Mag ik het beeld even nuanceren?

Gerben Westerink (31) is leraar klassieke talen in Gouda. Maandag staakte hij tegen het kabinetsbeleid, gisteren stond hij weer voor de klas. „In het weekeinde ben ik bekaf.”

07.40 uur. Het is buiten nog donker als Gerben Westerink en zijn collega Tine Larooy driftig overleg voeren in de helverlichte lerarenkamer van het Coornhert Gymnasium. „Veertig pagina’s van de Ilias vind ik een schappelijke hoeveelheid”, zegt Westerink. Aan de overzijde van de tafel wordt instemmend geknikt. Westerink, leraar klassieke talen (Grieks en Latijn), tikt de afspraak onmiddellijk in zijn beeldscherm. Die staat. Voor volgend trimester.

Een dag eerder stond hij nog in Den Haag, samen met ruim duizend collega’s uit het land. Te demonstreren tegen het „ondoordachte beleid” van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). „Goede sfeer, goede toespraken.” Net als de overgrote meerderheid van zijn collega’s verzet Westerink zich tegen het inleveren van zeven vrije dagen en het inkorten van de zomervakantie, van zeven naar zes weken. „Ik ben niet liever lui dan moe, integendeel zelfs, maar de toenemende werkdruk tast de onderwijskwaliteit aan.” Daar zit zijn pijn. Én zijn ergernis. Het kabinetsvoorstel wordt binnenkort in de Eerste Kamer besproken.

Vandaag roept de plicht weer, ondanks de oproep van zijn vakbond, Leraren in Actie, om drie dagen op rij te staken. „Dat kan en wil ik mijn leerlingen niet aandoen. Volgende week is het proefwerkweek. Als ik hier drie dagen mijn gezicht niet laat zien, dan weet ik één ding zeker: onnodig veel onvoldoendes.” Met alle gevolgen van dien: nerveuze leerlingen, vragende ouders. Op 26 januari, tijdens de nationale manifestatie van de Algemene Onderwijsbond, legt hij het werk wel weer neer. „Dit voorstel moet van tafel.”

08.25 uur. De bel gaat. Het eerste lesuur. Behendig baant Westerink zich een weg door de zwerm tieners in de gangen. Twee trappen op en hij is op de plaats van bestemming: klaslokaal 23. Zijn domein. De eerste vraag van de dag: „Meneer, bent u naar de kapper geweest?” Westerink grijnst. „Ja, dat klopt.” Hij begint op enthousiaste toon. „Goedemorgen allemaal en een gelukkig Nieuwjaar.” Al is 2012 niet voor iedereen even gelukkig begonnen, voegt hij daar een tikje cynisch aan toe. Westerink deelt enkele „stevige onvoldoendes” uit voor een schriftelijke overhoring Oud-Grieks. Gelaten worden de cijfers in ontvangst genomen. Hier en daar klinkt een zucht.

10.10 uur. Het blokuur Grieks voor klas 4 (29 leerlingen) is ten einde. Jelle Stoffels (15) bergt zijn laptop op. Hij heeft begrip voor het feit dat ‘meester’ Westerink een dag eerder heeft gestaakt. „Als je meer moet doen voor hetzelfde geld, dan moet je je stem verheffen.” Maar Stoffels – zwart geverfde haren, spijkerbroek met ketting – plaatst ook een kanttekening. „Met die werkdruk valt het wel mee. Als leerlingen doen wij heel veel zelf. Zelfstudie noemen we dat.”

Westerink kent die geluiden. Zoals hij ook weet dat de indruk bestaat dat zijn collega’s in het vmbo het vele malen lastiger hebben, omdat ze daar ‘een ongedisciplineerd zootje’ in toom moeten houden. Mag hij dat beeld even nuanceren? „Bij ons ligt de lat – terecht – hoog. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik keer op keer niet één, maar drie verschillende proefwerken maak.” Zowel de leerlingen als hun ouders zijn veeleisend, benadrukt hij. „Ik moet ze blijven uitdagen, blijven prikkelen en dus vernieuwen. Zo niet, dan halen de leerlingen mij in.” En vragen hun ouders om opheldering. Zoals de laatste jaren steeds vaker gebeurt, constateert Westerink. „Vooral per mail, want een mailtje is zo getikt.” Ook dat kost tijd. „Tien mails per dag is geen uitzondering.”

