Een calamiteit ligt altijd op de loer

Beveiligers zijn overal: in supermarkten, op scholen, op bedrijfsterreinen.

Hoe ziet de werkdag van een beveiliger eruit? „Mensen denken dat wij niets doen.”

14.15 uur. Beveiliger Cor de Paauw (62) verlaat zijn vissen. Dertien aquaria vol Malawische cichliden in de Zwijndrechtse flat die hij na zijn scheiding betrok. „Ik woon hier met mijn hobby.”

Vanochtend was hij op zijn volkstuintje waar hij paprika, sla en andijvie verbouwt – de andere hobby. Nu trekt de beveiliger de deur achter zich dicht, neemt de lift naar beneden en stapt in zijn ingeparkeerde Chevrolet Matiz. Herstel: zijn achteruit ingeparkeerde Chevrolet Matiz. Wel zo veilig, zegt De Paauw. „In geval van een calamiteit rijd je zo weg.”

De Paauw heeft het uniform van beveiligingsbedrijf Trigion al aan. Donkerblauwe broek, zwarte werkschoenen, overhemd met stropdas, op de linkerborst het ‘V’-beveiligingslogo.

Vijfentwintig jaar werkt Cor de Paauw nu in de beveiliging. Eerst was hij stadswacht in Zwijndrecht, toen bewaakte hij diverse „objecten”: jargon voor de te beveiligen locatie. Eerst asielzoekerscentra, toen een „object” van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. „En sinds februari 2010 dit object, van Gasunie.” De Paauw rijdt een bouwterrein op en parkeert zijn Matiz achteruit in, op een plek vol grind.

14.30 uur. Het „object” van Gasunie: een compressorstation in aanbouw, langs de N214, vlakbij Wijngaarden. Gas uit onder meer Rusland moet vanuit hier worden doorgeleid binnen Europa.

De Paauw kijkt vanaf de parkeerplaats naar het uitgestrekte terrein met gasleidingen en hijskranen. Naast de parkeerplaats een slagboom, daarnaast een noodgebouw. „De loge”, zegt Cor de Paauw. Zijn werkplek.

14.32 uur. „Goedemiddag!”

„Ha die Cor”, zegt zijn collega, die de ochtenddienst heeft gedraaid.

Cor de Paauw draait een sjekkie. „We doen altijd eerst even roken, collega’s onder elkaar.”

15.08 uur. Na een korte overdracht neemt Cor de Paauw de dienst van zijn collega over. Hij neemt plaats achter de computer en zet de internetradio op een zender met hits uit de jaren zestig en zeventig. ‘My girl, tal-king ’bout, my... gi-irl.’

De Paauw: „Hier zitten we dan tot 23.00 uur.”

De loge is een langwerpige ruimte met een bureau over de volle lengte. Zeil op de grond, houten wanden, een plafond met tl-buizen. Uit het raam uitzicht op de slagboom en de parkeerplaats. Rechts van De Paauw: de balie waar werknemers zich aanmelden en zich uitschrijven. Links, binnen handbereik, twee bedieningspanelen voor de slagbomen, in en uit.

15.10 uur. Cor de Paauw heeft het druk. Stoel, balie. Balie, stoel. Stoel, balie. De een na de ander komt na het werk de loge binnen om zich uit te schrijven. Mannen met witte bouwhelm, veiligheidsbril en oranje hesje. Hun dag zit erop: naam hier, tijd daar. Toegangspas inleveren, s.v.p.

„Goedemiddag”, gaat het steevast.

„Goedemiddag”, zegt De Paauw.

„Hoe laat is het?”

„Tien over drie”, zegt De Paauw.

„Oké. Noteer ik. Zeg, tot kijk.”

„Tot kijk!”, zegt De Paauw.

De belangrijkste taak van De Paauw is bijhouden hoeveel mensen op het bouwterrein aanwezig zijn, en hoeveel er zijn vertrokken. 15.35 uur, nog 178 mensen binnen. 15.45 uur, nog 142. Essentiële informatie in geval van een calamiteit. En een calamiteit, aldus De Paauw, ligt altijd op de loer.

16.56 uur. „Nog 66 mensen binnen. Het gaat hard zat.”

Cor de Paauw gaat via Google naar Marktplaats. Naar dieren en toebehoren, dan naar aquariumvissen. Hij bekijkt zijn eigen advertentie: jonge Malawi cichliden aangeboden. De Paauw: „Dat is gewoon de hobby.”

17.44 uur. Een man komt de loge binnen en geeft een gevonden voorwerp af. Een metaalkleurig stanleymes. „Dat gebeurt niet vaak”, zegt Cor de Paauw. Hij opent een Worddocument: ‘Gevonden voorwerpen.doc’. De Paauw noteert. Bij ‘tijd’ schrijft hij 17:45. Wat: stanleymes. Waar gevonden: ingang terrein. De Paauw opent een ander Worddocument, het overdrachtsrapport. „17:45: gevonden: stanleymes, afgegeven aan de beveiliging, in de doos gevonden voorwerpen gedaan.” Met een rode pen schrijft De Paauw op een papiertje: ‘stanleymes’, plus de datum. Hij doet het mes en het papiertje in een envelop, in de doos, in de kast. De Paauw: „Als men hier komt en zegt ‘ik ben een stanleymes kwijt’, dan vragen we: welke kleur heeft die? En als ze zeggen ‘groen’, dan zeggen we: dat is niet deze.”

18.50 uur. „Nu wordt het rustiger. Dan is er weinig te doen hoor.”

19.43 uur. „Het wordt... vervelend is het woord niet... het wordt stil”, zegt De Paauw. „Maar ik houd me scherp, luister naar de radio. Of ik loop buiten een rondje, op de parkeerplaats, voor wat frisse lucht.

„Mensen denken altijd dat beveiligers niks doen”, zegt Cor de Paauw. „En er is inderdaad niet zo veel te doen. Maar als er een calamiteit is, moet je weten wat je doen moet.”

21.22 uur. De deur van de loge staat open, voor de frisse lucht. Cor de Paauw pakt de telefoon. Hij belt naar de huistelefoon van werknemers die waarschijnlijk zijn vergeten uit te klokken.

„Goedendag, u spreekt met Gasunie Wijngaarden. Meneer Kers, is hij aanwezig? Ja, hij is thuis? Oké. Dat moeten we even checken, want anders moeten we hem zoeken.”

„Goedendag, u spreekt met Gasunie Wijngaarden. U staat nog ingeklokt in het systeem, dus ik wilde even weten of u misschien bent vergeten... Precies. Dan ga ik u bij dezen uitchecken.”

21.50 uur. De Paauw opent het overdrachtsrapport. Hij schrijft op: „Toegangspassen handmatig uitgezocht”.

22.16 uur. Cor de Paauw zet koffie voor de collega van de nachtdienst.

22.19 uur. De collega komt binnen. Vrolijke blik. „Hoe is het met Cor?”

Ingmar Vriesema