Een ontheemde gokker die het leven uitdaagt

Vandaag zou in Peru het proces worden hervat tegen Joran van der Sloot. Waarom krijgen we maar geen genoeg van hem? NRC-ombudsman Sjoerd de Jong doet een poging tot duiding.

Wat is het geheim van Joran van der Sloot? En dan niet: wat heeft hij tot nu toe nog verzwegen over zijn (vermeende) daden, op Aruba en later in Lima? Maar: waarom krijgt hij nog steeds zoveel aandacht? Waarom is deze jongen voorpaginanieuws? Hoe kon hij uitgroeien tot een groezelige celebrity?

Grote aandacht voor daders hoort bij moderne misdaadverslaggeving. Bij Volkert van der G. of Tristan van der V. ligt dat nogal voor de hand: de een pleegde een politieke moord, de ander had de sinistere primeur van een Amerikaanse shooting spree in een Hollands winkelcentrum.

Maar Van der Sloot? De misdaden waarvan hij wordt beschuldigd, vallen in de treurige soort waar kranten altijd al vol van staan. Toch is ‘Joran’ bijna een merknaam geworden. Zes redenen waarom.

1Hij is een kind van de moderne media.

Zijn landelijke doorbraak was de uitzending van Peter R. de Vries waarin hij op verborgen camera een ‘bekentenis’ aflegde. Die uitzending werd door De Vries vakkundig in de markt gezet. Al daarvoor was Van der Sloot ontdekt door nieuwszenders in de VS. Maar ‘Joran’ is niet alleen kop van jut van tv-journalisten, hij is mediawise, zoekt de media ook op. Zo benaderde hij zelf Amerikaanse zenders.

2Hij is een gevallen kind van de middenklasse.

Zijn vader was rechter in opleiding op Aruba, Joran zelf een blower die niet wilde deugen. Hij had een getroebleerde relatie met zijn inmiddels overleden vader, die de greep op zijn zoon was kwijtgeraakt. De beide meisjes die Joran omgebracht zou hebben, de Amerikaanse Natalee Holloway en de Peruaanse Stephany Flores, waren elitekinderen. Het drama-Van der Sloot is dus niet alleen een criminele sensatie, maar ook het drama van onstuitbare sociale daling, eindigend in chaos en geweld.

3Hij pleegde zijn (vermeende) misdaden in het internationale uitgaansleven, dat de Nederlandse jeugd de afgelopen decennia hartstochtelijk heeft ontdekt.

Aruba, Thailand, drugs, meisjes en casino’s – het zijn de ingrediënten van het leven van een tikje ordinaire high roller waaraan tienduizenden Nederlanders hebben geproefd. De locaties van het verhaal zijn niet een kelderbox in Amsterdam-Zuidoost of een galerijflat in Spijkenisse, maar (betaalbare) vakantiebestemmingen.

4Hij is een gokker.

Van der Sloot is verslingerd aan gokken, met name aan poker – dat ook in Nederland populair is geworden. Maar hij gokt ook elders, altijd. Motto: je nergens iets van aantrekken en het erop wagen, in de hoop de wereld te slim af te zijn. Dat sluit aan bij de carrousel van geluk en pech die op volle toeren draait op de Nederlandse beeldbuis. De zwakste schakel, De gouden kooi – ze dragen allemaal deze boodschap uit: het leven is een afvalrace, het lot bepaalt, en er loopt een dunne grens tussen afwijzing en uitverkiezing.

5Hij is een verleider.

Fantasie en bedrog nemen de plaats in van feiten en formaliteiten. Privé en publiek raken vermengd: Van der Sloot schreef een autobiografisch boek, was onder eigen naam actief op sociale media en trad aan als gast in praatprogramma’s (het glas rode wijn in het gezicht van Peter R. de Vries bij Pauw & Witteman). Hij trok op met een andere nieuwbakken beroemdheid van vaderlandse kweek (Terror Jaap). Die legde hem – uiteraard voor het oog van de camera – aan de leugendetector, een test waar hij, huilend van woede, voor zakte.

6Hij is een loser.

Van der Sloot waagt een gok – maar trekt altijd aan het kortste eind. Onmin met zijn vader. Foute vrienden. Afgeluisterd terwijl hij zijn mond voorbijpraat in de auto en op een hotelkamer. Gefaald aan de leugendetector. Nu dan opgesloten in Peru. Nog steeds achtervolgd door Peter R. de Vries, maar ook door zwendelaars en gekken, zoals de Amerikaanse vrouw die een liedje voor hem schreef (I want to rescue you) en bij wie hij om geld bedelt. Zo is hij een object van medelijden, maar ook vooral van leedvermaak. Wij willen allemaal winnaars zijn.

Let wel, dit is allemaal niet de ‘echte’ Joran, maar het beeld dat uit de media van hem oprijst en waarin hij onontwarbaar verwikkeld is geraakt. Joran is een cultureel schrikbeeld geworden. Een angstdroom van neerwaartse mobiliteit, in een wereld die lijkt te draaien om toeval en instant roem, en niet meer om verdienste.

In zijn geestige essay De barbaren analyseert Alessandro Barrico een nieuwe ‘cultuur van de oppervlakte’, waarin ouderwetse concentratie het aflegt tegen permanente verstrooiing. Hij verdedigt die nieuwe culturele matrix, dwars tegen de doemdenkers in. Die nieuwe wereld biedt een vindingrijke, creatieve manier om door het leven te ‘surfen’, waarvan ook liefhebbers van ‘oude’ cultuur veel kunnen leren.

Dat is mooi gezegd. Maar ‘Joran’ is de schaduwzijde van die nieuwe wereld, een ontheemde gokker die het leven permanent uitdaagt. Hij is onze culturele nachtmerrie – een barbaar-nieuwe-stijl, in eigen huis.