11.15 uur. Zijn tweede blokuur Grieks, ditmaal voor klas 5 (25 leerlingen), is halverwege. Westerink behandelt de ene na de andere Griekse tekst. In razend tempo trekt de Klassieke Oudheid voorbij: Homerus, Odysseus, Herodotus. Hij wijst de zinnen op het projectiescherm aan met een handboog die een scholier ooit voor hem maakte. Zijn leerlingen werken grotendeels zelfstandig. Af en toe gaat een vinger de lucht in. Westerink loopt heen en weer om vragen te beantwoorden. Het kost hem weinig moeite de orde te handhaven. Slechts af en toe laat hij een langgerekt „ssssst” horen, met de wijsvinger voor zijn mond.

12.05 uur. De grote pauze begint, maar niet voor Westerink. Met de broodtrommel onder zijn arm loopt hij naar de kopieerruimte. „Proefwerken uitdraaien en sorteren.” Hij heeft vandaag een drukke dag: zeven lesuren op rij, slechts onderbroken door twee korte (tien minuten) en een lange pauze (dertig minuten). „Ik praat vandaag relatief veel. Dat maakt het vermoeiend.” Maar hij klaagt niet. „Dit is een geweldig vak. Het is een cliché, maar ik haal enorm veel voldoening uit de voortgang van mijn leerlingen.”

Vier dagen in de week begint zijn werkdag om half acht ’s ochtends. „Ik zou ook wat later kunnen komen, maar ik heb dat extra uurtje nodig.” Lessen voorbereiden, overleggen met zijn collega’s, de laatste proefwerken nakijken. Hij is een jonge vader. Zijn twee dochters (vijf en twee jaar) eisen na schooltijd alle aandacht op. „Pas als zij op bed liggen, heb ik de handen weer vrij om me op school te richten.” Want ja, ook ’s avonds gaat het werk door. „In het weekeinde ben ik bekaf, dan is het echt bijkomen geblazen.”

Zelfs in vakanties ontkomt hij niet aan zijn werk. „Je kan niet op de eerste dag onvoorbereid voor de klas staan.” Hij doet het graag en met liefde, maar: „Begrijpt de minister wel hoe onze dagen en weken eruit zien? Wat mij vooral irriteert is de suggestie die ze wekt: jullie kunnen niet plannen, dus doe ik het maar voor jullie.” Het voorstel om de zomervakantie in te korten van zeven naar zes weken is volgens Westerink vooral bedoeld om ouders tegemoet te komen. „Hoe korter ze hun kinderen onder hun hoede hebben, hoe prettiger ze dat vinden.”

15.15 uur. Het laatste uur, Latijn voor klas 2 (24 leerlingen), is voorbij. Westerink oogt vermoeid. Bijna zeven uur van onophoudelijk geroezemoes in bedompte ruimtes laat zijn sporen na. „Een leraar is als een verkeersleider op Schiphol”, zegt zijn directeur, rector Marco Oehlensläger, even later in de lerarenkamer. „Voortdurend signalen, voortdurend anticiperen.” Ook na lestijd.

21.28 uur. Een mailtje. Op verzoek heeft Westerink een opsomming gemaakt van de werkzaamheden die hij thuis nog heeft verricht. Ruim twee uur is hij zoet geweest, schrijft hij: mailen met collega’s en leerlingen, lesvoorbereiding, nakijkwerk, leerdoelen formuleren, cijfers invoeren, enzovoort. „Veel meer dan ik van plan was, maar blijkbaar kon ik ergens de energie weer vinden.”

Mark Hoogstad