Modernisering herschrijft de identiteit van Tibet

Workers take a break sitting on the tracks leading to the platform of the newly opened Lhasa train station in Lhasa, Tibet, China Tuesday July 4, 2006. The first train from Beijing to Tibet finished an arduous journey along the world's highest railway, opening direct service to the Himalayan region that China has been trying for decades to tame.(AP Photo/Elizabeth Dalziel) Werkers aan de spoorlijn tussen de Tibetaanse hoofdstad Lhasa en China rusten uit naast de rails op deze foto uit 2006. Foto AP / Elizabeth Dalziel

Moderniseren lijkt politiek correct geworden. Onder de dekmantel van de modernisering wordt in China van alles verdoezeld: de corrupte alleenheerschappij van de politiek, de onevenwichtige ontwikkeling van de economie, de gestage teloorgang van de culturele diversiteit, de vervuiling en uitputting van het leefmilieu en de natuurlijke grondstoffen — allemaal grootschalige, ingrijpende zaken. Op het zuiver menselijk vlak wordt er hoog opgegeven van de modernisering om de hebzucht en verloedering van ambtenaren te verdoezelen, om de exploitatie en de ontberingen van de lagere sociale klassen te verdoezelen, om de steeds groter wordende kloof tussen rijk en arm te verdoezelen; ‘slecht geld verdringt goed geld’, men gooit het op een akkoordje met zijn geweten – uit de valkuil van de modernisering kan dit land zich nauwelijks meer redden.

Voor volkeren zoals de Tibetanen en de Oeigoeren, die van oudsher hun geheel eigen levenswijze en cultuur hebben, leidt de modernisering tot een allesomvattende overheersing en een moeilijk te stoppen uitroeiing.

Het is heus niet zo dat ik overdrijf om de mensen angst aan te jagen en zo de modernisering tegen te houden. Het is een verkeerde voorstelling van zaken, gebaseerd op onwetendheid of andere motieven, om de modernisering te reduceren tot de moderne wetenschap en technologie, en om critici van de modernisering af te doen als conservatief, of als egoïsten die enkel hun eigen modernisering nastreven en van anderen verlangen dat ze authentiek blijven.

In 2006, toen de spoorlijn van China naar Lhasa in gebruik werd genomen, zeiden de gezagdragers en hun spreekbuizen, op de toon van een Verlosser of zijn woordvoerder: ‘Wij willen dat het Tibetaanse volk ook het voorrecht op modernisering geniet; traditie en modernisering moeten hand in hand gaan!’ Dat klinkt goed, maar we mogen we niet vergeten dat wie geen eigen wettig gezag heeft, ook geen rechten heeft. Zonder een eigen wettig gezag komt er niets van de traditie terecht! Destijds heb ik geschreven dat wat Tibet nodig heeft geen spoorweg is, maar een zelfbestuur dat ook werkelijk bestuurlijke macht heeft. Laten we geen woorden vuil maken aan een spoorweg: zelfs als elk dorp een spoorweg heeft, valt er nog niks over te zeggen; maar als je geen recht op zelfbestuur hebt, kun je alleen anderen jouw lot laten bepalen.

Zoals elk individu zijn eigen identiteit heeft, zo heeft ook elk stuk grond, elk volk zijn eigen identiteit. Een identiteit is iets wat jou toebehoort en wat anderen niet hebben, anders ben jij het niet maar is het de aard van een ander, dat weet iedereen. Maar ons Lhasa, bijvoorbeeld, is in het proces van de zogenaamde modernisering door China een kloon geworden van alle andere steden, een stad die zijn eigenheid heeft verloren, die vol staat met allerlei gebouwen die modern worden genoemd, en deze plaatsvervangers, die vlees noch vis zijn, veranderen ongemerkt Lhasa’s fengshui. Het oorspronkelijke Lhasa, dat niet in vierkante blokken was verdeeld en waarvan het leefmilieu het werk van eeuwen is, wordt radicaal ontkend door deze nieuwe stad, met zijn grote gebouwen en de in aanbouw zijnde tunnels in de omgeving van het Potalapaleis. De echte glorie van Lhasa ligt in het unieke Potalapaleis zelf en het oorspronkelijke Sneeuwdorp, dat de sfeer van het leven van de Tibetanen verspreidde, de Jokhangtempel, die zoveel heeft doorstaan, en de vele oorspronkelijke, oude huizen aan de Barkhorstraat, het Drepungklooster, dat halverwege de berghelling staat als een stapel witte rijst (zoals zijn naam zegt), het Seraklooster aan de voet van de berg, dat te midden van een rozenbos werd gebouwd, en het Instituut voor Tibetaanse Geneeskunde op de Chagporihelling, dat door het kanonvuur van het Bevrijdingsleger is vernietigd – al die oude gebouwen hebben de speciale identiteit van Lhasa gevormd samen met de generaties van Tibetanen die hier zijn opgegroeid! Het is kwetsend voor hen dat dit alles nu razendsnel lijkt te verdwijnen en dat dat proces onomkeerbaar is.

In essentie is de modernisering die Lhasa en Tibet als een orkaan met zich meesleurt een namaak-modernisering, die net zo dodelijk en vernietigend is als een revolutie of een oorlog, vol hard geweld van vloeiend bloed, vol zacht geweld van de gesuikerde kogels van de corruptie, en vol geweld dat hard noch zacht is. Deze namaak-modernisering, met haar roep om ‘ontwikkeling’, trekt met volle kracht over de grond van Tibet, vormt een aanslag op de zintuigen van de mensen, verandert het innerlijk van de mensen, en herschrijft uiteindelijk de identiteit van Tibet — is dat dan het geluk dat aan het Tibetaanse volk wordt geschonken?

Vertaald door Silvia Marijnissen