Zo'n staatsbezoek heeft geen enkel economisch nut

Altijd worden staatsbezoeken verdedigd met het argument dat ze de export zouden laten stijgen met 8 à 10 procent. Dit is eenvoudigweg niet waar, schrijft J.A.J. Johannisse.

NRC Handelsblad bracht op zaterdag 7 januari het bericht dat de koningin een staatsbezoek brengt aan het Sultanaat Oman. In dit bericht wordt de indruk gewekt dat een staatsbezoek van grote economische waarde kan zijn voor Nederland. Dit is een mythe.

Staatsbezoeken leveren geen economisch voordeel op. In een artikel in het tijdschrift De Republikein van september 2011 heb ik met behulp van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bewezen dat een staatsbezoek geen statisch aantoonbare invloed heeft op de exportcijfers in de jaren daarna.

Ik heb dertien staatsbezoeken sinds 2000 onderzocht, onder meer die aan Brazilië, Argentinië, Turkije, India en Rusland. Daarbij heb ik gekeken naar de invloed van het staatsbezoek op de export aan het betrokken land. Die invloed blijkt nihil. In geen enkel geval neemt de export aan een land significant toe na het staatsbezoek. Alleen in Brazilië lijkt dit het geval, maar deze exportstijging is volledig te verklaren door de economische groei van dat land.

Hiermee is een van de hardnekkigste mythes – dat een staatsbezoek een stijging van de export van 8 à 10 procent zou veroorzaken – doorgeprikt.

Het bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten was het vijftigste staatsbezoek van koningin Beatrix. Hebben deze staatsbezoeken zin? Staatsbezoeken kunnen politiek en publicitair zin hebben, maar economisch hebben ze dat niet.

Bij verreweg de meeste staatsbezoeken van onze koningin is helemaal geen sprake van nieuwsgierige mensen die komen kijken naar het spektakel. De kranten in het bezoekende land schrijven er nauwelijks over, tenzij ze een opdracht krijgen van staatswege. Ook onze Nederlandse kranten vinden het allang niet meer nodig om altijd erover te berichten. Er zijn staatsbezoeken afgelegd door de koningin die niet genoemd werden in de landelijke pers.

Het staatsbezoek is een volledig achterhaald, kleurrijk, maar armetierig geheel geworden. Het hoort thuis in het tijdperk van koetsjes, paarden en aubades. De kosten bedragen tenminste anderhalf miljoen euro per bezoek. Dit is weggegooid geld. Het enige dat het oplevert, is een groot aantal onderscheidingen voor degenen die meewerken aan deze kostbare operatie. Dit geeft het bezoek een hoog carnavalsgehalte – decoraties worden verleend tijdens de overgrote meerderheid van de staatsbezoeken. Overigens spreekt het officiële draaiboek van een staatsbezoek niet van het verlenen van decoraties, maar van de uitwisseling van decoraties. Voor wat hoort wat. Zo kreeg Máxima al in 2001, als verloofde van prins Willem-Alexander, haar eerste sjerpje, bij het bezoek van de koning van Spanje aan Nederland. Inmiddels heeft ze een kast vol.

Zeer waarschijnlijk is het overgrote deel van de staatsbezoeken die de koningin heeft afgelegd zonder enig nut voor de Staat der Nederlanden. De koningin schijnt er evenwel van te genieten.

Vermoedelijk zullen de koningin en prins Willem-Alexander terugkomen uit Arabië met een hoge onderscheiding in de orde van het Gouden Kromzwaard of de Blauwe Pantoffel of zoiets. Buiten dat is het best mogelijk dat er orders worden getekend voor het Havenbedrijf Rotterdam of voor de aankoop van een paar patrouilleschepen. Dit zijn geen spontane orders. Er wordt al jaren over onderhandeld.

Maar uiteraard hebben de vorstelijke personen een paar interessante dagen gehad.

J.A.J. Johannisse is bestuurslid van het Nieuw Republikeins Genootschap.