'Treurig om je leven zo weg te gooien'

Ferry Mingelen, veteraan als reporter aan het Binnenhof, was onverwachts diep onder de indruk van Brokeback Mountain (2005).

„Voor een journalist ligt het natuurlijk voor de hand All the President’s Men als favoriete film te kiezen. Die film maakte ook indruk op me toen ik begin jaren zeventig in de journalistiek ging. Dat journalisten helden konden zijn!

„Maar wat ik echt een onverwachts indrukwekkende film vond, is Brokeback Mountain. Ik zag hem nooit in de bioscoop. Normaliter ga ik naar een film voor ontspanning. Ik ben niet zo van de kunstfilms, eerder van schieten, tieten en bandieten, zoals mijn vrouw dat noemt. Brokeback Mountain sprak me helemaal niet zo aan. Homo-erotiek, mannen die een geheime liefde hebben: ik kon niet zoveel met die thematiek. Later zag ik de film toevallig een keer op televisie, met mijn vrouw op de bank. En ik werd er helemaal door gegrepen.

„Waar ligt dat aan? Natuurlijk, het is fantastisch mooi gefilmd, door een geweldige regisseur, Ang Lee. Het gaat over twee jongens die schapen hoeden op een berg en bij elkaar in bed belanden. Ze zijn geen homo’s, vinden ze zelf tenminste, en ze trouwen ook gewoon. Maar elk jaar blijven ze elkaar opzoeken, want ze zijn verslingerd aan elkaar.

„Eén scène vond ik echt verpletterend. Een van de twee jongens is dood, waarschijnlijk is hij afgetuigd omdat hij homo is. De ander komt bij de ouders langs, ze wonen in zo’n klein huis op de prairie. Die vader begrijpt er allemaal niets van, of wil er niets van weten. De moeder heeft het wel door en geeft hem zijn kleren mee.

„Die tragiek. Mannen die trouwen en theater spelen omdat het zo hoort, met een vrouw samenleven terwijl ze eigenlijk bij elkaar horen te zijn. Het is zo vreselijk treurig allemaal. Je leeft maar één keer, en dan gooi je dat leven zo weg. Tragisch.

„Misschien ben ik zo onder de indruk omdat ik iets heb met het Wilde Westen. Niet zozeer met westerns, wel met bijvoorbeeld de Border-trilogie van Cormac McCarthy of het werk van John Steinbeck. Ik voel me aangetrokken door simpele mensen in een keiharde omgeving die weinig praten en hard werken. Het type Clint Eastwood, zeg maar. Een leven dat volstrekt tegengesteld is aan ons comfortabele leven in onze verwarmde huizen. Ik ga zelf ook elk jaar één of twee weken ergens in de bergen wandelen, helemaal in mijn eentje. Als je op het Binnenhof rondloopt, krijg je toch vaak het gevoel dat je alleen over de golven verslag doet. Niet over die enorme diepte daaronder.”