De SGP van Israël doet nuwel erg lastig

Eindelijk ontstaat er in Israël echte verontwaardiging over de ultraorthodoxen.

Die gemeenschap groeit als kool en zorgt voor flinke problemen.

Een vrouwelijke soldaat wordt in een bus voor slet uitgemaakt. De leerlingen van een meisjesschool worden met stenen en uitwerpselen bekogeld. En dan is er dat 8-jarige meisje dat, ondanks haar vrome kleding, bespuugd en uitgescholden wordt op weg naar school omdat sommige ultraorthodoxe mannen vinden dat er nog een laagje kleding bij moet.

Jodendom is over het algemeen geen opdringerige en veeleisende godsdienst. Er bestaat geen drang om zieltjes te winnen. Niet-joden zijn niet slecht als ze niet koosjer eten of geen sjabbesrust houden, want die regels gelden alleen voor joden.

Maar hoe anders is dat voor deze godsdienstwaanzinnige ultraorthodoxe groepen in Israël. Zij eisen dat iedereen in hun omgeving zich gedraagt volgens hun Life of Brian-achtige interpretatie van het jodendom. Ze eisen scheiding der seksen in bussen, in supermarkten, in postkantoren, soms richten ze zelfs gescheiden stoepen in, alles om te voorkomen dat de fysieke nabijheid van een vrouw opwinding bij de mannen teweeg kan brengen. Ze spugen op iedereen die op sjabbes telefoneert of door hun wijken rijdt. Dat mag niet volgens hun regels. Dus niemand mag dat. Reclames met afbeeldingen van vrouwen werden in Jeruzalem zo vaak vernield dat de bedrijven het hebben opgegeven en er nu in heel Jeruzalem nauwelijks meer reclames met vrouwen zijn te zien. Weggevaagd uit het openbare leven, zo zien de ultraorthodoxen de vrouw graag.

Natuurlijk zijn de spuug- en scheldincidenten het werk van hooligans, kleine groepen extremisten binnen de extremisten, joodse Al-Qaeda. De enige troost is dat zelfs de verst geradicaliseerde joden nauwelijks naar wapens grijpen, maar zich beperken tot spugen en beledigen. Ze blazen zich niet op in bussen of zoiets, ze kapen geen vliegtuigen.

Maar het blijft weerzinwekkend. Sommigen zijn dusdanig in de war dat ze – toen er tegen het incident met het schoolmeisje werd geprotesteerd – een tegendemonstratie organiseerden waar tientallen mannen en kinderen verschenen in Auschwitz-gevangenenpak inclusief gele Jude-sticker om hun boodschap kracht bij te zetten. Een stomp in de maag van elke Jood.

En de druppel, zo lijkt het. Eindelijk ontstaat er echte diepe verontwaardiging in Israël over de positie die de ultraorthodoxe gemeenschap, de charediem, inneemt. Want het zijn niet alleen maar sporadische uitspattingen van krankzinnigheid. Er zijn substantiëlere problemen.

De meeste ultraorthodoxe mannen zijn te religieus om überhaupt te werken of om in dienst te gaan. Anderen moeten maar voor de veiligheid en de belasting zorgen. Ze hebben het te druk met het bestuderen van de heilige geschriften. En het gaat hier niet over een handvol extremisten: 10 procent van de Israëlische bevolking doet nu aan één van deze radicale vormen van jodendom. En het groeit als kool. De ultraorthodoxe wijken barsten van de buggy’s. Op de basisscholen is al 20 procent van de leerlingen ultraorthodox.

De relatie met de staat Israël is ook problematisch. Een significant deel van de charediem is strikt anti-zionistisch en bidt voor de vernietiging van Israël. Kijk niet verbaasd op als je, ook in Nederland, tijdens de anti-Israël-demonstraties tussen de Arafat-sjaals ook wat pijpenkrullen en zwarte hoeden ziet. Extreem verwarde sekten als Naturei Karta zijn zelfs gesignaleerd in innige omhelzing met Ahmedinejad.

