Een wolf schuilt achter koorknaap McMorrow

Pop

James Vincent McMorrow

11 jan op Eurosonic, Groningen; 13 jan Doornroosje, Nijmegen; 14 jan Tivoli, Utrecht; 15 jan Hedon, Zwolle; 16 jan Rotown, Rotterdam. ***

Concerten van mannelijke zangers met akoestische begeleiding, grillige muzikaliteit en een koesterende falsetstem – het moet raar lopen willen die niet uitverkocht raken. In Nederland tenminste. Het Nederlandse publiek heeft een zwak voor de enigszins wereldvreemde muzikant, liefst met baard en onmodieuze spijkerbroek, die verlegen, maar onomwonden zijn verhaal doet. De Ierse James Vincent McMorrow voldoet aan dit beeld, hij vulde maandagavond dan ook moeiteloos de grote zaal van Paradiso, Amsterdam.

De rossig behaarde McMorrow, die in 2010 zijn debuut Early In The Moring uitbracht, heeft een mooie hoge stem. Die stem heeft genoeg kracht om flink te kunnen uithalen maar McMorrow kiest een intieme, vrouwelijke klank. De hoog opgevoerde zang wordt omringd door het instrumentarium dat door de toenemende populariteit van op Amerikaanse folk geschoeide bands inmiddels vertrouwd is: akoestisch gitaren, slide-gitaar en banjo.

Voor een zittend publiek creëerden de muzikanten, onder wie een pianist en een achtergrondzangeres, een ingenieus geluid waarin de klanken zowel op zichzelf stonden als met elkaar samenvloeiden tot een twinkelende stroom. Sommige van McMorrows composities zijn soepel en romantisch (‘If I Had A Boat’), andere zijn weerbarstiger van melodie (‘We Don’t Eat’). In het begin waren de vertolkingen afstandelijk, maar tegen het eind van het optreden schudde McMorrow zijn verlegenheid af en klonken de nummers vuriger. Zo werd ‘This Old Dark Machine’, dat op cd joyeus uithaalt, maar toch beschaafd blijft, een gedreven verslag van duistere fantasieën. Achter de koorknaap bleek alsnog een wolf te schuilen.

HESTER CARVALHO