Op haar elfde in de Playboy

I’m Not a F**king Princess. Regie: Eva Ionesco. Met: Isabelle Huppert, Anamaria Vartolomei, Georgetta Leahu. In: 6 bioscopen.

I’m Not a F**king Princess klinkt al meteen een stuk scandaleuzer dan de oorspronkelijke titel My Little Princess waarmee de Franse actrice Eva Ionesco (1965) haar autobiografische regiedebuut vorig jaar in Cannes in première zag gaan. Met die nieuwe titel steekt ze alsnog haar middelvinger op tegen haar moeder die in de jaren zeventig semi-erotische Lolita-foto’s van haar prepuberale dochter maakte en daarmee furore maakte in kringen van kunstliefhebbers en pedofielen.

De tijden waren anders. De morele scheidslijnen ook. Tik Ionesco’s naam in een zoekmachine in en het internet spuwt nog steeds een reeks foto’s tevoorschijn die een stuk minder suggestief zijn dan het achter veel kant en veren en prinsessenjurken verstopte kinderlijfje in de film. De eerste foto’s dateren van toen ze een kleuter was. Op haar elfde stond ze in de Playboy. Ook omstreeks die tijd speelde ze haar eerste filmrol, in The Tenant van de als liefhebber van ongerept meisjesschoon bekend staande Roman Polanski. Maar waar daar Ionesco’s carrière als kindsterretje in semi-pornografische films als Spermula en Maladolescenza begon, eindigt het verhaal van de film. Ook de processen die ze later wegens verwaarlozing tegen haar moeder aanspande zijn buiten de film gebleven.

Ionesco rekent in I’m Not a F**king Princess, zoals de film nu in Nederland in de bioscopen terechtkomt, op radicale wijze af met haar kinderjaren en de destijds heersende modes die voorschreven dat het voor kleine meisjes helemaal niet zo erg was om een beetje bloot op de foto te gaan. Zelfs als ze nog niet seksueel ontwaakt is voelt haar filmische alter ego Violetta haarfijn aan wanneer er grenzen tussen leuk poseren en erotische exploitatie worden overschreden. Maar Ionesco laat ook zien hoe gradueel en geniepig zo’n proces verloopt. De tactieken van Violetta’s moeder (gespeeld door een ijzig meisjesachtig en excentrieke Isabelle Huppert) verschillen niet zoveel van de doorsnee kindermisbruiker: een beetje dreigen en een beetje slijmen, een nieuwe jurk hier en daar, en het kind is vol vertrouwen alweer in de valkuil van de armen van haar moeder gevallen.

Ionesco heeft van de kleine Violetta geen heilige gemaakt. Ze beeldt haar bij vlagen krengerig uit. Een divaatje in de dop. Zo lang deze nuanceringen in de handen van de verkeerde verstaanders maar niet worden omgezet in een klassiek staaltje ‘blaming the victim’ is daar niets mis mee natuurlijk. Spijtiger is dat verhaalopbouw en dramaturgische structuur zo rommelig zijn, dat er als het plaatjesboek is dichtgeslagen toch weinig meer rest dan dat.