Dinsdagavond is weer Dizzy-avond

Alles wat ‘verrot’ was, is uit jazzcafé Dizzy gesloopt. De stamplek van Jules Deelder en andere jazzliefhebbers heropende gisteravond onder grote belangstelling.

Platgelopen pindaschillen op de grond. Gedrang bij het podium, bij de bar en voor de deur een lange rij. Op het podium het Benjamin Herman-kwartet met een gedreven A Night in Tunesia – Dizzy Gillespies bezwerende bebopklassieker. „Dizzy was dus een trompettist”, verduidelijkt Herman nog even goeiig. En wijst. De beeltenis van de Amerikaanse musicus en zijn opgeblazen wangen toont als altijd de weg naar de toiletten.

Gisteren heropende jazzcafe Dizzy, bijna 35 jaar een begrip in Rotterdam – heilig verklaard omdat trompettist Chet Baker er zijn laatste noten blies. Afgelopen juli sloot de zaak aan de ’s-Gravendijkwal wegens een faillissement. „Loop ik op straat, word ik gewoonweg bedankt voor het blazen van nieuw leven in die zaak”, zegt nieuwe eigenaar David Crouwel. Hij is geen jazzkenner, maar „je voelt aan alles dat Dizzy veel in Rotterdam heeft betekend. Gisteren bij de eerste jamsessie voelde ik het voor het eerst zelf echt: kippenvel. Dit jazzcafé zit nu al onder mijn huid.”

De voormalig zakenpartner van kok Herman den Blijker, met wie hij veel restaurants opzette, friste de jazztent grondig op. „Zonder de sfeer uit het verleden aan te tasten.” Op het eerste gezicht geen grote metamorfose. Maar alles wat ‘verrot’ was liet Crouwel eruit trekken. Van electro tot riool, de achterwand van de bar, de keuken – wegens „dertig jaar achterstand”. Teruggeplaatst werden de art-decolampen, de toog, het meubilair en de jazzaffiches.

De jazz wordt gefinancierd vanuit de Stichting Gillespiana, die met twee programmeurs een begroting van 75.000 euro heeft voor 40 concerten en 40 sessies. Als vanouds is maandag sessieavond en biedt dinsdagavond concerten – deze maand de bands van Stefan Lievestro en Bart Lust.

„Om hier weer te spelen, ik heb er een kronkel in mijn maag van”, glundert Benjamin Herman na de eerste set. „Man, wat kwam ik hier vaak spelen. En ik ontmoette hier mijn vrouw.”

De muziekkroeg is lang een uitvalsbasis voor cultuurminnend Rotterdam geweest; van muzikant, kunstenaar tot zakenman en student. Zij aan zij werden ze er dronken. Ook stamgasten van weleer Wilfried de Jong en Jules Deelder geven Dizzy weer hun zegen. „Je wilt de jazz toch doorgeven hè. De jazzhistorie van Dizzy overboord kieperen is simpelweg kapitaalvernietiging”, zegt Deelder, die laat op de avond nog jazzvinyl draaide. Hij voorziet weer een vaste plek aan de bar met de juiste gin. „Ze snappen de jazz nu weer hier. In deze ben ik graag portier.”