'ECB in oneigenlijke rol gedwongen'

De Europese Centrale Bank dreigt gegijzeld te worden door overheden en niet meer onafhankelijk te kunnen werken, stelt Lex Hoogduin, voormalig centrale bankier.

Rotterdam. - De Europese Centrale Bank zit in een spagaat. Dat zegt Lex Hoogduin, voormalig centrale bankier en bestuurder bij De Nederlandsche Bank (DNB). Hoogduin, nu hoogleraar monetaire economie aan de Universiteit van Amsterdam, belt zelf op om te reageren op een artikel in NRC Handelsblad.

Het gaat over de 489 miljard euro aan driejarige leningen die de Europese Centrale Bank (ECB) half december verstrekte aan 523 banken, een ongekende reddingsoperatie. Hoogduin denkt dat de ECB niet anders kon. De financiële stabiliteit in de eurozone was in groot gevaar.

Het bezwaar van sommige economen dat het zou gaan om een douceurtje of om subsidie aan de banken, deelt hij niet. De ECB maakt immers winst op de lening van 489 miljard euro, zolang er geen banken failliet gaan.

Was het maar een subsidie. Dan viel het nog mee, meent Hoogduin. „Maar de ECB wordt gedwongen dingen te doen die niet tot haar taak behoren. De grens tussen de rol van de ECB en die van de ministers van Financiën vervaagt”.

Hoogduin ziet verschillende nadelige gevolgen van de reddingsactie door de ECB. De actie kan bijvoorbeeld zombiebanken creëren, en ertoe bijdragen dat de bankensector slechter gaat functioneren. Banken worden door de goedkope ECB-leningen steeds afhankelijker van de ECB. Ze stallen er hun beste onderpand om dat krediet te krijgen.

Dat maakt banken voor private financiers nóg minder aantrekkelijk om geld aan te lenen. Voor die financiers is immers alleen nog onderpand van slechtere kwaliteit over. Zo kan het gebeuren dat banken die aanvankelijk alleen last hadden van misplaatst wantrouwen, in echte problemen komen door de reddingsactie van de ECB.

De grens tussen banken in tijdelijke geldnood en banken die feitelijk failliet zijn, vervaagt door de leningen van de ECB, zegt Hoogduin. Op deze manier kunnen zombiebanken ontstaan: ze gaan niet failliet omdat de ECB ze financiert, maar kunnen zichzelf op de markt niet meer redden.

De langlopende leningen van de ECB aan de banken kunnen er ook voor zorgen dat banken die er slecht voor staan, geen noodzaak voelen gezonder te worden (bijvoorbeeld door verliezen te nemen en nieuw kapitaal te zoeken). „De ECB heft markten deels op. Maar die vervullen een nuttige functie: ze beoordelen of banken wel kredietwaardig zijn.”

Dat de ECB banken helpt die ten onrechte worden meegesleept in de algemene twijfel rond banken, is goed, zegt Hoogduin. Maar hoe langer de crisis aanhoudt, hoe meer rotte appels er tussen de banken in geldnood zitten. „De ECB financiert steeds meer banken die eigenlijk niet in orde zijn. Dat was nooit de bedoeling.”

Volgens de regels van het eurosysteem (dat zijn alle nationale centrale banken en de ECB) mag de ECB geen banken die in geldnood zijn (illiquide), van krediet voorzien. Dat mogen alleen de nationale centrale banken doen. „Het probleem van deze crisis is dat illiquide markten niet in het regelboek staan.”

Door de crisis ziet de ECB zich gedwongen steeds meer dingen te doen die niet tot haar taak horen.

„De Ierse banken staan voor zo'n 100 miljard euro bij de ECB in het krijt. Terwijl het bbp van Ierland 160 miljard is. Dat is een ongekend beroep op de centrale bank. De ECB is eigenlijk de herstructurering van de Ierse banken aan het financieren. Dat is niet volgens het boekje.” Veel van deze banken zijn zeer zwak. Ook het beroep van Italiaanse en Griekse banken op de ECB is zeer fors, zegt Hoogduin.

De ECB kan veel geld verliezen als die banken failliet gaan. Dat dit een reëel risico is bleek bij het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman in 2008. De ECB moest toen 5 miljard euro verlies nemen op een lening van 10 miljard euro aan een dochterbedrijf van Lehman. Het onderpand bij de bank bleek niet veel meer waard.

De reddingsacties van de ECB (met het opkopen van staatsobligaties van probleemlanden en met het geldinfuus voor probleembanken) hebben gezorgd voor een veel te innige relatie tussen overheden en centrale banken, zegt Hoogduin. „De ECB dreigt gegijzeld te worden door overheden en zijn werk niet meer onafhankelijk te kunnen doen.”

De boosdoener is het onderpand dat de ECB krijgt in ruil voor de reddingsacties (vooral staatsobligaties van landen als Italië). De markt twijfelt aan de waarde van dat onderpand.

„De vraag die nu gesteld zou moeten worden is een heel tricky vraag. Zouden centrale banken er rekening mee moeten houden dat ze niet al hun geld terugkrijgen? De ECB kan eigenlijk geen voorziening treffen voor verliezen want dat staat gelijk aan zeggen dat ze Italiaanse regering niet vertrouwt. Daarom is de positie van de ECB nu zo heikel.” Centrale banken in de lidstaten denken wel na over hoe ze hun balansen sterker kunnen maken, weet Hoogduin. Mochten ze verliezen lijden, dan moet de eigen lidstaat ze herkapitaliseren.

De ECB kan zichzelf niet uit de spagaat bevrijden, zegt Hoogduin. Dat moeten de regeringen van de eurozone doen door alle twijfel over de kredietwaardigheid van landen weg te nemen. „De ECB moet de financiering aan problematische banken dan zo snel mogelijk afbouwen.”