Anti-zionistisch of niet, de charediem vinden het geen enkel probleem om belastinggeld aan te nemen van die verschrikkelijke staat die Israël heet (waarvan de stichting in sommige geschriften staat aangeduid als „daad van Satan”). De volledig in zichzelf gekeerde gemeenschap is een soort bodemloze put waar jaarlijks bakken met sjekels aan kinderbijslag, uitkeringen en subsidies voor de orthodoxe scholen in worden gegooid. Op die scholen weigeren de charediem categorisch om het normale curriculum te doceren. De meeste kinderen krijgen nauwelijks wiskunde of taal of geschiedenis, maar alleen de studie van de Talmoed en de Tora.

U vraagt zich misschien af waarom een land als Israël – hoogopgeleid land, redelijk seculier ook – dit in godsnaam accepteert. Het probleem is dat Israël een functionerende democratie is. Een democratie die bewaakt wordt door een grondwet en een slagvaardige rechterlijke macht, een situatie waar geen enkel buurland van Israël last van heeft. Door die democratie kunnen charediem stemmen en verkozen worden. En zodra extremisten zich organiseren in stabiele, betrouwbare politieke partijen waarmee regeringen zaken kunnen doen, kunnen ze veel macht vergaren. Kijk maar naar de SGP nu: Rutte sleutelt niet aan de koopzondagen in ruil voor de piepkleine, maar oh zo belangrijke christenfundamentalistische fractie. Een offer waartoe hij bereid is om op de punten die hij écht belangrijk vindt een stabiele meerderheid te halen. U kunt het lelijk vinden, er is niets ondemocratisch aan koehandel.

David Ben Gurion, stichter en eerste premier, begon in 1947 bij het ontstaan van de staat Israël al met grote concessies aan de ultraorthodoxen, bijvoorbeeld door 18-jarigen die zich aan Tora-studie wilden wijden toe te staan om hun dienstplicht te ontduiken. Sindsdien is de ultraorthodoxe macht alleen maar gegroeid. Partijen als Shas en United Torah Judaism hebben 10 procent van de zetels in het Israëlische parlement, de Knesset. Vijfenzestig jaar later is hun steun voor de gammele regering te belangrijk om de cadeautjes weer af te pakken.

Maar er is nog een andere reden dat de charediem ondanks de verontwaardiging ook op steun kunnen blijven rekenen bij de seculiere Israëli. Ze zijn namelijk steengoed in het aanspreken van het onderdrukkings- en overlevingsgevoel dat bij vele Israëli nog steeds sterk aanwezig is. Want ach, ze mogen dan wel niet bijdragen aan de staatskas, of aan het openbare leven, of aan het leger, hun Tora-studie is een veel grotere bijdrage aan de Joodse staat. Door dag in dag uit de Tora te bestuderen, heeft het Jodendom al die eeuwen van onderdrukking overleeft. Ook in tijden van pogroms en Shoah gingen zij door met hun werk en konden zo het jodendom ook voor latere generaties behouden. Israël behoort daarvoor dankbaar te zijn. Daar zijn de charediem zelf van overtuigd en ze zijn erin geslaagd om een significant deel van Israël daar ook van te overtuigen.

Exemplarisch is het interview met de ultraorthodoxe man die een vrouwelijke soldaat in een bus voor slet uitmaakte. De man verklaart dat hij eigenlijk niet eens wist wat het woord slet betekende. Hij leeft in zijn eigen gemeenschap zonder televisie en kranten volledig afgezonderd van de seculiere wereld, alleen met de heilige geschriften. Op de vraag of hij niet dankbaar en respectvol moet zijn voor de bescherming die de vrouwelijke soldaat hem biedt, antwoordt hij: „Zij beschermt mij? Ik zit in de sjoel te studeren van acht uur ’s ochtends tot middernacht en zij beschermt mij? Ik bescherm haar.”

Zolang Israël dit met hem mee gelooft, komt er nog lang geen einde aan de terreur van de charediem.

Rosanne Hertzberger is columnist van nrc.next.