Skin en punk

Toen Natasha Gerson als zestienjarig meisje punk werd in Amsterdam, liep de moordenaar van Kerwin Duinmeijer daar soms alweer vrij rond. Hij kwam in hetzelfde kraakpand als waar zij belandde: De Wielingen, aan de Volkerakstraat. „Nico had dan gevangenisverlof. Zo ging dat toen.”

Nico Bodemeijer: vorige week maakte hij, 44 jaar oud, een einde aan zijn leven, om niet te stikken in zijn longemfyseem. In 1983 stak hij de 15-jarige Antilliaanse Kerwin dood na een ruzie in een Amsterdamse snackbar. Die daad werd bekend als ‘de eerste racistische moord na de oorlog’. Dat danken we ook aan de zanger Frank Boeijen, die er de hit Zwart Wit over maakte.

Ik woonde toen, verre van punk, in Brabant, waar wij dat lied prachtig vonden: „Denk in de kleur van je hart”, een vijftienjarige doet niet liever. Ook was Frank Boeijens „gelijk”, zoals hij het zelf later noemde, het vanzelfsprekende gelijk van links.

Kraakpand De Wielingen had een gang waar skinheads bivakkeerden. Andere krakers ontruimden deze gang in 1985, ze wilden geen „fascisten” huisvesten. Natasha Gerson stond erbij toen de rommel werd opgeruimd. Ze vonden brieven van Nico Bodemeijer. „Ik heb toen zelf gezien hoe krakers daar nog even wat SS-tekens aan toevoegden. En daarna hebben ze die brieven doorgestuurd aan Nieuwe Revu.”

Vijftien jaar na de moord schreef Gerson een stuk over Bodemeijer in Vrij Nederland, onder de kop ‘Zo zwart-wit was het allemaal niet’.

De forensisch psychiater zag in Bodemeijer een angstig kind van een kille moeder en een Joodse vader met een oorlogstrauma: diens familieleden waren allemaal vermoord. Volgens de rechter ging het niet om racisme.

Toch werd Nico Bodemeijer de gedoodverfde extreem-rechtse skinhead. En Natasha Gerson, tegenwoordig „waarzegster zonder paranormale gaven”, hield altijd het imago van prettig maffe linkse kraakster.

Zij waren skin en punk, maar allebei atypisch voor een naoorlogse Joodse generatie, „die de Holocaust soms al te nadrukkelijk als het enige leed ziet”, zegt Gerson. Ook haar vader is Joods, en verloor familie. Zij komt uit „een warm nest”, waar men het Joodse leed niet wilde monopoliseren. Op 4 mei sprak haar familie zich uit tegen alle racisme. Nico Bodemeijers vader, die op de markt werkte, haatte de ‘officiële herdenkings-Joden’, de elite die in zijn ogen in de oorlog de kleine Jood had geofferd.

Verwantschap is geen vriendschap. Als Nico contact met haar zocht, dacht zij gadverdamme. „En hij absoluut ook, andersom.” Maar ook vroeg ze hem soms haar te chaufferen tijdens werk voor Vrij Nederland, als ze iemand nodig had die een oogje op haar hield.

Vijf maanden geleden sprak zij Nico Bodemeijer voor het laatst. „Een slachtoffer is hij niet, hij heeft het wel gedáán.”

Wel beschouwt ze zijn leven als het diapositief van het hare.