Het is hier gesellug!

Schrijver Marcel van Roosmalen bezoekt horeca-beurs Horecava in de Rai.

Een echte horecaman is gastvrij, houdt van hard werken en van gezelligheid.

Het was weer Horecava in de Rai, de vakbeurs voor horeca, catering en zorg. Voor de deur stonden honderden taxi’s, de ervaring leerde dat het nodig was. Vrij naar André Hazes: binnen was het warm en druk. En gesellug!, horecamensen onder elkaar, we kenden het sfeertje. Meteen maar naar de bodem van de sector, de afdeling ‘Nachtleven’, een met zwarte lappen verduisterd gedeelte.

Café-eigenaren en barpersoneel klonterden samen bij de stands met gratis alcohol. Heineken had een aparte zaal, waar je maximaal twee biertjes per persoon mocht drinken, een schande. Ik belandde in een dispuut tussen twee heren uit Breda, de een verweet de ander geen echte horecaman te zijn.

Ik leerde:

Een echte horecaman, of horecavrouw, want dat kan ook, houdt van hard werken.

Een echte horecaman is gezellig.

Een echte horecaman is gastvrij.

Een echte horecaman houdt van een drankje.

Een echte horecaman heeft horecabloed, dat wil zeggen dat een van de ouders, of alle twee, dat kan ook, ook een horecaman of horecavrouw was of is.

De discussie liep hoog op.

„Dat kan jij zo nie-ie zeggen….””

„Ik kan alles zeggen, dat meen ik…”

Ik vond ze alle twee heel erg horeca, een opmerking waarvoor ik een biertje kreeg, want ze hadden – omdat ze in hun cafés Heineken op de tap hadden – veel meer muntjes dan anderen.

De vraag wat er leuk is aan het werken in een café werd niet beantwoord.

„Je geniet als mensen het naar de zin hebben”, zei de een. „Dat ze lachen, dat ze het naar de zin hebben.”

„Een stuk gezelligheid”, zei de ander.

„Ork-ork-ork, soep eet je met een …..?”

De grootste van de twee keek me vragend aan.

„Lepel”, zei ik.

„Veel mensen zeggen ‘vork’”, legde hij uit. „‘Lepel’ is goed, maar als je dit zegt als ze al wat op hebben, zeggen ze gegarandeerd ‘vork’. Dan lig ik op de grond van het lachen.”

Ik was gewaarschuwd en noteerde voor de zekerheid de naam van de kroeg (‘Café de buurvrouw’), je wist maar nooit of je per ongeluk in Breda belandde.

Bij de stand van Remi Martin kon je zoveel cognac drinken als je wilde. De vrouw die inschonk, zei dat ze het glas goed afspoelde met warm water en daarna droog wreef met een theedoek. Ze zei ook dat je het ook bij vlees kon drinken, want dat wisten de mensen vaak niet.

„Ook bij vis?”, vroeg ik.

Ook bij vis!

Bij het toetje, helemaal lekker!

Bij de koffie!

Remi Martin kon je eigenlijk altijd en overal drinken. En van drie glaasjes werd je echt niet dronken, van een hele fles wel. Een paar meter verderop viel de eigenaar van restaurant ‘Toon’ uit Dordrecht van zijn kruk. Hij werd opgeraapt door twee dikke jongens. Typisch horeca, als er wat gebeurt helpen ze elkaar.

Fotograaf Jan-Dirk meldde zich per sms. Hij zat een etage hoger op een soort frituureiland. Hij at vlammetjes en had al een knijpfles Remia-fritessaus in de tas zitten. Remia ging fuseren met een andere sausfabriek, wellicht een leuk nieuwtje. Ik ging meteen op weg, maar bereikte hem nooit.

Op de route werd ik aangesproken door Arnand Schinkelshoek (44), vertegenwoordiger van Rational ovens. Hij stond voor een muur van ovens en begon ongevraagd aan een heel verhaal over Rational ovens. „Met onze combi-ovens kun je koken, bakken en braden. Ze worden gebruikt in restaurants, cafés, zorginstellingen, op de markt, in slagerijen, in viszaken.

Na een korte stilte: „Rational ovens worden overal gebruikt.”

Ik wilde weg, maar het mocht niet.

Of ik iets wilde proeven uit een Rational oven?

Nee.

Ik kreeg een mini-taco en tien vierkante centimeter worstenbrood.

De stoom sloeg me in het gezicht.

„Wat valt op?”, vroeg Arnand.

Hij gaf zelf het antwoord: „Dat het warm is!”

Hij kwam een bekende tegen en pakte me bij de arm zodat ik niet weg kon lopen.

Ik was getuige van een bizar gesprek.

„Hee, jij hier?”

„Ja, jij ook?”

„Ik hier?”

„Hahaha.”

„Hahaha.”

Het bleek te gaan om een bekende uit de horeca.

Ik zei Arnand dat ik geen horecaman was en dat ik dat ook nooit zou worden. En ik wilde ook geen oven. Ik had al een magnetron, dat was genoeg. De boodschap was duidelijk, het bordje met worstenbrood en taco werd teruggepakt.