Professionele superioriteit Zonderland

Twee Nederlandse topturners vochten gisteren om één olympische plaats. Epke Zonderland haalde meer punten dan Jeffrey Wammes en gaat waarschijnlijk naar de Spelen. Hij hoeft alleen zijn vorm te behouden.

Lang nadat de strijd was gestreden, de emoties waren gezakt en de realiteitszin was teruggekeerd erkende Jeffrey Wammes dat hij deelname aan de Olympische Spelen uit zijn hoofd heeft gezet. Of de turner na zijn nederlaag tegen Epke Zonderland op het testevent in Londen de door hem gewraakte kwalificatie-eisen van de turnbond nog juridisch laat toetsen? Zonder aarzelen: „Nee, dat ben ik niet meer plan.”

Met die woorden hees Wammes de witte vlag. Formeel heeft de turnbond nog geen keus gemaakt tussen hem en Zonderland, maar Wammes begreep gisteren dat hij over een kleine zeven maanden niet als olympische deelnemer zal terugkeren in de Londense North Greenwich Arena. De enige turner die Nederland naar de Spelen mag afvaardigen wordt met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid Zonderland. En Wammes legde zich gisteren uiteindelijk bij die voor hem bittere conclusie neer.

Hoe anders had de turner zich onmiddellijk na de wedstrijd opgesteld. Waarschijnlijk om zich groot te houden betoogde Wammes dat zijn kansen weliswaar waren geslonken, maar hij toch maar mooi vormbehoud had getoond met zijn goede rekoefening. Dat gevoegd bij zijn tijdens de WK behaalde nominatie op sprong maakte hem toch niet bij voorbaat kansloos voor die olympische aanwijsplaats?

Maar Wammes wist beter, zoals hij later toegaf. De turner kon niet om de harde feiten heen. En die waren dat Zonderland gisteren op de meerkamp van het olympische kwalificatietoernooi in Londen boven Wammes was geëindigd. De specialist op de meerkamp was verslagen met eigen middelen. En met een evident verschil van bijna twee punten. Die uitslag, gevoegd bij de Europese titel van 2011 en de twee zilveren WK-medailles van 2009 en 2010 betekenen dat de turnbond in Zonderland een geheide medaillekandidaat op rek heeft en op grond van de kwalificatienorm – de turner met de meeste medaillekansen krijgt de voorkeur –-simpelweg niet om hem heen kan.

Formeel moet Zonderland nog vormbehoud tonen, maar daar deed de Friese turner gisteren vrij luchtig over. „Ik heb tussen nu en de Olympische Spelen nog de EK en drie wereldbekerwedstrijden om aan die laatste eis te voldoen. Nu ik niet meer hoef te trainen voor de meerkamp kan ik me helemaal richten op verbetering van mijn rekoefening. Dat vormbehoud moet lukken, daar maak ik me geen zorgen over.”

Vormbehoud betekent voor Zonderland in dat hij in één van die vier aangewezen wedstrijden aan rek een score moet halen die minimaal gelijk is aan die van de nummer zestien op rek bij de WK van afgelopen najaar in Tokio. En dat was de Wit-Rus Aleksander Tsarevitsj met 14.500 punten. In goeden doen moet die score voor Zonderland geen obstakel zijn. Ten voorbeeld: bij de WK was de allerminst vlekkeloze rekoefening waarmee Zonderland de finale haalde 15.133 punten waard.

Ironisch genoeg bracht Zonderland gisteren zijn olympische ambities in gevaar met een verknalde rekoefening. Op het tweede van de zes toestellen – hij begon met een keurige brugoefening – kwam de rekspecialist niet goed uit bij een Ribalko, waarna hij even stagneerde. Daarnaast voerde Zonderland de Yamawaki niet perfect uit. De forse puntenaftrek resulteerde in een rekspecialist onwaardige score van 13.766 punten. Daardoor miste Zonderland de toestelfinale aan rek én de kans nog deze week vormbehoud te tonen.

Gelukkig voor Zonderland bleef de miskleun zonder ernstige gevolgen, hoewel hij erkende zich na de rekoefening ernstige zorgen te hebben gemaakt. Pas nadat de daaropvolgende vloeroefening en het voltigeren voldeden, kreeg hij vertrouwen in een goede afloop. Met recht, want nadat Zonderland nauwelijks fouten had gemaakt aan ringen en bij sprong stelde hij tot zijn niet geringe verbazing vast dat zijn eindscore ruim boven die van meerkampspecialist Wammes was uitgekomen: 84.631 tegen 82.881 punten. „Ik was heel verrast. Ik had me er na de rekoefening al bij neergelegd dat ik achter Jeffrey zou eindigen. Maar met deze uitkomst lijkt mij de discussie over die aanwijsplaats heel klein geworden. Ik ga ervan uit dat ik naar de Olympische Spelen ga.”

Maar kan Zonderland na zijn mislukte rekoefening bij zowel de WK in Tokio als het olympische kwalificatietoernooi in Londen nog als een medaillekandidaat op de Spelen worden aangemerkt? De turner reageerde getergd op die veronderstelling. „Ja natuurlijk. Dat lijkt me zelfs geen punt van discussie. Na de WK moest ik me binnen twee maanden voorbereiden op de meerkamp, iets wat ik al vier jaar niet meer had gedaan. Vanaf nu ga ik hard werken aan mijn rekoefening en hoef ik geen compromissen ten behoeve van de meerkamp te sluiten. Geloof me, het komt helemaal goed.”

Naast de getalsmatige winst die Zonderland gisteren op Wammes boekte, demonstreerde hij in Londen ook professionele superioriteit. Een vergelijking van beider beroepsernst valt onmiskenbaar in het voordeel van Zonderland uit. Graadmeter van een consciëntieuze voorbereiding zijn de krachtelementen. En uitgerekend op dat onderdeel bleek Zonderland significant fitter en sterker dan Wammes, die gisteren bij een aantal oefeningen kracht tekort kwam. Die vaststelling riep herinneringen op aan de Japanse coach Sadao Hamada, die Wammes tijdens de WK inTokio ernstig bekritiseerde. Het zou hem aan de olympische instelling van een topsporter ontbreken. Gisteren bleken die woorden profetisch.