Domweg te veel huizen

Ook groeistad Almere wordt getroffen door de crisis. Alles wijst op krimp. Kantoren staan al leeg. Huizen zullen volgen. Hou dus op met bouwen.

Het cijfer kon ik niet geloven. Had ik het goed verstaan? Is er echt 50 procent leegstand in Almere? Nog eens vragen aan Peter Broer, commercieel manager van een kantorenpark. Ja, zegt hij, 50 procent leegstand gemiddeld. Zijn eigen kantoorcomplex, de creative campus, zit vol, maar nu zou hij niet meer zo groot beginnen. Terwijl Almere nieuwe bedrijven binnenhaalde, vertrokken veel meer oude. „Te weinig service”, vindt Broer.

De groei van de bevolking, tot 192.000 mensen nu, heeft tot eind vorig jaar nog aangehouden. Maar het verval zet nu al in. Almere heeft leuke nieuwbouw, maar is minder aantrekkelijk dan het naburige Amsterdam of Utrecht. Voor de discussie ‘De economische crisis als kans’ zitten we in De Nieuwe Zaal van De Nieuwe Bibliotheek, een groot rond gebouw met grote zalen met boekenkasten en designlampen, groot genoeg voor hartje Amsterdam. Het ‘oude’, kleinere bibliotheekgebouw ernaast staat leeg en is tijdelijk uitbesteed aan creatieve activiteiten. Toen ik de vorstelijke roltrap opging, zag ik donkere woonflatgebouwen met hier en daar een verlicht raam. Om de sfeer niet te bederven, heeft de makelaar lichtborden gemaakt met de tekst ‘winkel te huur’, alsof het koopwaar is. Hier koop je een broek, daar huur je een zaak. Maar weinigen kopen en vrijwel niemand huurt. En dat geldt ook voor de kantoren boven.

Dat er overal te veel kantoren zijn, was me al duidelijk. Maar er komen ook te veel huizen. En dat begint al in Almere. Gerard Marlet van de Atlas voor Gemeenten voorspelde het: alleen aantrekkelijke steden groeien. De Almeerse makelaar hangt vol. Het royale ‘herenhuis’ dat voor vierenhalf ton aan de Werpanker te koop staat, is een soort rijtjesflat boven een eigen garage. Oude prijzen.

Ik had de ernst niet in de gaten toen de discussie in de zaal begon. Almere was toch een groeikern, dicht bij Amsterdam? Er zijn ambitieuze plannen voor bruggen, tunnels door het IJmeer en wegverbredingen. Ik verwachtte een gesprek over de eerste spoortjes van de crisis in groeistad Almere, maar het is erger.

„Waarom zit u niet in Almere?”, wordt gevraagd aan change manager Brigitte Hulscher, voormalig VVD-raadslid en nu werkzaam in Utrecht.

„Er is geen baan in Almere”, antwoordt ze.

„Merkt iemand wat van de crisis?”, vraagt de presentator.

„Ik werk in de communicatie en vroeger had ik vier opdrachten tegelijk, nu komen ze na elkaar en er wordt veel gebeund in het vak”, communiceert een vrouw.

„Ik ben verhuisd, maar ik heb mijn oude woning nu zeven jaar in de verkoop”, zegt een man.

„Mijn boot is in de verkoop voor een heel lage prijs, maar ik raak hem niet kwijt”, vertelt een derde.

Zo’n crisis werkt reinigend, troost Henk Weyschedé, de baas van de Almeerse ontwikkelingsmaatschappij. „Het is de tijd van cut the crap. Je moet de tering naar de nering zetten. Moeten we thuis ook.”

Hij gaat staan om zijn donkerblauwe pak te laten zien. Gemaakt uit afval. In Almere. Recycling, daarin moet worden geïnvesteerd.

De leegstand wordt gecamoufleerd met kunstcentra die subsidie krijgen of geen huur hoeven te betalen: de sjopping moll.

„Maar ik betaal 36.000 euro per jaar”, protesteert een vrouw die een kledingzaak op een minder aantrekkelijke locatie aan de rand heeft.

Een creatieveling heeft de bijeenkomst opgesierd met in elkaar gestoken, felgekleurde ballonnetjes in de vorm van bloemen, handmade in Almere. Liever zag ik echte bloemen van een bloemenzaak.

Terwijl het werk verdwijnt, wordt nog gedroomd over 100.000 banen extra tot 2030. Almere wil niet aan krimp. In het hele land zijn volgens deskundigen 340.000 huizen te veel gepland en het overschot begint al aan de grenzen van de Randstad. Wie gaat daar nog heen?

Het buitenland moet ons helpen, is de consensus. Steun met subsidie. De wethouder van Almere moet naar Azië om bedrijven binnen te halen. Daar treft hij misschien de collega’s van Heerlen, Heerenveen of Münster. Die willen ook groei.

Stadsprotectionisme.