Wanneer je qat kauwt, kun je niet werken

Qat, de drug die het kabinet wil verbieden, is populair bij Somaliërs in Nederland. Al is de imam tegen. Net als veel jongeren. En de Somalische moeder al helemaal.

Abdi Yusuf, de imam van de Somalische moskee in Rotterdam-Zuid, zag het pas nog op straat: een Somalische man kauwde qat. Een Nederlandse vrouw liep langs. Ze keek. Ze keek nog eens. Toen liep ze naar de man en gaf hem een munt van twee euro. „Koop maar een brood”, zei ze.

Hij wil maar zeggen: jullie kennen dat spul niet. De een denkt dat alleen heel arme Somaliërs op blaadjes kauwen, omdat ze geen geld hebben voor eten. Anderen vinden het folklore – wát een bijzondere gewoonte.

Qat kauwen heeft niets moois, zegt de imam. Qat hoort qua effect thuis in het rijtje van heroïne en cocaïne, vindt hij. „Een qatverslaafde denkt niet meer aan zijn vrouw, niet meer aan zijn kinderen, niet meer aan zijn werk. Hij denkt alleen maar aan het spul dat hij moet hebben.”

Minister Leers (Integratie, CDA) is het met Abdi Yusuf eens en kondigde gisteren een verbod op qat aan. Uit onderzoek onder een groep Somaliërs in Nederland bleek 11 procent problematisch qatgebruiker. Dat is slecht voor de integratie, vindt Leers. In de meeste Europese landen is de drug verboden. Alleen in Nederland en Groot-Brittannië niet.

Overigens zorgt ook de handel in qat voor overlast. Viermaal per week komen Somaliërs uit heel Nederland en omringende landen naar Uithoorn. Daar wordt de vers uit Afrika aangevoerde qat op een industrieterrein verhandeld. Dat Uithoorn draaischijf is van de qathandel, noemt de burgemeester „botte pech”. Er wonen weinig Somaliërs, maar het ligt dicht bij Schiphol. En dat telt, want qat moet snel worden verhandeld.

Vers is belangrijk, vertellen drie Somalische jongens in een supermarkt tegenover de moskee. Van oude qat kan je ziek worden. Je krijgt last van je lever en je nieren.

En kauwen zij wel eens qat?

Nee, roepen ze in koor.

Mijn vrienden studeren en ik werk in de haven, zegt Mohamed Ali, de spraakzaamste van de drie. „Dat is het bewijs. Als je qat kauwt, dan kan dat niet.” Qat kauw je niet alleen in je slaapkamer, vertellen de jongens. Qat kauwen is een sociale bezigheid, dat doe je met vrienden in een qat-huis. Te vergelijken met een coffeeshop. Het kauwen gebeurt bij voorkeur ’s nachts.

Kennen zij misschien een qathuis? Nee joh, wat denk je wel.

Volgens Abdi Yusuf zijn er zeker vier of vijf qathuizen op Zuid. Het zijn gewone huizen. Daar wordt de qat gebruikt en verhandeld. Vaak woont het gezin van de handelaar er ook. Dat baart de imam zorgen.

Ook in Somalië wordt qat gebruikt, zegt de imam. Maar onmatig gebruik ziet hij vooral in Nederland. Bij mannen, en soms ook vrouwen, die zich ontheemd voelen, de taal niet spreken en geen werk hebben. „Die zoeken de veiligheid van de eigen gemeenschap.”

De Somalische moskee is een onopvallend wit gebouw. Vijf keer per dag, als het tijd is voor het gebed, komen van alle kanten mannen aangewandeld en stroomt het pleintje voor de moskee vol. Verreweg de meesten zijn van Somalische afkomst, maar er zijn ook Marokkanen en Turkse moslims.

Aan de vrouwenkant is het rustig. Vier vrouwen knielen op het tapijt. Een van hen is Fadumo Yousef uit Hellevoetsluis. Een kleine Somalische vrouw met een lange bruine hoofddoek. Ze heeft van het verbod gehoord en is helemaal voor. Gezinnen gaan kapot aan het qatkauwen. De vrouwen staan er alleen voor.

Zijzelf is streng anti-qat. Als bezoek de blaadjes tevoorschijn haalt, grijpt ze meteen in. Ze wil niet dat haar kinderen ermee in aanraking komen. Dat is gelukt. Haar twee oudste zonen studeren fiscale economie en geneeskunde in Rotterdam. Haar dochter zit in 5 havo. Ze lacht trots.