Voor Dirk Lips is de attractie er zonder subsidie gauw af

Dirk Lips is een grote speler op de vrijetijds- markt, van Safaripark Beekse Bergen tot het Stripmuseum in Groningen. Nu aast hij op het failliete Aviodrome in Lelystad.

Even Dirk Lips tuurt over de rand van wielerbaan Omnisport in Apeldoorn. „Binnen drie jaar hebben we al een wereldkampioenschap, een Europees kampioenschap en drie keer het nationale kampioenschap baanwielrennen gefaciliteerd. Dat is uniek voor Nederlandse begrippen.” Hij laat zijn blik dwalen langs de racefietsen die over de baan schieten. „Prachtig toch? Ik ben zelf nog wielrenner geweest. Amateur hoor, dat wel.”

Omnisport is een van de laatste aanwinsten van de Lips beheermaatschappij, Libéma. Kenmerkend voor de accomodaties van Libéma is hun veelzijdigheid: domein voor topsporters, sporthal voor scholieren, vergadercentrum voor het bedrijfsleven.

Bijna 35 miljoen euro kostte Omnisport. De helft werd opgehoest door de gemeente Apeldoorn. Daar bovenop ontvangt Libéma elk jaar nog eens 660.000 euro subsidie van diezelfde gemeente voor de exploitatie.

Libéma is een opvallende speler op de Nederlandse recreatiemarkt. De laatste weken staat het bedrijf weer volop in de belangstelling vanwege de mogelijke overname van het failliete vliegtuigmuseum Aviodrome in Lelystad [zie: Curator: redding Avidrome vergt 5 miljoen].

Naast dag- en verblijfsrecreatie bij onder meer Safari- en Vakantiepark De Beekse Bergen, Ecodrome in Zwolle en Het Nederlands Stripmuseum in Groningen begeeft Libema zich ook op de zakelijke markt. Bekende voorbeelden zijn de tot beurscomplex omgebouwde veehallen in Den Bosch en Zwolle.

Libéma werd in 1982 opgericht door Dirk Lips. Als zoon van Maximiliaan (‘Max’) Lips, voormalig eigenaar van schroevengieterij Max Lips, leerde hij al op jonge leeftijd de wetten van het ondernemerschap. „Succes bestaat voor 95 procent uit inzet, zei mijn vader. Talloze ondernemers zien investeringskansen, maar alleen zij die hard werken, zijn succesvol.”

Max Lips gaf indirect de aanzet tot wat later is uitgegroeid tot Libéma. De schroevengieter bezat een grote collectie oldtimers die hij exposeerde in Drunen. Maar het publiek kwam slechts eenmaal kijken en keerde nadien niet meer terug naar die oude auto’s. Dirk Lips rook zijn kans. Hij stelde voor de collectie over te nemen. Prima, zei zijn vader. Maar dat wordt later wel van je erfdeel afgetrokken.

Dirk Lips heeft er nooit spijt van gehad. Hij greep hard in bij het bedrijf. „Als een tent niet draait, kun je drie dingen doen”, zegt Lips. „Een: snijden in de kosten. Twee: gaan voor maximale omzet. En drie: iets toevoegen.” Zijn eigen regels paste hij toe op het oldtimermuseum. Lips bouwde er een speeltuin naast, ontsloeg de helft van het personeel en noemde het park Autotron. Binnen een jaar was het rendabel.

Hetzelfde kunstje herhaalde Lips vijf jaar later toen Libéma Safaripark Beekse Bergen overnam van de gemeenten Tilburg en Hilvarenbeek. Het safaripark draaide een miljoenenverlies. Het themapark Speelland en een vakantiepark moesten bezoeker langer binden. Lips: „Combineer functies, in dit geval dus ‘verblijven’ en ‘dagrecreatie’.” Zo wist Lips ook van De Beekse Bergen een publiekstrekker te maken.

