Moordenaar als co-regisseur

El Sicario, Room 164. Regie: Gianfranco Rosi. In: 3 bioscopen.

Dit is er dus eentje. Een echte. Een echte huurmoordenaar en hij is zomaar aan het woord. Met een net niet helemaal ondoorzichtige zak over z’n kop. Dat wel. Want sinds hij uit het leventje besloot te stappen staat er een prijs op zijn hoofd.

Zo gaat dat in Mexico in de wereld van de drugskartels. Al je sensatielust wordt meteen geactiveerd bij het kijken naar El Sicario, Room 164, hoe simpel de Italiaanse filmmaker Gianfranco Rosi zijn documentaire-monoloog ook opzette. Hij liet zich inspireren door een interview dat journalist Charles Bowden in 2009 voor Harper’s Magazine maakte met een naamloze sicario, een huurmoordenaar voor het Juárez-kartel, die net over de grens met Texas zijn afrekeningen voltrok. De film voegt daar weinig aan toe: behalve een vervormde stem, en een man die zonder interrupties praat en ondertussen in een schetsboek met een viltstift woeste schematische tekeningen maakt. Pijl. Hier liep ik dus heen. Mannetje. Hem moest ik dus vermoorden. Maar juist door die simpele beelden kun je hier ademloos naar kijken en luisteren. En pas achteraf afvragen waarom Rosi die man niet een paar echt kritische vragen heeft gesteld. Omdat hij bijna een co-regisseur werd van de film, zoals Rosi wel eens heeft verklaard?

Daarin schuilt nu het echte interessante verhaal: dat van het onderwerp dat de regie overnam van de film die er over hem werd gemaakt. Was hij zo dwingend dat Rosi hem dat niet kon weigeren? Als je die handen ziet, die stevige slagershanden die die viltstift vasthouden, kun je je best voorstellen dat die zomaar even tussendoor iemand kunnen wurgen als die de verkeerde film maakt.