'Israëlisch Hof mocht wel wat rechtser'

De rechts-religieuze regering in Israël is erin geslaagd het Hooggerechtshof minder links te maken, zegt Amnon Rubinstein, oud-minister en gelauwerd staatsrechtkenner.

Wekenlang was het Israëlische parlement toneel van ruzie over de namen van nieuwe leden en een nieuwe president van de hoogste rechtbank. Ondemocratisch, ongrondwettelijk en onredelijk, noemde de vicepremier pogingen van collega-minister Yaakov Neeman (Justitie) om zijn voorkeurskandidaten via wetswijzigingen naar voren te schuiven. Een wet die het mogelijk maakt dat rechter Asher Dan Grunis in februari president van het Hof wordt – waar hij eigenlijk te oud voor was – haalde het net op tijd. Een wetsvoorstel dat beoogt de samenstelling van de benoemingscommissie met terugwerkende kracht zo te wijzigen dat regeringsgezinden een meerderheid vormen, werd op het nippertje geblokkeerd door premier Netanyahu.

Aan alle onrust rond het Hof kwam vrijdag een eind met de benoeming van vier rechters. Het is het resultaat van een compromis tussen minister Neeman en scheidend president van het Hof Dorit Beinisch. Hij kreeg een religieuze rechter benoemd die woont in een nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever. Zij kreeg in ruil iemand van linkse signatuur. En een vrouw. En nog een rechter die werd geboren in Irak, om de sefardische lacune binnen het Hof te vullen.

„Vier uitstekende rechters”, aldus professor Rubinstein, die in de jaren negentig zelf in de benoemingscommissie zat. „De spanning tussen het parlement en het Hof zal verdwijnen. Door de nieuwe samenstelling is het Hof minder links dan vroeger. Dat mag ook wel.” Rubinstein zat 25 jaar in het Israëlische parlement en was in de jaren tachtig en negentig, als lid van de sociaal-democratische partij Meretz minister. De tachtigjarige geeft nog les aan een universiteit in Herzliya. De hoogleraar noemt zich een zionistische, seculiere en liberale jood. „Links noch rechts.”

Vindt u het verwerpelijk dat een rechter van het Hof in een nederzetting in bezet Palestijns gebied woont?

„Ik ben altijd tegen de nederzettingen geweest. Maar ik kan Sohlberg niet afschrijven als rechter om zijn woonplaats. Volgens internationaal recht zijn ze illegaal, maar de nederzetting waarin Sohlberg woont [Alon Shvut, LvN] is naar Israëlisch recht legaal. Helaas verbiedt zelfs het Hooggerechtshof de nederzettingen niet.”

Voor de benoeming van president Grunis is een speciale wet ontworpen.

„Ik houd niet van wetten gemaakt voor één persoon. Maar verder ben ik niet tegen Grunis. De regering denkt dat hij rechts is, maar ze zullen lelijk op hun neus kijken. Want hij is wel conservatief, maar ook erg liberaal.”

Waar komt de spanning tussen het Hof en de regering vandaan?

„Het Hooggerechtshof heeft de regering de laatste jaren met uitspraken ernstig tegen zich in het harnas gejaagd. Dat kwam het Hof op veel kritiek te staan. Leden van de partijen van premier Netanyahu en minister Lieberman [resp. Likud en Yisrael Beiteinu, red.] hebben een bittere en gevaarlijke aanval op de onafhankelijkheid van het Hof uitgevoerd.”

Had die aanval succes?

„Ze hebben een voorkeurskandidaat in het Hof gekregen en een voorkeurskandidaat president gemaakt. Maar één rechter verandert het Hof niet. En het is ze niet gelukt met wetgeving de onafhankelijke positie van het Hof te ondermijnen. Dat is gelukkig voorkomen door de premier.”

Welke rol heeft het Hof in Israël?

„Het Hooggerechtshof is het meest invloedrijke orgaan van het land. Iedere Israëliër kent de naam van de president van het Hof. Het heeft de macht om door het parlement aangenomen wetten te vernietigen. Het is in het verleden heel ver gegaan in de verdediging van burgerrechten. Het heeft gemaakt dat wij hier op zaterdag kunnen tanken. Dat Israël een in het buitenland gesloten burgerhuwelijk erkent. Het kent een lange traditie van beschermen van mensenrechten – en van de Palestijnse rechten niet te vergeten.”

Hebben politici niet een punt? Moet het Hof niet meegaan nu de samenleving rechtser en religieuzer wordt?

„Het Hooggerechtshof moet geen afspiegeling zijn van de maatschappij of van de politiek. Maar het moet er ook niet te ver vanaf staan. Het moet mijns inziens een afspiegeling zijn van de Hooggerechtshoven in Europa en van het federale hof in de Verenigde Staten. Het moet een liberaal standpunt afdwingen. Na de laatste benoemingen balanceert het Israëlische Hof aardig tussen conservatief liberaal en radicaal liberaal.”