Het grootste succes moest toen nog komen. Op diverse plaatsen kwamen in de jaren ’90 veehallen leeg te staan door het inzakken van de handel. Gemeenten zaten met die blokkendozen in hun maag. Maar Lips zag er wel wat in en probeerde zowel de particuliere als de zakelijke markt te bedienen. „Er zit een grote overlap in functies. Mensen moeten allemaal eten, parkeren en naar het toilet. Alleen de daginvulling is anders. Daarvoor heb je geen twee verschillende organisaties nodig.”

Lips praat graag in metaforen. Meerdere keren trekt hij een vergelijking met de drukpers. „Die gebruik je ook niet alleen om één krant te drukken. Je probeert hem zo optimaal mogelijk te gebruiken. Dat geldt ook voor wat wij leisurecentra noemen. Met de kennis om één zo’n hal te exploiteren, levert het bezit van meerdere beurscomplexen alleen maar schaalvoordelen op.”

Libéma groeide de afgelopen dertig jaar vooral dankzij de investeringen in dag- en verblijfsparken en voormalige veehallen uit tot een miljoenenbedrijf. In 2010 realiseerde Libéma een omzet van 60 miljoen euro en trokken de ‘attracties’ 5,1 miljoen bezoekers. Er werken relatief weinig mensen (552 werknemers). Met name de attractieparken draaien op flexwerkers.

Klinkt als een gezond bedrijf. Toch reizen er regelmatig twijfels over de vermogenspositie van Libéma. Critici wijzen op de publieke private samenwerkingsverbanden (pps) die Libéma aangaat met gemeenten. Projecten als Sportiom in Den Bosch, Ecodrome in Zwolle en ook Omnisport in Apeldoorn kwamen met gemeentesubsidies tot stand.

En als je die subsidie wegdenkt, blijft er maar verdomd weinig over van de miljoenenwinst die Libema claimt, verklaarde Karel-Henk Sijgers, een voormalige rechterhand van Lips, in 2006 tegenover het tijdschrift Quote. Volgens Sijgers is dat de reden dat Lips „niet noemenswaardig investeert. [...] Hij heeft er gewoon het geld niet voor.”

Lips weerspreekt de kritiek: „Het klopt dat deze locaties niet rendabel zijn zonder subsidie. Maar wat is daar mis mee? Ze dienen ook een maatschappelijk doel. Verenigingen kunnen tegen een laag tarief gebruik maken van deze faciliteiten. Ik doe iets voor de overheid, dan is het toch niet vreemd dat ik geld verlang om het investerings- en exploitatierisico af te dekken? Wij werken gewoon voor deze subsidie.”

Dat het ook wel eens mis kan gaan met de pps-constructie bleek zes jaar geleden in Den Helder. De gemeente wilde aan de rand van de stad op de voormalige marinewerf Willemsoord een attractiepark ontwikkelen dat honderdduizenden bezoekers moest trekken. De belangrijkste elementen: miljoenen subsidiegeld, een private investeerder en een replica van een VOC-schip.

Het liep uit op een deceptie. Bezoekers bleven weg, ondernemers waren ontevreden en de gemeente zou zijn opgelicht bij de aankoop van het VOC-schip. „Onzin”, zegt Lips. „De afspraak die we al in de jaren ’90 maakten, was dat ik 12 miljoen gulden zou investeren in het schip. De aankoop ervan heeft geen 12 miljoen gekost, nee. Maar mag ik ook de transport- en restauratiekosten meerekenen? Alles bij elkaar hebben we daar met ruim 6 miljoen euro uiteindelijk zelfs meer geïnvesteerd dan afgesproken. Daar heb ik gewoon accountantsbewijzen van.”

