De Uitspraak: Kun je een mislukte of overbodig gebleken adoptie achteraf herroepen?

Kun je een mislukte, of achteraf overbodig gebleken adoptie ongedaan laten maken? Met commentaar van NJB-medewerkers Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familierecht in Tilburg, René Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie en Caroline Forder, bijzonder hoogleraar rechten van het kind in Amsterdam.

De Zaak. In 1971 wordt een zesjarig meisje geadopteerd door een echtpaar. Als ze achttien is krijgt zij weer contact met haar biologische moeder en andere familieleden. Rond haar twintigste scheidden haar adoptie ouders. Met haar adoptievader verliest zij tien jaar later het contact. De adoptiefmoeder overlijdt in 2008, als ze 43 is. Twee jaar later vraagt ze de rechtbank om de adoptie ongedaan te maken en haar familiebanden te herstellen met haar echte moeder. Zij wil bovendien de achternaam van haar moeder. De adoptief vader heeft geen bezwaar.

Wat was de reden van de adoptie? De moeder zou haar als kleuter hebben afgestaan omdat zij uit een buitenechtelijke relatie was geboren. In haar aristocratische familie was een zogeheten bastaard destijds, in 1965 niet acceptabel. Zij zou onder ‘grote druk’ hebben gehandeld.

Hoe verliep haar terugkeer? Volgens het vonnis is het contact niet alleen met de moeder hersteld, maar ook met de zuster van de moeder, haar man en de grootouders van moeders zijde. De familie beschikt over twee fondsen ‘met aanzienlijke vermogens’, bedoeld om behoeftige familieleden te ondersteunen. Aalleen wettige afstammelingen worden toegelaten, maar beide fondsen maken een uitzondering voor deze ‘onechte’ dochter. Zij mag dus ook aanspraken op basis van verwantschap laten gelden.

Wat staat er in de wet over het schrappen van een adoptie?

Alleen het kind mag daar om vragen en wel tussen het 20e en 23e jaar. Niet eerder en niet later. Deze vrouw is echter 45. Ruim na de termijn dus. Destijds durfde ze deze stap niet te zetten omdat haar adoptieouders zich toen nog verzetten. Ze probeert het nu toch omdat haar advocaat kansen ziet in het ‘recht op gezinsleven’ uit het Europese verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens. Het niet erkennen van de familierechtelijke band met haar biologische moeder zou een schending van dit burgerrecht vormen.

Hoe lost de rechter dit op? Eerst zegt de rechtbank dat deze adoptie niet voldoet aan de norm die nu in de wet staat. Adoptie mag als ‘vaststaat dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft’. Dit bleek achteraf onjuist. De vrouw toonde aan dat er inmiddels een ‘innig contact’ is gegroeid en er financiële aanspraken zijn erkend. De adoptie was eerder nadelig. Zij zou kansen hebben gemist. Hereniging is in haar belang, vindt de rechter.

De beperkte herroepingstermijn schuift de rechter opzij. Die is bedoeld om geadopteerden te beschermen tegen overhaaste beslissingen. In dit geval heeft de geadopteerde juist over een langere termijn familiebetrekkingen hersteld. Als nu de strenge termijnen uit de wet worden toegepast is dat onredelijk, onbillijk en daarom onaanvaardbaar. Zo’n korte herroepingstermijn is een ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven.

En zo rekt de rechter de herroepingstermijn van 3 jaar op met maar liefst twintig jaar in het belang van het kind. De adoptie wordt herroepen. Zij krijgt haar naam en haar moeder terug.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Lees hier de uitspraak (LJ BQ6551)