onderscheiden. Hulp komt voor het hele gezin. Kan een echtpaar na geweld weer samenwonen?

‘Melding van huiselijk geweld. Meneer heeft zijn vrouw met een luchtdrukpistool bedreigd. Geboeid weggevoerd. Mevrouw gaf aan erg bang te zijn voor de agressie van meneer als hij vrijkomt.’

Mick de Graauw leest voor uit de aantekeningen die hij destijds maakte op basis van het proces-verbaal van de politie Oosterhout. De Graauw is casemanager bij het steunpunt huiselijk geweld in het veiligheidshuis. Hij laat alle informatie weg die de identiteit van het gezin kan verraden.

Een half jaar na het incident gaan we op bezoek bij de vrouw. We noemen haar Maria. Wat hebben politie, justitie en hulpverleningsorganisaties met het noodsignaal gedaan? Hoe gaat het met Maria?

Een dag na de bedreiging werd de melding tijdens het dagelijks casusoverleg van steunpunt huiselijk geweld besproken. Zo hebben de tien organisaties die samenwerken in het steunpunt dat geregeld. Wat wisten ze met zijn allen van dit gezin? Vier kinderen tussen 3 en 12 jaar uit twee relaties. De oudste zwaar autistisch. Bekend bij geestelijke gezondheids zorg, schoolmaatschappelijk werk en meldpunt kindermishandeling. Waar huiselijk geweld zich aandient, spelen meestal meer problemen: verslaving, schulden, geestelijke nood.

Het steunpunt streeft naar een aanpak voor het hele gezin, voor kinderen én ouders. Voor slachtoffers én daders. De grens tussen die twee is moeilijk te trekken. Vaak houden beide partijen een verziekte relatie in stand.

In een noodsituatie, zoals bij Maria, komt een casemanager van het steunpunt nog dezelfde dag in actie. Mick zocht de man van Maria, die we Steven zullen noemen, in de gevangenis op. Hij trof „een gebroken man, met een laag zelfbeeld”. Zijn ouders hadden hem een jeugd lang ingepeperd dat hij niets goed deed. Maria was het beste wat hem ooit was overkomen. Hij wilde haar en de kinderen helemaal niet pijn doen, bezwoer hij, terwijl de tranen stroomden. „Door al dat gesnotter”, noteerde Mick in zijn werkaantekeningen, „ben ik een zakdoek kwijtgeraakt.”

We zitten aan de keukentafel bij Maria. „Ik heb meteen bij het eerste bezoek van Mick gezegd: Steven hoort niet in de gevangenis. Hij is in de war. Hij heeft hulp nodig.”

Na de dood van zijn vader had ze hem langzaam zien afglijden. En: nee, zo kon hij niet naar huis. Ze was bang dat hij boos op haar was. Mick moest een boodschap aan hem overbrengen: „Zeg dat ik heel veel van hem hou.”

Mick de Graauw had lang met haar gesproken. Over haar jeugd, haar ouders. Op een vel papier had hij een genogram gekrabbeld, een schema van het familiesysteem. Hoe het kwam dat ze anderen helpen tot reden van bestaan had gemaakt, dat snapte ze wel. En ze zag ineens ook dat ze haar man stelselmatig klein hield door hem almaar te „pamperen” en hem te behandelen als een kind dat niks kan zonder haar hulp.

Vroeger, niet eens zo lang geleden, moesten slachtoffers van huiselijk geweld het eigen huis verlaten om zichzelf in veiligheid te brengen. Sinds 2009 kunnen daders tijdelijk het huis worden uitgezet. Een hulpofficier van justitie die door de burgemeester is gemachtigd, legt een huisverbod op van tien dagen. Een afkoelingsperiode. De dader zoekt onderdak bij familie of vrienden. Zo nodig wordt hij ondergebracht in een appartement of hotel. Intussen organiseert de casemanager passende hulp. Tot een jaar na het huisverbod ziet hij op nazorg toe.

Zo ging het ook bij Steven en Maria. Steven liet zich opnemen in een instelling voor psychische begeleiding. Hij werkt op therapeutische basis. Maria kreeg steun van de geestelijke gezondheidszorg. Jeugdzorg houdt toezicht op de kinderen.

Maar het gaat niet goed, vindt Maria. Bij Steven is onlangs eindelijk een diagnose gesteld: PDD-NOS, een stoornis in het autistisch spectrum. „Dat verklaart veel”, vindt Maria. Zoals zijn lage frustratiedrempel. En dat hij makkelijk in de war raakt bij lange zinnen en meer dan één opdracht tegelijk. Waarom plaatsen ze hem niet over naar een andere instelling waar hij met zijn handicap kan leren leven, klaagt Maria. Waarom leren ze haar niet hoe ze moet omgaan met een autistische man?

Maria en Steven willen zo graag weer samenwonen. De kinderen missen hem. Zij mist hem. Ze houden zo veel van elkaar.

Dick Wittenberg