Liever schilderen dan schoenlappen

De Friese gebroeders Rinsema waren autodidactische kunstenaars die zich lieten inspireren door Dada en De Stijl. In Drachten is nu een overzichtstentoonstelling.

Zijn affiche Voetballers werd niet door iedereen begrepen. De Drachtster autodidact en avantgardist Thijs Rinsema (1877-1947) maakte het in 1925 en won er een derde prijs (100 gulden) mee van het Nederlands Kunstverbond afdeling Rotterdam. Jurylid Den Boer schreef hem: „Het wonderlijke lijnenspel heeft mij vastgehouden, doch de oplossing heb ik niet kunnen vinden.” De Groene Amsterdammer roemde Rinsema’s werk als meest oorspronkelijke. Recensent J.D. Voskuil vond de kwaliteit des te verrassender „wanneer men bedenkt dat dit geestige stuk werk door een eenvoudige schoenmaker uit Drachten gemaakt werd”.

Thijs en zijn broer Evert Rinsema (1880-1958) waren behalve schoenmaker ook kunstenaar. Thijs was schilder, Evert schrijver. In kunstkringen werden ze bewonderd, maar bij het grote publiek bleven ze lang onbekend. Voor het eerst is er een grote overzichtstentoonstelling Thijs/Evert Rinsema avant-garde in Drachten, te zien. Museum Dr8888 presenteert in de geboorteplaats van de Rinsema’s 340 kunstwerken van autodidact Thijs en besteedt aandacht aan de aforismen, volzinnen, van zijn broer Evert (1880-1958). De expositie belicht alle aspecten van het veelzijdige oeuvre van beide mannen. Aanleiding is het vorig jaar uitgekomen boek van kleinzoon Thijs Rinsema jr. over leven en kunst van zijn grootvader en oudoom, die hij overigens nooit heeft gekend.

Vaak worden de gebroeders Rinsema alleen genoemd in relatie tot het dadaïsme of De Stijl, maar de expositie toont aan dat hun werk meer is dan dat. Zij waren ontwikkelde mensen, die Ibsen en De Tocqueville lazen en kunnen worden gerekend tot de internationale avant-garde. Ze raakten bevriend met Theo van Doesburg, grondlegger van De Stijl, Kurt Schwitters en Charley Toorop.

„Thijs was ongelooflijk veelzijdig en kan de grootste colorist van het noorden worden genoemd”, vindt museumdirecteur Paulo Martina. „Hij kan niet bij een groep worden ingedeeld. Geïnspireerd werd hij door het Russische constructivisme, maar ook door het kubisme, impressionisme, futurisme, naturalisme en de Nieuwe Zakelijkheid.”

Het museum liet 60 schilderijen restaureren en toont ruim 100 werken afkomstig uit particulier bezit, die voor het eerst te zien zijn voor een groot publiek.

De aforismen van Evert, korte volzinnen zoals hij ze noemde, staan op de museummuren en zijn in een aparte bundel opnieuw uitgegeven. De schriftjes waarin hij zijn gedachten noteerde tijdens het schoenlappen, staan uitgestald in een speciale vitrine. Evert gaf in 1920 een boekje uit met 117 van zijn denkbeelden, samen met Theo van Doesburg.

Thijs Rinsema schilderde portretten en stillevens. Met Kurt Schwitters maakte hij collages van op straat gevonden tramkaartjes en papiertjes. Een daarvan is door Rinsema gemaakt, maar gesigneerd als KS (Schwitters). Dan waren ze tien keer zoveel waard, weet Martina.

Rinsema begon rond 1915 met impressionistisch aandoende (zelf)portretten, die later meer kubistische elementen kregen. Zijn leven lang is hij blijven portretteren in snelle, rake schetsen, eerst in potlood, later met verf. Midden jaren twintig neigde hij meer naar het constructivisme. Hij is geboeid door beweging en ritme en tekent dansers, voetballers en paarden: geabstraheerde figuren die in een vloeiende beweging zijn geschilderd. Een van die werken, de gouache Springende paarden (1927), ging overigens jaren door voor een creatie van de Russische constructivist Alexander Rodtschenko.

Directeur Martina vindt dat de kwaliteit van de werken van Thijs lange tijd amper op waarde werd geschat. „Dit doet niet onder voor een Cézanne”, zegt hij, wijzend op enkele stillevens met rode appels of een oranje paard. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw schilderde Rinsema behalve portretten vooral veel kleurige bloemstillevens. Martina buigt voorover naar een daarvan, een judaspenning met een distel in allerlei grijstinten tegen een diffuse achtergrond. „Elke keer als ik dit zie raak ik weer ontroerd”, zegt hij. „Zo mooi.”

Het museum bouwde ook de stijlkamer na, het atelier dat Thijs achter zijn schoenmakerij had. Rinsema raakte geïnspireerd door de Stijlbeweging en Dada. Hij schilderde het plafond geel en deuren rood en blauw. Het verhaal gaat dat Thijs zuchtend opstond als de winkelbel ging. Liever bleef hij schilderen dan schoenlappen. De toonbank was blauw, net als de planken. De broers ontwierpen overigens ook nieuwe schoenen op maat en Thijs ook meubels.

Vlak voor zijn dood, toen Thijs zijn einde voelde naderen, gaf hij 200 schilderijen aan zijn collega Jan Planting. „Schilder maar over”, zei hij. Martina: „Dat tekent niet alleen zijn vrijgevigheid, maar ook zijn bescheidenheid.” Planting schonk de werken later aan de gemeente Smallingerland. Rinsema’s vrouw had minder op met zijn kunst. Martina: „Ze vroeg buurjongens schilderijen van haar man in een gat in de tuin te gooien en de fik erin te steken.”

De tentoonstelling is te zien tot en met 22 april. Museum Dr8888. Museumplein 2, Drachten.