De labiele samenleving

Bijna twee weken na de jaarwisseling zijn we nog bezig de schade van de feestelijkheden te inventariseren. Zwaargewonden, mensen die blind zijn geworden, auto’s in brand gestoken, kortom alles wat bij een eigentijds feest niet te vermijden valt.

Terwijl we de balans opmaakten, kwam de nieuwe Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, P.J. Aalbersberg met zijn prognose voor 2012. Wordt de economische crisis niet bedwongen, dan voorziet hij meer vermogensdelicten, autodiefstal, inbraken, digitale criminaliteit als pinpasfraude en wat heb je verder. Bezuinigingen in de zorg treffen vaak de psychisch zwakkeren. Het aantal incidenten neemt toe. Meer overlast, opstootjes, burengerucht en zwaardere criminaliteit. De hoofdcommissaris ziet nog geen oplossing, maar houdt rekening met oplopende spanningen. „We laten ons niet overvallen.”

Me dunkt dat we in het komend jaar zullen leven met twee zekerheden. De crisis is voorlopig niet afgelopen, de bezuinigingen en de werkeloosheid zullen de zwakste groepen het hardst blijven treffen. De voorspelling van de hoofdcommissaris heeft een hoge graad van waarschijnlijkheid. En de universele behoefte aan vermaak, entertainment op de televisie, roddel, leedvermaak, voetbal blijft onverminderd bestaan. Een economische crisis gaat altijd gepaard met politieke radicalisering, naar links of naar rechts, dat maakt in eerste aanleg geen verschil. De burger wil verlost worden van zijn ellende en uitzichtloosheid. Als het politieke midden hem niet binnen afzienbare tijd een geloofwaardige oplossing in het vooruitzicht stelt, zoekt hij zijn heil bij de extremen. En zijn troost in de fun. Maar het effect daarvan neemt af, naarmate de nood toeneemt.

Er is nog een gegeven waarmee we rekening moeten houden. De burger van nu is een andere dan die van een jaar of tien, vijftien geleden. In de nadagen van het poldermodel hadden de Nederlanders materieel niet veel te klagen. Maar hoewel Nederland in politiek en economisch opzicht als een voorbeeld werd gezien, was het vertouwen in het bestel al in ruime mate verloren gegaan. De politiek werd verrast door de opkomst van Pim Fortuyn. Nadat hij was vermoord, volgde de chaos en tot slot de ondergang van de LPF. Toen kwam Rita Verdonk. Na haar razendsnelle opkomst ging haar partij dezelfde weg. En nu Geert Wilders met zijn PVV die het beter heeft gedaan, maar ook door erosie lijkt te worden aangetast. Bij hem in het bijzonder door de inflatie van het loos getwitter. Extreem-rechts wekt nu de indruk dat het zijn eigen continuïteit van vergeefsheid heeft.

Het overheersend resultaat is dat het algemeen wantrouwen in de politiek is toegenomen. En meer of minder geldt dit ook voor de overheid in het algemeen. Daarover bestaan geen enquêtes. Ik trek mijn conclusie op basis van mijn dagelijkse waarnemingen, wat ik zie en hoor in de stad, het openbaar vervoer, de toon van ingezonden brieven en commentaren van lezers in de dagbladen en op de internetkranten. Verreweg het meeste is verongelijkt, verontwaardigd, pissig, kwaadaardig. Al die burgercommentators leven in de waan van hun absolute deskundigheid en niemand wordt gespaard. Politici zijn zakkenvullers en plucheklevers, de koningin oefent als lid van de Bilderberggroep, die geheime club van graaiers, haar perfide invloed uit. Er is wel een kleine minderheid die het wat gematigder aanpakt, maar verreweg de meesten geloven niets en niemand meer.

Met andere woorden, er is sinds het succes van Fortuyn in Nederland een nieuwe informele oppositie in wording. Tegelijkertijd is dit het deel van de burgerij dat zich bekeerd heeft tot het consumentisme, het goede leven naar de modernste maatstaven. Daartoe hoort ook het massaal entertainment dat grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengt: voetballen, dancefeesten, Oud en Nieuw en straks Koninginnedag, als in Amsterdam weer de totale mobilisatie van de politie wordt afgekondigd.

Samengevat, in de afgelopen vijftien jaar heeft het oude politieke bestel zijn betrouwbaarheid verloren en daarvoor is geen geloofwaardige vervanging gekomen. De nieuwe burger heeft zich niet alleen bekeerd tot het consumentisme maar is gaandeweg ook tot een eigengereid individu geworden dat over alles en iedereen zich zijn onverbiddelijk oordeel aanmeet. Daarbij versterkt, zoals we overal om ons heen kunnen horen en zien, door wat ik zal noemen het algemeen opgewondenheidsgehalte.

En nu, in deze toestand wordt onze labieler geworden samenleving beslopen door de economische crisis. In de economie worden marginale groepen het eerst en het zwaarst getroffen. En bovendien wordt door de ontwikkelingen in de wereldpolitiek ons oude overgeleverde collectieve zelfvertrouwen aangetast. Het is geen wonder dat de Amsterdamse hoofdcommissaris zich zorgen maakt.

Tegen de algemene malaise is geen effectieve oppositie. De Occupy-acties zijn nergens tot een massale beweging uitgegroeid. We hebben alleen de massale, vormeloze onvrede.

In dit land zijn in het afgelopen decennium twee politieke moorden gepleegd. De schok was enorm. Intussen zijn er waarschijnlijk meer marginale mensen met een labiele geest. In het zwartste scenario neemt de kans op een nieuwe schok toe, terwijl de maatschappelijke bestendigheid is afgenomen. „We laten ons niet overvallen”, zei de hoofdcommissaris. Goed idee, maar hoe?