Huisarts is helemaal niet bezig met vestigingsbeleid

Als partner van een voltijds huisarts weet ik aardig wat er onder huisartsen leeft. Neem de praktijk van mijn vrouw, dokter in Schiedam. De feestdagen zijn voorbij. Het nieuwe jaar is begonnen. Mijn vrouw en haar collega’s lopen op hun tandvlees, maar wie denkt dat zij de afgelopen jaren bezig zijn geweest met het beletten van vrije mededinging is niet goed wijs.

Het voorspelbare psychologische effect van de boete van de Nederlandse Mededingingsautoriteit voor de Landelijke Huisartsen Vereniging levert een mooie paradox. De verabsolutering van vrije mededinging als het hoogste goed in de zorg zal de toestroom van huisartsen de komende jaren nóg verder doen opdrogen. Niet het vestigingsbeleid, maar de beeldvorming is het probleem. Tussen huisartsen en het ministerie van Volksgezondheid ontstaat een culturele en sociaal-psychologische kloof.

Ik vroeg mijn vrouw hoe moordend de concurrentie is tussen huisartsen die zich proberen te vestigen in Schiedam. Ze begon smalend te snuiven. Schiedam mag al blij zijn als het over vijf jaar nog voldoende huisartsen heeft. Dit geldt voor veel steden en dorpen, vooral in ontvolkingsregio’s. In een markt die geen markt is, is ‘vrije mededinging’ een onzinnige kreet.

Rob Hogendoorn

Maasland