Europese tik op vingers voor Leers en voorgangers

Niet alleen minister Gerd Leers (Immigratie, CDA) krijgt Europese kritiek op zijn vreemdelingenbeleid. Leers’ voorgangers Rita Verdonk (VVD) en Nebahat Albayrak (PvdA) kregen gisteren alsnog een tik op de vingers van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Nederland werpt te hoge barrières op voor vreemdelingen die een verblijfsvergunning willen aanvragen, vindt het hof in Straatsburg.

Verdonk nam volgens het hof in 2006 een „extreem formalistische houding” in, toen zij weigerde een aanvraag voor een verblijfsvergunning van een Afghaanse man in overweging te nemen. De Afghaan wilde zich voegen bij zijn gezin, dat al legaal in Nederland was. Albayrak bevestigde de afwijzing in 2008.

De Afghaan had tevergeefs verzocht om vrijstelling van de leges die vreemdelingen voor de aanvraag van een verblijfsvergunning moeten betalen. Die zijn in Nederland internationaal gezien hoog. Vorig jaar werden ze verhoogd van 830 naar 1.250 euro.

Als een vreemdeling de leges niet kan betalen, kan hij om vrijstelling verzoeken. Dat deed de man, door te laten zien dat zijn vrouw slechts een uitkering had. Maar het ministerie van Justitie bleef bij de weigering. Daarbij speelde mee dat de man verdacht werd van oorlogsmisdaden.

Nederland maakt het onmogelijk voor burgers om aanspraak te maken op grondrechten – in dit geval het recht op respect voor het gezinsleven – vindt het hof. Minister Leers zegt het vonnis te bestuderen. Mogelijk gaat hij in beroep.

Volgende week buigt ook het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg zich over de Nederlandse leges. De Europese Commissie vindt die te hoog.