De kwestie in Den Helder leidde tot een lokale bestuurscrisis. Een week voor opening van Cape Holland werd een fraudeonderzoek gestart. Het vermoeden bestond dat er was gesjoemeld met subsidie. „De hele zaak bracht een hoop negatieve publiciteit met zich mee, slechte recensies ook. Daardoor is het terrein niet doorontwikkeld.” Er bleef een half park over met onder meer een bioscoop, amusementshal en het schip.

In het fraudeonderzoek werd ook de rol van Libéma tegen het licht werd gehouden. Hoewel het bedrijf werd vrijgesproken van betrokkenheid bij subsidiezwendel was de samenwerking tussen de gemeente en de projectontwikkelaar grondig verpest.

Ook in Zwolle doken rond 2006 verhalen op over niet nakomen van investeringsafspraken met betrekking tot natuurhistorisch park Ecodrome. „Ook wat dat betreft, hebben we ons gewoon gehouden aan het contract. Het ene jaar zullen we misschien onder het afgesproken investeringsbedrag hebben gezeten, maar dat compenseerden we ruimschoots in de andere jaren.”

Het park in Zwolle sluit op 31 maart. De gemeente draait de subsidiekraan dicht. Volgens de gemeente omdat het succes van het park vooral zit in het „commerciële attractieparkgedeelte” en minder in de natuur- en milieueducatie. Zwolle wil – met andere woorden – geen commerciële exploitant sponsoren. En dus trekt ook Libéma de stekker eruit. „Cultuurhistorische musea zijn niet rendabel zonder subsidie”, zegt Lips. „Dat is jammer voor zo’n mooi park, maar het is niet anders.”

Wie een blik werpt op de jaarcijfers van de Exploitatie bv van Libéma, ziet een terugkerend patroon. De attractieparken lijden al jaren verlies. Vorig jaar dook het bedrijf anderhalf miljoen euro in de rode cijfers. Toch gaat het niet slecht met zijn bedrijf, zegt Lips.

Dat komt vooral door de bedrijfsstructuur. Libéma is opgesplitst in een exploitatie bv en een vastgoed bv. Terwijl de exploitatietak structureel verlies lijdt, zorgt de vastgoed bv dat het eigen vermogen van de gehele onderneming nog steeds groeit. Vorig jaar met ruim anderhalf miljoen euro.

De scheiding is een boekhoudkundige ingreep die moet voorkomen dat Libéma onder een zogenoemd structuurregime valt. Daaronder zouden niet de aandeelhouders de directie benoemen, maar de raad van commissarissen. En dat is een situatie die Lips als enig aandeelhouder niet wenselijk acht.

De verliezen in de exploitatietak hadden sinds vorig jaar eigenlijk tot het verleden moeten behoren. In een toelichting op de jaarrekening 2010 sprak Libéma nog van een „krachtig herstel” in 2011. Dat is tegengevallen, erkent ook Lips. „De opbrengsten uit de zakelijke markt lopen terug. Maar daarentegen presteren de pretparken prima. Mensen consumeren wat minder of verblijven in kleinere huisjes, maar ze blijven wel komen. Daarom willen we juist in deze tijd ook investeren.”

Behalve met de overname van Aviodrome is Libéma momenteel ook bezig met een nieuw safariresort bij De Beekse Bergen. „Ook ’s nachts gebeurt er een hoop op de savanne. Bezoekers slapen straks tussen de wilde dieren. Een nagebootste jungle met huisjes waar giraffen, neushoorns en okapi’s omheen bewegen. Net echt.”

Dirk Lips heeft een voorliefde voor dieren. Als hij zich ergens mee moet vergelijken, dan noemt hij de berggorilla. „Een dier dat een natuurlijk respect afdwingt bij zijn soortgenoten.” Lips ziet parallellen met de manier waarop hij Libéma leidt en de kritiek waar hij tegenaan loopt. „Je moet staan voor je zaak; een gezonde vorm van zelfrespect hebben. Als ze dan eens ‘boe’ roepen, moet je ook niet zenuwachtig worden.”

Jorg Leijten